Home

Lieski 435045Bleri Lleshi maakte naam met een discours rond de nieuwe, meervoudige identiteiten van jongeren. Maar de oplossingen in het diversiteitsdebat zoekt hij boven de verschillen uit. Problemen zijn kleurloos. “Ik zeg je: er is géén integratieprobleem in Brussel.”

Pas helemaal aan het einde van het dik twee uur durend gesprek wil Bleri Lleshi antwoorden op de eerste vraag, die naar zijn eigen migratieachtergrond. En dan nog doet hij het maar half.

‘Mijn eigen verhaal boeit me niet’, begint hij eerst nog, in zijn gezellig rommelig appartement in Brussel, recht achter het Flageyplein. ‘En dat gebrek aan interesse is wel degelijk een antwoord op de vraag. Ik wil niet die ‘man met een migratieachtergrond’ zijn, die ‘allochtoon’. Ik hou er niet van om telkens weer gevraagd te worden naar mijn origine. Ik ben een Brusselaar, begaan met zijn stad, spreek me zo maar aan.’ Brussel, de stad waar Lleshi politieke wetenschappen en filosofie studeerde, waar hij zijn kritische visie op zijn populaire blog laat horen. Brussel, een stad die naar eigen zeggen zijn ‘prioriteit’ is geworden. En dus ook de basis voor zijn identiteit. ‘Ik schrijf over armoede, over het neoliberalisme en stedelijkheid – en dus ook over diversiteit, want dat loopt door al die onderwerpen heen. Maar wel in die volgorde dus, niet wegens mijn eigen afkomst.’

Het is een veelzeggend antwoord. Niet zozeer omwille van de reden ervoor – de roep van mensen uit minderhedengroepen om niet telkens alleen benaderd te worden op basis van hun origine, klinkt al enkele jaren oorverdovend. Maar het zegt des te meer over de figuur Lleshi, en over de oplossingen die hij aanreikt in het diversiteitsdebat. Dit is een man die houdt van discussie en debat, van uitdagen. Lleshi is een luis in de pels, een rebel die niet te veel op heeft met de gevestigde waarden en instanties – zelfs niet met diegenen waartoe hij zelf gerekend wordt. Zo komt zijn kritiek op de linkse beweging tijdens het gesprek vaak genoeg bovendrijven. Kortom, dit is geen man die zomaar antwoordt op een vraag die hem niet zint, maar iemand die het debat zelf wil bepalen. En ook daarom is zijn weigering om te vertellen waar hij vandaan komt interessant.

‘Journalisten komen me vragen waarom ‘de multiculturele samenleving in Brussel is mislukt’, in hun woorden. Als ik dan vraag hoe ze daarbij komen, verwijzen ze naar de armoede en de werkloosheid. Maar wat heeft dat met integratie te maken? Ik zeg je nu: er is geen integratieprobleem in Brussel. Er zijn socio-economische problemen in onze maatschappij: de ongelijkheid tussen arm en rijk stijgt, de armoede wordt groter. En dat laatste maakt nu eenmaal geen onderscheid qua kleur, blanke armen hebben net dezelfde achtergrond. Ons economisch systeem moet socialer worden, rechtvaardiger, meer solidair. Ik ben een linkse marxist, dat mag je gerust weten. De herverdeling stokt al jaren, doordat internationale bedrijven en de superrijken amper belastingen betalen. Het onderwijs blijft ongelijk, er zijn niet genoeg jobs op de arbeidsmarkt, huisvesting is voor de meeste onder ons te duur. Dat zijn de problemen, en ze zijn gekend. Alleen worden ze, als het over immigranten en hun kinderen gaat, telkens weer geculturaliseerd. Dan wordt armoede plots een veiligheidsrisico, slecht onderwijs een probleem van anderstaligheid, en werkloosheid een van motivatie. Deze samenleving moet leren om alle mensen gelijk te behandelen, en dus ook hun problemen. Daarom moet het debat dringend weg van de culturele en etnische discussies. Dit zijn burgers, en hun problemen zijn die van de hele samenleving. Wij moeten ervoor zorgen dat iedereen hier een leven kan opbouwen, of hij of zij hier nu is voor een leven, of voor tien jaar of een.’

‘Of dat kan? Een samenleving opbouwen met mensen die hier maar kort zijn? Natuurlijk, er zijn altijd passanten geweest. En in deze tijden van globalisering des te meer. Vooral aan blanke kant overigens: daar heten ze expats, wereldreizigers. Maar als hoger opgeleide migrantenjongeren hun heil gaan zoeken in andere landen – en vooral in Nederland, Duitsland en Frankrijk is dat stilaan grote proporties aan het aannemen – dan wordt dat plots verschrikkelijk gevonden. Nog een voorbeeld van een onevenwicht. Als die migrantenjongeren ergens anders naartoe willen, dan vind ik dat prima. Al ben ik het mee eens dat we ze hier nodig hebben.

