Home

meyrem almaciEen gesprek met Meyrem Almaci, voorzitster van Groen en kamerlid. Almaci vertelt over haar politiek bewustzijn, de eerste stappen in politiek en de nood aan een ideologisch debat.

Bleri Lleshi: Je bent vandaag partijvoorzitter van Groen. Wanneer is echter je politieke bewustzijn begonnen?

Meyrem Almaci: Mijn politiek bewustzijn is begonnen toen ik nog een puber was en zoals iedereen op zoek was naar mijn identiteit. Ik was een kind op het Vlaamse platteland die op school ging in Sint-Niklaas en later wilde gaan studeren. In die tijd was ik mij aan het ontworstelen aan de eisen van de achtergrond. Ik ging als meisje karate leren en badminton spelen, ondanks het feit dat ik toen een hoofddoek droeg. Ik ging ASO studeren terwijl vanzelfsprekend was dat ik TSO of BSO zou volgen. Ik was toen ook bezig met feminisme. Dit had te maken met de obstakels die ik tegenkwam binnen de eigen gemeenschap maar ook daarbuiten. Het is tussen 15 en 20 jaar dat ik een feministe ben geworden en begon op te komen voor de minderheden. Ik was al een brugfiguur want ik ging als kind vaak tolken voor mijn ouders.

Waar ik woonde was ik vooral bezig met het thema jeugd en de positie van minderheden. Maar ik was ook bezig met Greenpeace, Natuurpunt en WWF. Ik was toen heel begaan met Doel, dat aan mijn achtertuin lag, en het gevaar dat die ooit zou ontploffen. Ik deed ook mee aan anti-kernwapen- acties.

BL: Je moet wel eerder een uitzondering zijn geweest gezien je leeftijd en migratieachtergrond?

MA: We waren thuis allemaal heel verbaal en discussieerden graag. We volgden politiek totaal niet. We waren een traditioneel Turks gezin, maar wel heel bewust. Het was eerder mijn familie die een uitzondering was in de gemeenschap. Bijvoorbeeld toen ik mijn hoofddoek uitdeed als jong meisje was mijn vader heel erg bedroefd, maar hij zei ‘als ik u dwing dan ga ik ook tegen de Koran, namelijk dat dwang niet mag.’ Mijn vader was iemand die zelf veel boeken las en met wie je kon discussiëren.

BL: Waren er dan boeken thuis?

MA: We zijn van kleins af aan naar de bibliotheek gegaan en waren zelfs lid van een boekenclub. We waren met ons gezin recordontleners in de bieb. We hadden geen geld om boeken te kopen dus de bibliotheek was onze redding.

BL: Welke boeken zijn je bijgebleven?

MA: Het waren vooral de publicaties van Club van Rome of het werk van feministische auteurs zoals Germaine Greer die mij bewust hebben gemaakt. Eens op de universiteit heb ik andere auteurs ontdekt en veel boeken gelezen. Aan het werk van mijn toenmalige promotor, Rik Pinxten, heb ik ook veel gehad.

BL: Het groene gedachte was vroeg genesteld in je denken. Hoe komt dat?

MA: Het klinkt misschien raar, maar het verhaal van kernenergie heeft een rol gespeeld. Mijn ouders waren boeren en maakten zelf kaas, brood enz. Tsjernobyl lag nog vers in geheugen. Onze groenten in de moestuin lagen heel dichtbij Doel. Na de ontploffing in Tsjernobyl volgden de verwarrende berichten over wat je wel of niet mocht eten uit de tuin. Ik piekerde daar veel over. Wat moesten we nu doen: onze groenten eten of niet? Anderzijds we zaten niet in de socio-economische positie om kieskeurig te zijn. We hadden dus niet veel keuze. Dat heeft me geholpen om de klik te maken dat de natuur en het socio-economische aspect enorm belangrijk zijn.

BL: Was Agalev een logische keuze toen of heb je ook aan andere politieke partijen gedacht?

MA: Neen, nooit. Ik was al jong bewust en militant, maar Agalev bestond niet in onze gemeente. De eerste keer dat ik mocht gaan stemmen wilde ik stemmen op Agalev maar kon dus dat niet. Een aantal vrienden vroegen mij of ik interesse had om samen een lijst in te dienen. Ze wisten dat ik heel actief bezig was in de gemeente vooral bij het jeugdhuis. Zo ben ik toevallig ingerold in politiek.

