Home

“Like moonlight on the water
 and sunlight in the sky
 fathers and daughters
 never say goodbye.”

Michael Bolton – Fathers and Daughters

Ik ben bang. En boos. En gevoelig. God, ik ben zo gevoelig. Op elk moment van de dag sta ik op het punt te huilen. Uit wanhoop en gebrek aan controle. Ik reageer het af op mijn broer, mijn vrienden, mijn studies. Ik word boos wanneer iemand klaagt over iets kleins en de tranen springen mij in de ogen wanneer ik de vraag krijg hoe het nu met hem gaat. Soms betrap ik mezelf er zelfs op dat ik me aan het voorbereiden ben op een leven zonder hem. Wanneer ik vooruit denk, heb ik telkens twee scenario’s in mijn hoofd. Één met en één zonder hem. Kwestie van een plan B te hebben en niet voor verrassingen te komen staan. Iets wat ik vier maanden geleden nooit zou doen, omdat dit nooit zou gebeuren. Niet bij hem. Wat toen een nachtmerrie was en zelfs geen mogelijkheid, is vandaag mijn leven. Kanker, het vijfde wiel aan onze mooie wagen.

Hij is al heel mijn leven mijn grootste zekerheid geweest. Ik was het meisje dat ruzie maakte met andere kinderen en wegliep om me achter hem te verstoppen. Ik discussieerde ooit zelfs met een vriendin over wie de knapste vader had. Natuurlijk won ik. Of ze liet me winnen omdat ik voet bij stuk hield. Vanaf het begin was hij onze bron van inkomen, wist hij de weg in dit vreemd land en ging hij ons altijd beschermen. Zoals elke papa beloofde hij ons nooit meer alleen te laten en voor altijd te leven. Een kind zou voor minder zijn vader beginnen aanzien voor een onsterfelijke superheld. Met dat beeld ben ik opgegroeid, in een land dat niet het mijne is maar dat ik me toch eigen moest zien te maken, was mijn gezin het enige dat ik had. Hij was de spilfiguur in ons leven. Dat zorgt voor een speciale band waar veel kinderen van vluchtelingen zich in kunnen vinden.

Wetenschappers zijn het er nog niet volledig met elkaar over eens dat het kan, maar ik herinner me heel duidelijke fragmenten uit mijn eerste drie jaren. Een ervan heeft me mijn hele leven lang in nachtmerries achtervolgd.

Aan de grens met Macedonië moesten we door een grenscontrole. Mama droeg mijn broertje van acht maanden in haar armen en ik hield papa zijn hand vast. Ik weet nog dat we in een rij stonden aan te schuiven. Eenmaal aan ons, gaf papa ons paspoort aan een van de agenten. Omdat er iets mis was werd hij gevraagd mee te gaan. Hij probeerde mij los te laten maar ik had hem met beide armen vast en begon te schreeuwen. Uiteindelijk werden we gescheiden en namen ze hem mee. Mama kreeg het bevel door te lopen en dat kind te doen zwijgen. We kregen niet eens de kans om afscheid te nemen.

“Papa moet woensdag beginnen met chemo.”

Ze zeggen dat dromen kunnen uitkomen, maar dat kunnen nachtmerries ook. Ik was nog geen half uur terug van 3 weken zomervakantie in mijn geboorteland en ik wilde al terug. Mijn leven zonder chemo, ziekenhuisbedden en ‘Kom op tegen kanker’-folders leek zo ver weg. Mijn onsterfelijke superheld verloor in korte tijd meer dan 10kg en het beetje haar dat hij nog had en hij jammert vaak van de pijn. Wanneer ik naar oude foto’s kijk (lees: foto’s van 4 maanden geleden) herken ik hem bijna niet. Hij ziet er niet alleen anders uit, hij praat ook anders en straalt minder energie uit dan hij voordien deed. Alsof het elke dag zondag is en iedereen moet bekomen van zijn week, zitten wij vaak in de woonkamer te wachten tot hij wakker wordt omdat we zijn rust niet willen verstoren.

Dat we heel veel geluk hebben gehad aan de grens met Macedonië, daar ben ik me heel erg bewust van. Papa had zich eruit kunnen praten en stond plots weer naast mij. Ik greep zijn hand stevig vast en heb die nooit meer losgelaten. Mocht ik in Kosovo zijn opgegroeid, zou mijn band met mijn ouders minder intens zijn dan de band die we hier in België hebben opgebouwd. Die is gefundeerd op gevoelens van dankbaarheid, appreciatie en respect. Zowel mijn broer als ik zijn er ons van bewust welke opofferingen zij voor ons hebben gemaakt. Dit hebben ze meermaals duidelijk gemaakt aan de hand van hun jeugdverhalen en hun jeugddromen die ze nooit hebben kunnen waarmaken. We hebben het ook vaak genoeg gezien. In het begin onderhield hij twee jobs en deed hij alles met de fiets tot we genoeg geld hadden voor een auto. Ik herinner me niet te kunnen slapen ’s nachts tot ik hem hoorde thuiskomen. Omdat ik bang was dat hij opgepakt en vermoord ging worden en omdat ik medelijden had met hem omdat hij zoveel moest werken. Oorlog heeft een geweldige impact op het leven van een kind. De trauma’s zijn een feit voor de rest van hun leven, hoe belachelijk ze ook mogen klinken.

Mijn papa zien vechten tegen kanker, dag na dag, heeft opnieuw een grote impact op mijn leven. Het is thuiskomen na een lange dag en terwijl je je jas aan de kapstok hangt, ‘Babush?’ zeggen, hopend op een vrolijke ‘Qika jem!’. Het is soms afspraken afzeggen omdat hij een slechte dag heeft en je thuis wil zijn voor moest er een dokter nodig zijn. Het is zelf maaltijden overslaan omdat hij die dag niet heeft kunnen eten door zijn gespleten tong. Het is jezelf in slaap huilen omdat hij zijn beloning niet gehad heeft voor al zijn harde werk en je zo boos bent dat andere mensen die wel gehad hebben. Mensen die het veel minder verdienen. Maar het is ook genieten van de momenten met ons vier, zonder kanker. Samen naar een film kijken en thee drinken zoals vroeger. Het is het beste van het beste van jezelf geven al is het maar omdat hij je geleerd heeft nooit op te geven en te blijven vechten zelfs wanneer je denkt er alleen voor te staan.

Angst en onzekerheid zijn altijd een rode draad geweest in mijn leven maar ik heb geleerd ze te bestrijden door hard te werken en mijn capaciteiten ten volle te benutten. Uit pure dankbaarheid en onvoorwaardelijke liefde voor mijn ouders, droom ik er al heel mijn leven lang van hen trots te maken. Hen het gevoel te geven dat al die opofferingen niet voor niets waren en ze juist gegokt hebben. Ze zich niet voor niets ziek hebben gewerkt. Door mij te zien afstuderen, een goede job hebben en iets te betekenen voor andere mensen. Dat is mijn doel en zelfs in deze donkere tijden waarin angst en onzekerheid weer de bovenhand nemen, geef ik niet op en dat zal ik ook nooit doen. Al is het maar voor hem.

Deniza Miftari is schrijfster, feministe en activiste. Haar maandelijkse column ‘Mag ik iets zeggen?’ verschijnt op Bleri Lleshi’s blog.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s