Home

‘Mensen willen zo snel mogelijk terug naar de normaliteit, maar de normaliteit was niet oké.’ Voor filosoof en docent Bleri Lleshi moet de wereld er anders uitzien na corona. Met Wat na corona? schreef hij een verontwaardigde, maar hoopvolle brief aan zijn Beste Vlaanderen.

AUTEUR Simon Bellens

Foo: Stefaan Temmerman

‘Ik hou van Vlaanderen’, benadrukt Bleri Lleshi, politiek filosoof aan de UC Leuven-Limburg . ‘Mijn leven vindt hier plaats, mijn kinderen groeien hier op. Hoe vaak kom ik wel als spreker in verschillende Vlaamse gemeenten? Hoeveel Vlamingen zijn er bij mij afgestudeerd? Ik heb het gehad met Vlamingen die zich Vlaanderen toe-eigenen en willen bepalen van wie Vlaanderen is. Wat maakt Vlaanderen meer van Vlaams-nationalisten dan van mij?’ Zijn liefdesverklaring aan Vlaanderen is uitgesproken en gemeend. De in Albanië geboren schrijver van onder andere De kracht van hoop (EPO 2018, red.) gelooft in de Vlamingen, maar ziet hoe het neoliberale kapitalisme ook hier de samenleving afbrokkelt, van privatiseringen in de gezondheidszorg tot de permanente onwil om de omslag naar een duurzame economie te maken. De corona-pandemie moet een kantelpunt worden, en Lleshi gebruikte de lockdownperiode dan ook om de verontwaardiging van zich af te schrijven.

Wat na corona? leest als een militante oproep. Waarom wilde je eigenlijk een brief schrijven, en bijvoorbeeld geen manifest?

‘Een brief is de ideale manier om een gesprek te voeren. Na lezingen merk ik vaak dat mensen die niet in een publiek willen of durven reageren achteraf wel een mail of Facebook-bericht sturen. Bovendien zag ik in de nasleep van de recente besparingen van de Vlaamse regering een gevoel van machteloosheid bij sociaal werkers, middenveldsorganisaties, de culturele sector … een brief is een erg persoonlijke communicatie, zo wil ik die mensen een hart onder de riem steken. Ik wil tonen dat er al een heleboel initiatieven zijn die de wereld beter proberen te maken, van Zonderwijs in Vlaanderen (vereniging voor kinderen zonder papieren, red.) tot de welzijnsbegroting in Nieuw-Zeeland (waarbij niet economische groei, maar welzijn centraal staat in de financiële beleidskeuzes, red). Het valt me op hoe weinig zulke initiatieven bekend zijn bij het brede publiek.’

In die zin bevat jouw boek een brede waaier aan alternatieven voor een betere samenleving.

‘Het boek staat inderdaad vol alternatieven. De welzijnsbegroting in Nieuw-Zeeland vind ik fantastisch, ik ben jaloers op Jacinda Ardern (de huidige sociaaldemocratische premier van Nieuw-Zeeland, red.). Kijk, ik heb veel vertrouwen in Vlaanderen, de evolutie die Vlaanderen heeft doorgemaakt in de laatste vijftig jaar is ongezien. Vlaanderen heeft de juiste mensen en de juiste capaciteiten. Als wij het willen, en machthebbers zouden hebben met visie en moed, zouden we wereldwijde voortrekkers kunnen zijn. Maar er zijn 800 000 werknemers in Vlaanderen die lijden aan chronische stress, 350 000 werknemers kampen met een burn-out, de kinderarmoede wil maar niet dalen, honderdduizenden staan op de wachtlijst voor sociale huisvesting, Vlaanderen is voor milieu een van de slechtste leerlingen van Europa … dat zijn verschrikkelijke cijfers. Ondanks alle mogelijkheden die er zijn, zetten wij niet de nodige stappen.’

Jouw geloof in alternatieven en bottom-up burgerinitiatieven steekt inderdaad nogal af tegen je woede voor de politieke en financiële elite. Is daar niets populistisch aan?

‘Volgens mij ligt daar gewoon veruit het grootste probleem. Dat heeft niets met populisme of simplisme te maken. (fel) De huidige politieke elite is incompetent, zelfs in de huidige crisis laten ze geen moed of visie zien. Er zijn ongeveer vijfduizend mensen in woonzorgcentra gestorven. Nochtans werd al veertien jaar geleden een noodplan bij epidemieën in woonzorgcentra opgesteld. Zonder de experten was het helemaal rampzalig geweest.’

‘Als je dan hoort dat iemand als Jeff Bezos (oprichter van e-commercebedrijf Amazon, red.) tijdens de crisis 24 miljard dollar rijker is geworden, maar voor zijn eigen werknemers wel een ziektefonds in geval van corona opricht waaraan ze zelf moeten bijdragen … dat is toch niet normaal? Uit cijfers van La libre Belgique en De Tijd bleek dat Belgische bedrijven tussen 2016 en 2019 meer dan 700 miljard euro onderbrachten in belastingparadijzen. Toch hebben de grote bedrijven volgens het Federaal Planbureau in 2018 16 miljard euro cadeau gekregen van de Belgische staat. Dat is toch allemaal niet normaal?’

