Home

bleri lleshi sampolIn zijn nieuwe boek ‘De neoliberale strafstaat’ waarschuwt Bleri Lleshi voor een strafstaat gebouwd op de ruïnes van de welvaartsstaat. “De opkomst van het ene gaat hand in hand met de afbouw van het andere,” waarschuwt de politiek filosoof. “De grote belofte van de actieve welvaarts-staat is een fiasco geweest en zal ook in de toekomst geen soelaas bieden. Daarmee behoud je enkel een onrechtvaardige status-quo. Toch is een ander systeem mogelijk. Alleen moeten we er ons toe engageren. Het is zaak ons niet te laten demotiveren. Want de kracht van het kapitalisme is dat het doelbewust alle mogelijke alternatieven kapot maakt of recupereert.”

Eerder dan de socio-economische positie van armen aan te pakken, kloppen politici steeds meer op de nagel van repressie, stelt Bleri Lleshi (1981) in zijn recent bij EPO verschenen boek De neoliberale strafstaat . Hij verkondigt al jaren een boodschap die niet past in het dominant discours, maar raakt met dit boek duidelijk een gevoelige snaar. Een week na publicatie prijkt het mooi op plaats twee van meest verkochte boeken in boekhandel De Groene Waterman in Antwerpen, tussen kleppers Erwin Mortier en Stefan Hertmans. Eigenlijk schreef Lleshi 4 boeken in 1: over jongeren en de stad, over het neoliberalisme, over de strafstaat en over het post-kapitalisme. Het toont aan wat een multidisciplinaire duizendpoot deze Albanese Brusselaar is. Op zijn populaire blog (https://blerilleshi.wordpress.com) beschrijft hij zichzelf als filosoof, activist en documen-tairemaker. Lleshi opereert op het raakvlak van politiek en filosofie, van de theorie en de praktijk. Hij is een van de weinige politieke filosofen in ons land die nadenkt over de grootstedelijke problematiek binnen de steeds complexer wordende globale samenleving. Door de mainstream media in een hokje geduwd als ‘linkser dan Marx’, is hij eerder een ‘filosoof van de stad’. Als jongerenwerker – want dat is zijn ‘echte’ job – ziet hij de rauwe realiteit van de Brusselse jongeren. Van daaruit legt hij de link met de internationale theorie.

De neoliberale strafstaat fileert haarfijn en genadeloos hoe het neoliberalisme insnijdt op ons leven. “Ik wil geen kamergeleerde zijn”, stelt Lleshi bij het begin van het gesprek. “Met de dagelijkse prikkels van de straat ga ik op zoek naar antwoorden op theoretisch niveau. Voor mij is het belangrijk een brug te bouwen tussen theorie en praktijk. Ik werk al een aantal jaren met jongeren in Brussel. Hun harde realiteit was mijn vertrekpunt. Bij hen zag ik armoede, uitsluiting, grote en kleine frustraties op de arbeidsmarkt en in het onderwijs, negatieve vooroordelen over Nederlandstaligen, enzovoort. Maar toen ik hen thuis ging bezoeken, zag ik alleenstaande moeders die nog meer in de miserie zaten dan de kinderen zelf. Daar is het thema neoliberalisme voor het eerst tot mij gekomen. Dit ging dieper.”

In het publieke debat spreekt men constant over het neoliberalisme, maar lezen we vrijwel nergens wat het precies inhoudt. Hoe zou u het omschrijven?

“We moeten goed beseffen dat neoliberalisme niet alleen met een doorgeslagen vrije markt te maken heeft, maar ook een sociaal, politiek en cultureel aspect heeft. Het beïnvloedt onze relaties, onze gezondheid, enzovoort. In het werk van de neoliberale denkers vind je niet al-leen een visie voor de economie, maar voor de hele samenleving. Neoliberalisme draait rond ‘vrijheid’ en ‘competitie’ op alle domeinen van het maatschappelijke leven.”

“In Hayeks boek Road to Serfdom komt het woord ‘vrijheid’ 374 keer voor. Het is belangrijker dan rechtvaardigheid of ongelijkheid. Vrijheid is een concept dat iedereen aanspreekt – wie is daar nu tegen? Dat hebben de theoretische grondleggers goed gezien. Maar het klopt niet dat we vandaag nog nooit zo vrij zijn geweest. We zitten gemiddeld in 300 databanken. Onze telefoongesprekken en mails worden zonder onze toestemming jarenlang in databanken opgeslagen. Supermarkten gebruiken de gegevens van ons koopgedrag. En banken overwegen onze gegevens aan bedrijven door te spelen. Over welke vrijheid spreken we dan? We moeten dat begrip dus terug claimen.”