It’s the economy stupid

Het diversiteitsdebat is voor Lleshi in de eerste plaats een zaak van economisch klassenverschil. Maar heeft het culturele er dan niets mee te maken? Neem alleen al het duidelijke bestaan van discriminatie, is dat op zich niet genoeg bewijs dat er ook een probleem is dat verder gaat dan enkel arm of rijk? ‘Natuurlijk’, knikt Lleshi. ‘Maar ook daar ligt de oplossing in een beleid dat net geen onderscheid maakt, dat de problemen even objectief aanpakt als de cijfers ze aantonen. Telkens opnieuw wijst onderzoek zeer duidelijk uit waar de discriminatie ligt. Dat werkgevers en huiseigenaars filteren op afkomst, dat het onderwijs niet is aangepast aan diverse klassen. Daar bestaan wetten voor, die echter niet genoeg worden toegepast. Dat maakt zulke discriminatie institutioneel. En vooral, het geeft minderheden het gevoel dat ze niet serieus worden genomen, ondanks alle cijfers. Opnieuw: behandel hen als burgers. Laat moslima’s werken met een hoofddoek, verbied kinderen niet om een vreemde taal te spreken op de speelplaats, voorzie gebedsplaatsen voor moslims zoals je dat doet voor katholieken. Dat komt neer op het toepassen van dezelfde regels en vrijheden voor iedereen, geen culturele uitzonderingen.’

Is dit dezelfde man die vier jaar geleden geleden het boek Identiteit en Interculturaliteit schreef? Over de meervoudige identiteiten die onder Brusselse jongeren opgang maakten, en vooral over het belang van zulke identiteiten in het debat? ‘Ik ben daarin geëvolueerd, ik geef dat eerlijk toe’, glimlacht Lleshi. ‘Pas op, ik vind identiteit helemaal niet onbelangrijk. En natuurlijk speelt het een rol. De vraag is of het bijdraagt tot een echte oplossing van de problemen. We hebben enkele jaren geleden een hele tijd gepingpongd over identiteit, Belgisch of Vlaams. Ik vond dat vrij nutteloos want het ging om vaste identiteiten. Het is me soms ook gewoon te symbolisch. Als die evenementen om mensen van verschillende origine en identiteit dan bij elkaar te brengen, op buurtfeesten en in –winkels. Goed hoor, maar als die mensen naar huis gaan, staat die armoede daar nog steeds hé.’

‘Ik hoor het ook bij de jongeren in Brussel. ‘Dat identiteitsdebat over natie boeit ons niet’, zeggen ze me. En opnieuw wil dat niet zeggen dat er geen nieuwe interessante identiteiten opkomen en bloeien. Meervoudige, flexibele identiteiten die veranderen en door elkaar lopen. Belgo-Turken, Afro-Vlamingen, métissage … Maar het zijn identiteiten die worden beleefd, niet zozeer bevraagd. Je moet die niet willen definiëren of vastleggen.’

Maar waar komen de verschillende groepen in de maatschappij dan samen, willen we weten. Zelfs al krijg je ze socio-economisch op eenzelfde niveau. ‘Dat is de grote vraag. Hoe kan je binnen al die verschillen toch tot een gemeenschappelijk project komen, in plaats van naast elkaar te leven? Dan is die gelijke aanpak natuurlijk een eerste voorwaarde, maar het gaat verder. Je moet mensen overtuigen om allianties aan te gaan die verder reiken dan hun eigen groep, en dat is in de praktijk vandaag erg moeilijk. Waarom bestaat er bijvoorbeeld geen breder front onder mensen met een migratieachtergrond, tegen de uitzetting van asielzoekers naar oorlogslanden? Ik vind dat persoonlijk erg jammer. Je hebt vandaag racistische homo’s, strijders voor vrouwenrechten die niet willen weten van feministische moslima’s met een hoofddoek, moslimjongeren die homo’s haram vinden. Allemaal mensen die respect willen voor diversiteit, maar daarin blijkbaar grenzen stellen. Wat natuurlijk niet kan. Diversiteit gaat niet enkel over je eigen gelijk. Die bewustwording, de aanvaarding van verschil in al zijn vormen, kan dat gemeenschappelijk project zijn. De aanvaarding van de nieuwe samenleving, niet alleen voor de mensen met een migratieachtergrond die zogezegd moeten integreren. Maar ook voor de anderen, de Vlamingen en blanke Belgen. Ook zij moeten leren leven met verschil. Zolang men maar beseft dat dat verschil niet absoluut is. Ik ben ook een Belg, net zoals mensen met een heel andere afkomst of groepsidentiteit. Ik ben ook een Brusselaar, een wereldburger zelfs. Niet op een hippie-achtige manier, dat laatste. Maar omdat ik geïnteresseerd ben in de Arabische Lente, in vrouwenrechten in Cambodja, in de protesten in Turkije. En ja, vooruit dan, ik ben ook van Albanese origine. Een hele verrijking en dat is wel degelijk persoonlijk belangrijk voor mij, maar niet als enige. Laat staan als eerste.’

Interview // Jelle Henneman

Uit het boek ‘Migratiemaatschappij: 20 stemmen over samenleven in diversiteit’, Acco, 2014

https://blerilleshi.wordpress.com
https://www.facebook.com/Bleri.Lleshi
@blerilleshi

One thought on “Interview in het boek Migratiemaatschappij // ‘Diversiteit gaat niet enkel over je eigen gelijk’

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s