Wat houdt politici volgens jou dan tegen om daaraan iets te doen?

‘Ze hebben te nauwe banden met dat kapitaal. In België heb je ook weinig onderzoeksjournalistiek die die banden onderzoekt. Als Apache (nieuwswebsite voor onderzoeksjournalistiek, red.) één keer een etentje vastlegt tussen de top van de Antwerpse politiek en het zakenleven, worden ze naar de rechtbank verwezen. We hebben hier de cultuur niet om dat soort zaken ten gronde te problematiseren.’

‘Maar het is ook de tunnelvisie van politici. Zolang je meegeeft dat er maar één vorm van economie is, dat economische groei en een hoog BBP de enige maatstaven zijn, dan heb je geen nauwe banden nodig om te geloven dat je rijke bedrijven moet stimuleren. De politiek herhaalt telkens weer dat economische groei iedereen ten goede komt, maar dat is gewoon niet waar. We zien dat slechts een kleine economische elite daarvan profiteert. Er bestaan andere economische modellen die niet per se uitgaan van economische groei, zoals bijvoorbeeld de welzijnsbegroting. Ik denk dat veel politici dat soort zaken echt niet kennen.’

Je ziet daarin een belangrijke taak weggelegd voor het middenveld. Maar ‘wat momenteel ontbreekt is een middenveld dat in zijn kern politiseert’, schrijf je. ‘Veel actoren in het middenveld zijn te lang meegegaan in het verhaal van overheden, en zijn hierdoor gepacificeerd en gedepolitiseerd.’ Wat bedoel je daarmee?

‘België heeft misschien wel het sterkste middenveld van Europa. Dat heeft te maken met een lange geschiedenis van verzuiling. Daarna kwam een periode van verzoening waarbij dat middenveld minder nauwe banden kreeg met politieke partijen binnen een socialistische, liberale of christelijke zuil, maar ook zonder zich tegen die partijen en hun beleid te verzetten. Dat is depolitiseren. Sinds de aanstelling van de nieuwe Vlaamse regering, verzet het middenveld zich weer meer tegen de politiek. Denk maar aan VuurWerk (waarbij meer dan honderd middenveldsorganisaties begin december een week lang betoogden tegen de besparingen van de Vlaamse regering, red.). Ik vind het goed om te zien hoe kritisch het ACV vandaag is tegenover een beleid waaraan nochtans de CD&V deelneemt. Het moet gaan om wat het beleid betekent voor de mensen, niet om politieke kleur of historische banden met een partij.’

Middenveldsorganisaties proberen te wegen op het beleid door voortdurend overleg met de politiek, maar als ik jou zo hoor, is het belangrijk om vaker het conflict op te zoeken.

‘Politiek is conflict. In het land van compromis en van het eeuwige midden lijkt het soms ondenkbaar om politiek als conflict te begrijpen, maar partijen zijn het nu eenmaal niet met elkaar eens. Overleg is nodig, maar als de onderhandelingstafel niet oplevert wat het zou moeten zijn, dan moeten we op straat komen. Van het middenveld op zich heeft de politiek geen schrik, de politiek vreest het middenveld pas als het mobiliseert.’

‘SOTA (State of the Arts, belangenvereniging voor de culturele sector, red.) vind ik een goed voorbeeld. Door de lockdown zit de culturele sector nog steeds in grote nood. SOTA heeft daarop getuigenissen verzameld van cultuurwerkers in financiële problemen omdat ze niet konden terugvallen op tijdelijke werkloosheid of andere steunmaatregelen. Zo kun je laten zien wat de concrete gevolgen zijn van politieke keuzes, en spreek je met — niet enkel namens — de mensen die je vertegenwoordigt. Ik weet ook wel dat je niet elke dag op straat kan komen, maar als het beleid niet goed is voor de mensen, moeten we dat aan de politiek duidelijk maken.’

Hoe heb jij persoonlijk de lockdown beleefd?

‘Het was zoeken, je hele leven valt stil. Ik ben een jonge papa, met twee peuters in huis, dat was in het begin moeilijk. Maar hoewel ik in een van de armere buurten van Brussel woon, hebben we een klein tuintje, dat helpt. Ik heb me vaak afgevraagd hoe het zou zijn als dat er niet was geweest. Sommige mensen moeten het met vijf of zes op zestig vierkante meter doen.’

‘Op een moment van crisis zelf besef je bijna nooit de impact voor de geschiedenis. Maar dit zijn ook momenten van ideeënstrijd. Ik was erg gemotiveerd om daaraan mijn bescheiden bijdrage te leveren, want ondanks alle verschrikkelijke aspecten van de coronapandemie, kunnen we de crisis omzetten in iets positiefs. Dat we nooit meer besparen op gezondheidszorg bijvoorbeeld. Tegen degenen die restloos een economische heropstart bepleiten, moeten wij eerst aan de mensen en aan het klimaat denken.’

Uit: Visie 2 juli 2020

Meer info over het boek

https://www.epo.be/nl/sociaal-politiek/4594-wat-na-corona-9789462672345.html

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s