Lang heb ik niet getwijfeld want ik ben iemand die actiegericht is. Ik wil dingen veranderen en verbeteren en als dat betekent dat ik in actie moet schieten, dan doe ik dat. We hadden nooit gedacht dat het ging lukken maar plots zat ik in de gemeenteraad. Drie jaar later kwam het zware nationale verlies van Groen die veel verslagenheid met zich bracht. Toen ben ik voorgedragen om in het nationaal politieke raad te zetelen. In die tijd ben ik ook woordvoerder geworden van Jong Groen. In 2007 heb ik een keuze moeten maken. Oftewel mijn academische carrière aan de VUB of volledig focussen op politiek. Uiteindelijk heb ik gekozen voor politiek. Ik werd in de pers onthaald op de typische manier: daar heb je een alibi-allochtoon. Ik was toen totaal onbekend.

BL: Intussen zit je al 15 jaar in de politiek. Wat zijn volgens u de pijnpunten van het huidige politiek systeem?

MA: Het gaat razendsnel in de politiek. Elk woord dat je zegt wordt gescreend. De eerste fout die je maakt kan zware gevolgen hebben. Zeker vandaag met de sociale media zoals Twitter. Een ander pijnpunt die ik zie is het gebrek aan coaching. Er zijn politici die niet uit de hogere middenklasse komen of families die politiek actief zijn. Het protocol, de ongeschreven regels die zijn zo belangrijk maar je kent ze niet. De drempels zijn heel hoog voor wie de wereld van Wetstraat niet kent.

Een andere pijnpunt die ik zie is de grote macht die partijvoorzitters hebben. Zeker de partijvoorzitters van de meerderheid zijn de schoonmoeders van de parlementen. We moeten kijken naar de werking van het Europees Parlement waar de slagkracht groter is net omdat parlementsleden meer vrijheid hebben in hoe ze stemmen.

BL: Dus je gaat je eigen parlementsleden niet om slaafs de eigen programma te volgen?

MA: Je hebt natuurlijk een partijprogramma, maar er moet bandbreedte zijn voor de parlementsleden om zelf initiatief te nemen. Bij partijen zoals N-VA is er een kadaverdiscipline als je ziet hoe hun parlementsleden stemmen. Een positief voorbeeld is Eric Van Rompuy die zegt ‘ik ben christendemocraat, maar heb ook mijn visie en de partij moet ook rekening houden met wat ik denk’. Die wisselwerking, dat lijkt me een gezondere houding.

Ik zie ook een beperking van democratie. Democratie is meer dan om de 5 of 6 jaar een bolleke kleuren en voor de rest moet je u koest houden want ‘het is de primaat van politiek’. Dit is gelijk aan op zijn Romeins zeggen ‘we hebben de verkiezingsoorlog gewonnen dus of je voor of tegen bent, je hebt niets meer te zeggen, wij doen het op onze manier.’ Anno 2015 is dit een zeer bizarre manier om met de burgers om te gaan. De tijd van de alleenheersers is voorbij en er is expertise voor allerlei zaken, ook bij andere mensen dan politici.

BL: Wat is je toekomstvisie over politiek? En is een andere visie mogelijk?

MA: Ja, want ik was er anders nooit hier geraakt. Mijn grootste bezorgdheid zijn de blancostemmers. Ze geloven dat het toch niet gaat uitmaken of ze stemmen of niet. Want er wordt geen rekening met hen gehouden. Mensen willen dat politici naar hen luisteren, niet alleen voor verkiezingen, maar ook na verkiezingen. We moeten op politiek niveau meer inhoudelijke debatten gaan voeren.

De samenstelling van onze parlementen staat soms haaks op hoe de samenleving eruit ziet. De samenleving wordt steeds diverser, parlementen blijven vooral blank. Daarom dat ik zeg dat we mensen van andere origine of niet hoogopgeleiden beter moeten coachen en omkaderen zodat ze aanwezig zijn in onze parlementen. Dit betekent deze mensen niet alleen op je lijst zetten, maar ook op een verkiesbare plek. Anders moet je niet verschieten als gemeenschappen zeggen dat ze louter als kiesvee worden gebruikt.

