Home

yuriTwee mannen in een luchtballon worden van koers geblazen door hevig onweer. Wanneer de kalmte weerkeert, merken ze dat ze verdwaald boven een patattenveld hangen. Op de grond staat een nieuwsgierige boer hen te observeren. “Beste man”, vraagt een van de ballonvaarders, “kunt u ons vertellen waar wij ons precies bevinden?” “In een luchtballon”, antwoordt de man. De ballonvaarder richt zich tot zijn reisgenoot, kijkt hem met lede ogen aan en zucht: “We hebben te maken met een econoom.”

De meeste analyses van de recente economische crisis, gekend als the “Great Recession” in de Engelstalige literatuur, kampen met hetzelfde probleem: accurate, maar tegelijkertijd nutteloze empirische vaststellingen. Hierbij wordt vertrokken van de premisse dat de economie een afzonderlijke sfeer van de samenleving vormt, een wetenschap die enkel via cijfers te bestuderen valt. Maar door de economie los te koppelen van politiek, ideologie en het dagelijks leven, wordt in werkelijkheid niets verklaard. Toch delen de traditionele partijen grotendeels deze invalshoek.

Tijdens de laatste verkiezingen was dit het meest zichtbaar bij Bart De Wever. Onze panda was bijna bereid om in het openbaar communautaire eisen te laten varen om de verantwoordelijkheid van de ‘goede huisvader’ op te nemen in deze tijden van crisis. Hij wilde een herstelregering installeren, zo luidde het. De logische vraag die iedereen zich stelde was: welk herstel? Nu de politici bezig zijn met de regeringsvorming lijkt het interessant om hierop terug te komen. Deze tekst beargumenteert dat De Wever een herstel van de winstgevendheid (!) bedoelde. Een herstel ten dienste van kapitaalkrachtigen, ‘ondernemingen’, banken en soortgelijke zombies en vampiers.

Maar niet iedereen gaat akkoord met de neoliberale maatregelen die worden voorgesteld. Zelfverklaarde kritische analyses van de crisis krijgen meer gehoor omdat de traditionele aanpak tegengesproken wordt door de realiteit. Zelfs een blinde kan namelijk zien dat besparingen niet het verhoopte resultaat opleveren en dat een andere weg nodig is. De meest verspreide ‘kritische’ verklaring van de crisis stelt dat de economie slabakt en ‘ondernemingen’ geen productieve investeringen meer doen omdat mensen niet genoeg (kunnen) kopen. Enkel wanneer de consumptie terug stijgt, zullen de investeringen van ‘ondernemingen’ terug winstgevend worden. De onderliggende boodschap is dus dat mensen meer moeten (kunnen) consumeren om de economie – en de ‘ondernemingen’ – te redden.

Bij beide invalshoeken, de traditionele en de ‘kritische’, doet het gezond verstand echter vragen rijzen. Waarom worden de asociale maatregelen van de N-VA en anderen voorgesteld als een oplossing voor de crisis? Waarom zijn ‘ondernemingen’ meer bekommerd om het verlagen van lonen dan om het stimuleren van consumptie? Gewoon uit complete imbeciliteit? Bovendien maken ze meer winsten dan ooit tevoren, wat verklaart dan het probleem met de winstgevendheid? En als we onze consumptiegraad nog verhogen, zoals voorgesteld door ‘critici’, zal dit geen impact hebben op de ecologie?

Dat er een probleem is op het vlak van winstgevendheid wordt door niemand ontkend. Er is nog nooit in de geschiedenis zoveel kapitaal beschikbaar geweest en toch wordt dit niet gebruikt voor productieve investeringen. De verklaring hiervoor ligt niet in het feit dat mensen minder consumeren dan vroeger, net als ons gezond verstand aangeeft. Dat de winsten van bedrijven de pan uit swingen, terwijl investeringen niet winstgevend genoeg zijn, wordt verklaard door de winstvoet.

Om het simpel te houden: dit is de verhouding tussen de totale winst en de nodige investeringen (zowel lonen als machines, grondstoffen…) van de ‘ondernemingen’. Aangezien de productiviteit steeds verhoogd moet worden door de concurrentiële positie waarin ‘ondernemingen’ zitten, zullen de investeringskosten (= machines e.d. die de productiviteit verhogen) op lange termijn relatief sterker toenemen dan de totale winst. Het woord ‘relatief’ verklaart waarom de winsten wel degelijk kunnen stijgen terwijl de verhouding (= de winstvoet) daalt. Simpele wiskunde die, zoals betoogd, niet alles verklaart, maar zeker niet vergeten mag worden. ‘Ondernemingen’ (en anderen) weten dus niet wat te doen met al hun kapitaal omdat terug investeren niet aantrekkelijk is. Dit komt niet omdat er onvoldoende gekocht wordt, maar omdat zaken produceren niet genoeg winst opbrengt, ook al kopen mensen ze daarna.

De globale winstvoet van vandaag heeft sinds 1963 nooit meer dezelfde hoogte behaald. De oplossing langs de kant van De Wever en andere slaven van het kapitaal houdt loonsverlagingen, flexibiliseringen, onteigeningen en plunderingen van andere werelddelen in. Hierdoor worden de investeringskosten gedrukt en zal de winstvoet stijgen. Maar de beste ‘oplossing’ voor de economie is het uitdiepen van de crisis wat leidt tot het faillissement van winstlatende bedrijven en toenemende werkloosheid (en zo daalt het totaal aan investeringskosten dramatisch en stijgt de winstvoet evenzeer). Historisch gezien bestaan genoeg voorbeelden dat het kapitalisme niet zonder crisissen kan.

