Home

aya sabiIk ben niet van hier. Ik kom niet van ver. Vanuit thuis leek mijn stad op een dorp: een grote struik, een kort hekje, een stil treinspoor en weilanden.

Als ik me omdraaide zag ik een speeltuin, een paar bomen die een dichte begroeiing vormden, waaronder een pad leidde naar oma en opa, oom Abdel en al die andere wezentjes die in mijn herinnering dwarrelen als zoute vlindertjes en mij met hun vleugels koelte toewaaien. Op dat pad ploften kastanjes, die ik opving en opat. Vaak waren ze bitter, maar het was heerlijk om de herfst te voelen. Om doorheen alle seizoenen in het jaar en in mijn gemoedstoestand te ontbijten met mijn grootouders: vers brood, olijfolie en oma´s thee, geurend naar haar gezondheid.

De stad die op een dorp leek, lag in een land waar zowel Vlamingen als Walen Belgen waren, waar we moppen over tappen:

Een Belg liep met zijn oor helemaal in het verband. Een Nederlander kwam hem tegen en vroeg: ´Wat is er met jou gebeurd?´ waarop de Belg antwoordde: ´Ik was aan het strijken toen de telefoon ging.´

Slechts kleine aanpassingen en u zult er om kunnen lachen.

Een Hollander liep met zijn oor helemaal in het verband. Een Belg kwam hem tegen en vroeg: ´Wat is er met jou gebeurd?´ Waarop de Hollander antwoordde: ´Ik was aan het strijken toen de telefoon ging.´

Het idee dat het in België beter zou zijn, werd in die tijd algemeen aanvaard. De boodschappen zijn hier duurder, maar de wetten zijn gunstig, leken veel volwassenen te zeggen. Nu vraag ik me af op welke vergelijkende studie zij zich baseerden. Het gras is altijd groener aan de overkant. Mijn moeder twijfelde. Papa niet. Ooit gezworen om het beste uit zijn dochters boven te halen, verruilde hij zijn goedbetaalde baan voor een koud kikkerland. Nu broedde hij op het plan om voor het Belgisch onderwijssysteem te kiezen.

Stilletjes gaf de toekomst zich over aan een ander ontwerp. Nadat ik beloofd had om regelmatig langs te komen, lachte mijn hechte vriendengroep met mijn vertrek door een Belgisch accent te imiteren. We zaten in groep acht en zouden brugklassers worden, mondig en dapper genoeg om ieder voor andere scholen te kiezen. Maar velen vertrokken.

In iedere ruimte uit mijn kindertijd doemen Y., ons buurmeisje, en S., onze buurjongen, op. Het geluid van ons lachen was hoog en de stoep danste onder het ritme van onze skeelers. Zij gingen weg en we waren genoodzaakt op zoek te gaan naar buren waar ons huis tegen kon leunen. J., een vriendin waarvan ik me zo kan herinneren hoe ze keek bij alles wat ik haar vertelde, vertrok naar Curaçao. De Atlantische Oceaan dobbert tussen ons in. Het tijdsverschil maakt van ons twee heel andere mensen met dezelfde herinneringen. Ik stak enkel de Maas over. Met mijn vertrek werd er gelachen. De moppen over Belgen werden opgerakeld.

Ik had me eerder verzoend met de wending waarin mijn bergpad zich kronkelde, verheugde me op wat zou verschijnen als ik de bocht nam. In gedachten stippelde ik mijn levensloop uit. Totaal anders dan hoe ik mijn leven nu bouw.

Ik zie ze nog, onder de tunnel of bij een feestje. Wanneer het gemis omhoog borrelt als een schijnbaar uitgedoofde vulkaan die de hutjes aan zijn helling verbaasd doet kijken door hete wolken uit zijn krater te laten ontsnappen.

Over de Maas.