Ik zie heel wat uitdagingen maar ik ben hoopvol want ik zie steeds meer mensen zich verzetten tegen de enge visie van politiek als bolletjes kleuren.

BL: Wat moeten we verwachten van de burgers?

MA: Engagement is geen vies woord. Engagement is superwaardevol en kan veel energie geven. Soms denken mensen ‘ik ben een druppel op een hete plaat en er verandert niets’. Maar als je al die mensen samen brengt dan zie je hier ook in het parlement dat die mensen wel druk kunnen voeren op politiek. Denk aan het debat over de tax shift. De mensen willen dat wel en ze laten dat horen.

BL: Je hebt steeds meer burgerbewegingen die opkomen en soms met basisdemocratie experimenteren. Wat is je mening hierover?

MA: Ik vind het fantastisch. De stRaten-Generaal en Hart boven Hard vind ik hele gezonde bewegingen en ik hoop dat er nog meer komen. Het spillovereffect daarvan op de politiek is enorm.

BL: Dergelijke bewegingen moeten in interactie zitten met parlementaire democratie of zouden we best parlementaire democratie laten vallen en voor participatiedemocratie kiezen?

MA: Op dergelijke bewegingen wil ik geen vat hebben. Ik wil deel van uitmaken maar voor de rest ze moeten vooral vrij zijn. Wat ik wel wil is het signaal van dergelijke bewegingen in het parlement binnenloodsen. Op die manier kunnen ze een effect hebben op de besluitvorming.

BL: Filosoof Thomas Decreus beweerde onlangs in een interview dat conflict centraal staat in politiek. Deel je zijn mening?

MA: Politiek is een georganiseerd meningsverschil dus dat is conflict. Conflictueuze gedachten komen samen en hier moet je zien toch tot een akkoord te komen.

Niet alleen wat in parlement gebeurt is belangrijk. Je ziet dat wat uit de maatschappij en middenveld zelf komt soms sterk in conflict staat met wat de meerderheid van parlementsleden denkt. Denk aan de discussie over de gasboetes. Dit heeft te maken met het feit dat parlement veel te weinig haar oorspronkelijke rol speelt.

Ik wil dat we terug een ideologisch debat voeren. De ideologische scherpte is er op dit moment niet. Die is echter nodig willen we alternatieven bieden aan de mensen.

BL: Welke rol hebben de politieke partijen hier te spelen? Bovendien is de manier hoe politieke partijen vandaag functioneren nog relevant?

MA: Voorzitters als managers is geen goed idee. Als politieke partijen gemanaged worden waar zit de ideologie dan nog? De wereld verandert constant dus een partij moet daar rekening mee houden. Het idee dat een ideologie onveranderlijk is terwijl de wereld verandert, vind ik heel bizar. Dat zou betekenen dat we dogmatisch bezig zijn. We dienen ideologisch debat altijd gaande houden. We moeten terug conflict hebben voor ideeën.

BL: Ben je hoopvol voor de toekomst?

MA: Ik ben hoopvol omdat ik veel zie bewegen op terrein. De nieuwe rol van de steden maakt me ook hoopvol. Het daagt ons uit om anders na te denken over de urbanisering en de natiestaat.

Ik ben minder hoopvol als ik zie hoe de nationale politiek en de partijvoorzitters van meerderheid vastzitten en niet weten om te gaan met de verandering. Concentratie van de macht bij een kleine elite maakt me ook pessimistisch.

BL: Welke boodschap wil je meegeven aan de lezers?

MA: Dat ze veel meer macht hebben dan ze denken. Hiervoor moeten mensen wel bewust worden van het feit dat politiek een impact op hun leven heeft en zelf ook in actie komen. Yes, you can!

Interview door Bleri Lleshi

Op 11 februari in Muntpunt treedt Meyrem Almaci in gesprek met Thomas Decreus over de toekomst van politiek.

Alle informatie kan u hier vinden.

https://www.muntpunt.be/content/lezing-en-debat

https://blerilleshi.wordpress.com

https://www.facebook.com/Bleri.Lleshi

@blerilleshi

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s