De ‘kritische’ kant pleit voor het stopzetten van de besparingen en het verhogen van de koopkracht om te komen tot een welvaartsstaat waar iedereen van profiteert, ook ‘ondernemers’. Een toename in consumptie lost echter bovenstaande logica van het kapitalisme niet op. Moeten wij ons dan zomaar neerleggen bij de ‘wetten’ van het kapitaal en de strijd voor een beter loon en betere arbeidsomstandigheden opgeven tot het kapitalisme als bij toverslag verdwijnt? Op een punt hebben deze ‘critici’ wel gelijk: het verkrijgen van herverdeling en een hogere koopkracht is mogelijk. Maar enkel wanneer we de realiteit onder ogen zien. ‘Ondernemers’ profiteren niet van een loonsverhoging voor werknemers en een hogere werkloosheidsuitkering. Om deze zaken nu te verkrijgen is politieke strijd nodig die begrijpt hoe de logica van het systeem werkt en inziet dat enkel een radicale uitweg op lange termijn een oplossing inhoudt.

Het toekomstperspectief is er dus niet een van een welvaartsstaat waarbij ook ‘ondernemers’ profiteren, maar van een geëmancipeerde wereld met een andere productiewijze waar het nut van een product prioriteit heeft op de winstgevendheid.

Yuri De Belder is columnist. Zijn column Work in progress verschijnt maandelijks op Bleri Lleshi’s blog.

Foto © Safiye Bingöl

http://sbinphotography.blogspot.be

Volg de columns op

https://blerilleshi.wordpress.com

https://www.facebook.com/Bleri.Lleshi

@blerilleshi

2 thoughts on “Work in progress // Om toch maar eens over de economie te hebben

  1. Je vraagt je terecht af over welk herstel de huidige Vlaamse regering het zou kunnen hebben. En daarbij de meer dan 70% van de Vlaamse kiezers die zopas voor één van de nieuwe Vlaamse regeringspartijen gekozen hebben. Het grote herstel is immers achter de rug. Dat herstel stitueerde zich in de periode dat er de overgangsregering was omdat in zo’n situatie alle uitgave-stijgingen automatisch bevrozen worden. Men mag en kan dan niet meer uitgeven dan het voorgaande jaar. België was daardoor het enige land ter wereld dat gedurende 541 dagen op een automatische manier in banden lag. Bijna alle andere landen hebben hun uitgaves gedurende diezelfde periode nog laten stijgen (op Griekenland en een paar andere landen na, die onder dwang hebben moeten inbinden). Behalve in België dus, bestond het zogezegde ”in orde brengen van de begrotingen” slechts uit een verminderde stijging van de uitgaves. In België daarentegen was elke uitgave-stijging gedurende 541 dagen gewoon onmogelijk. Daarom was België er (willens nillens) zo goed uitgekomen. Maar owé wat gebeurde er na die 541 dagen? Opnieuw enorme stijgingen van de uitgaves in België. En als je het niet gelooft, kijk de begrotingen dan maar na. Ja natuurlijk moest men de uitgaven weer doen stijgen, want men had heel wat in te halen na die 541 dagen lange bevriezing van de uitgave-stijging!?? Dank zij de huidige ontslagnemende regering zijn we nu dus weer naar af. Nu moet er toch nog weer gesnoeid worden. En anders was dat niet nodig geweest. Dankuwel aftredende regering.

    Een ander herstel dat er absoluut moet komen is het herstel van het evenwicht in het betalen van belastingen tussen de grote buitenlandse bedrijven, die in België gevestigd zijn, en onze eigen belgische kmo’s. Dat evenwicht is echt helemaal zoek. De grote buitenlandse bedrijven betalen zelfs geen belastingen. In tegendeel zij krijgen nog een hoop extra voordelen uit de staatskas. Terwijl de arme kleine belgische bedrijfjes zich dood betalen aan belastingen. En ze zullen ook dood gaan als dat herstel van dat evenwicht in het betalen van belastingen er niet komt.

    Nog een ander herstel dat er moet komen is het terug weggaan van het neoliberalisme. Het neoliberalisme dateert van midden vorige eeuw en is echt passé. Het neoliberalisme houdt meer staatsapparaat en meer overheidsbemoeiing in. Het neoliberalisme staat voor betutteling, de mensen vanalles opdringen en de mensen dingen geven die ze niet nodig hebben; dingen die ze alleen maar kunnen verwerven onder voorwaarden die ze meestal niet kunnen opbrengen. Ik met mijn maandloon van 3 cijfers kan me geen zonnepanelen, woonbonus of dergelijke dingen permitteren. Ik ben blij dat nu in de plaats het minimumloon fors gaat stijgen. Anderen zullen meer baat hebben met het leefloon dat gaat stijgen. Nog anderen zullen uitkijken naar de lage pensioenen die gaan stijgen. Zo kunnen we allemaal zelf kiezen wat en in wat we gaan besteden. Of dat nu voor een jaarabonnement of een dagticket van De Lijn is of voor een laptop of een tablet. Ik wil die dingen veel liever zelf kunnen kiezen. Al die betuttelingen, die de vorige regeringen verzonnen hebben om stemmen te halen, zijn asociaal, ondemocratisch en tegen de vrijheid van de voorkeur die elke mens heeft. Het wordt hoog tijd dat men komaf maakt met al die uitzonderingsregels en regelgevingen voor een beperkte groep mensen. Het wordt hoog tijd dat men denkt aan de vrije keuze van besteding, waar iedere Belg toch gebruik van zou moeten kunnen maken. Het wordt hoog tijd dat de inkomsten van degenen die het minste hebben naar omhoog gaat.

  2. Pingback: In de supermarkt kan je (g)een hoop kopen | From guestwriters

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s