Ik kreeg de indruk dat Belgen waren blijven hangen in het Middelnederlands. Ik herkende ´gij´ en ´u´, ´zijt´ en ´waard´ enkel uit het Onze Vader en het Wilhelmus. Het verbaasde me dat ook jongeren onderling zo praatten. Een ajuin is een ui. Iemand die je niet graag ziet, is een BLO, dit woord is voor mij nog altijd een duister mysterie. Ik kreeg discussies over hoe het woord discussie uitgesproken moet worden. Een klasgenoot vertelde steeds over haar bomma en bompa. Het beeld van twee ronde, oude, grijze mensen die, o zo, lief en schattig zijn en je constant taart aanbieden, doemde bij mij op. Het Vlaemsch, waar ik samen met alle andere Nederlanders de spot mee dreef, werd schoon (niet hygiënisch). De taal is zacht, subtiel en charmant. ´Ik zie u graag.´ ´Gij zevert de godganse dag.´

Ik geloofde niet in stereotypen, in clichés, maar sinds kort geloof ik stiekem wel in een algemeen beeld. Ik geloof namelijk dat bepaalde volkeren door bijvoorbeeld hun geschiedenis, hun ligging, het klimaat, een bepaalde eigenschap meer ontwikkeld hebben. Ik kan en wil niet ontkennen dat Nederlanders mondig zijn. Nederland is een vrij land. Naast coffeeshops karakteriseren ook de verregaande vrijheid van meningsuiting en van geloof Nederland. Het is omwille van de beperkingen in mijn doen en laten, na ons vertrek uit Nederland, dat ik ben beginnen te schrijven.

Nu zing ik een toontje lager. Ik ben een voorvechter van vele vrijheden, onder andere de vrijheid van meningsuiting, maar laatst werd er gepronkt met de Hollandse eerlijkheid, wat betekende: leugens verkopen, groepen tegen elkaar afzetten, misleiden, verleiden tot onverzoenlijke haat, een politieke carrière bouwen op gewaagde uitspraken, dure advocaten betalen om onder de gevolgen van woorden, die vogels uit de lucht doen vallen, te komen. En ondertussen vragen om een excuses voor half tien. Willen we meer of minder onbekwame politici?

Het ergert me niet dat er gekken zijn, maar dat ze aanhangers hebben.

Volgens de Nederlandse moppen zijn Belgen dom. Om het Belgisch beleid, de opeenvolging van staatshervormingen, de verschillende gemeenschappen, de faciliteitengemeenten, het federalisme en confederalisme te begrijpen, moet je wel slim zijn. België is ingewikkeld.

Ik woon bijna zes jaar in België en ik kan alleen maar concluderen dat de overgrote meerderheid van de mensen die ik hier tegenkom sympathieke, warme mensen zijn. Ik heb de Vlaamse taal leren waarderen. Het is een land dat de Franse, Nederlandse, Spaanse en Duitse overheersing van haar heeft afgeschud en op zichzelf bestaat, onder de agressieve taalpolitiek geleden heeft, maar altijd in het dialect bleef denken.

Zowel in Nederland als in België regent het soms te vaak, waardoor het gras altijd groen is. Mijn thuis is slechts veertig kilometer verschoven, maar elke kilometer heeft zo´n impact gehad op wie ik ben, wie ik ontmoet, waar ik ga, wat ik doe, welke kansen ik krijg.

Wie ik niet ben, wie ik niet ontmoet, waar ik niet naartoe ga, wat ik niet doe en welke kansen ik ontloop. Elke futiliteit schetst een andere toekomst. Waar het beter is, weet ik niet. Mijn leven in België kan ik niet vergelijken met een leven in Nederland dat parallel loopt. In Nederland verzuchtte ik in een knus, kinderlijk hol. In België trek ik mij los, probeer ik vleugels en ga op het randje van de toekomst staan.

Klaar om te springen en te hopen dat mijn vleugels sterk genoeg zijn om me te dragen.

Aya Sabi is columniste. Haar column Boven de storm verschijnt maandelijks op Bleri Lleshi’s blog.

Foto @ Sylvia Sinigaglia

Volg de columns op

https://blerilleshi.wordpress.com

https://www.facebook.com/Bleri.Lleshi

@blerilleshi

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s