“Een tweede fundamentele waarde van het neoliberalisme is ‘competitie’. Vertrouw op de kracht van competitie, dan zullen bedrijven en mensen beter presteren. Ook dat is uiterst problematisch gebleken. Sinds de invoering van de neoliberale politieke agenda, vanaf de jaren 1970 tot en met vandaag, bleken de gemaakte beloftes van de leden van de Chicago School vals. We zitten in een diepe economische catastrofe, met een energie-, voedsel- en klimaatcrisis die alleen maar erger wordt.”

Het neoliberale gedachtegoed kent een lang ontstaansproces. Neoliberalen werden decennialang gene-geerd. Keynes blaasde Hayek omver met zijn argumenten.

“Toch bleven ze decennialang ongelooflijk geduldig schaven aan hun gedachtegoed in denk-tanks. Ook gaven heel wat van hun leden les aan universiteiten, maar werden ze betaald en gesteund door rijke bedrijfsleiders en stichtingen zoals Foundation for Economic Education en William Volker Fund. Zij schreven de complexe neoliberale theorie toegankelijk neer voor de media. Geleidelijk aan sijpelde het door in het algemene discours. Na verloop van tijd schoven ook politici, ondernemers, journalisten, marketingspecialisten dat gedachtegoed mee naar voren. Toen we in de jaren 1970 met de ‘oude’ recepten van Keynes maar niet uit de crisis geraakten, was het moment gekomen voor de ‘nieuwe’ recepten van het neoliberalisme. Ronald Reagan en Margaret Thatcher werden de politieke vlaggenschepen. Maar later hebben ook Bill Clinton en Tony Blair min of meer hetzelfde beleid voortgezet.”

Waarom haalden sociaaldemocraten in de jaren 1990 Keynes niet opnieuw vanonder het stof?

“Voor de periode-Reagan/Thatcher bestond in de meeste westerse landen consensus over het sociaaleconomisch beleid. Het was een op Keynes geïnspireerd sociaaldemocratisch model van kapitalisme, dat Rechts niet eens in vraag durfde te stellen. Na de, op sociaal vlak, desastreuze jaren 1980 liet de sociaaldemocratie na aan een alternatief te werken. Ze regeerde vanuit angst. Een positie waar ze vandaag nog steeds in zit. François Mitterand privatiseerde volop. Tony Blair bouwde het hele welvaartssysteem verder af. Bill Clinton maakte de natte droom van de neoliberale theoretici waar door op vijf jaar tijd 56 miljard dollar te besparen op de welvaartsstaat en 3,5 miljard dollar te investeren in de gevangenisindustrie. In Duitsland waren de Hartz-hervormingen van Gerhard Schröder een pijnlijke historie. Eigenlijk heeft de sociaaldemocratie de voorbije twintig jaar constant rechten afgenomen. Vandaag is het aan de kant schuiven van onze welvaartsstaat de laatste strijd van het neoliberalisme. Want eens die weg is, blijft enkel de markt over. De grote uitdaging voor de sociaaldemocratie nu is die angst te laten vallen en te zeggen waarvoor ze staat. Dat gebeurt nog onvoldoende. Sp.a trekt naar de kiezer met de slogan ‘sociale welvaart’, maar heeft met Monica De Coninck een minister die jonge werklozen rechten afneemt voor wie hun grootouders – letterlijk bij sommige socialistische politici – hard gevochten hebben.”

De Derde Weg is, vooral in de doorgedreven vorm in Groot-Brittannië, Nederland en ook wel Duitsland, een historische fout geweest. Maar in België kunnen we toch niet spreken van sociale afbraak? Het middenveld speelt nog een belangrijke rol in de sociale herverdeling.

“Het is niet omdat het elders erger is, dat we de situatie hier moeten accepteren. Ik kan de 34% Brusselaars in armoede niet vertellen dat het hier best meevalt in vergelijking met de klassenmaatschappij in het Verenigd Koninkrijk. De afbouw van de sociale welvaartsstaat is ook in ons land sinds midden de jaren 1980 volop bezig. België scoort gemiddeld wat betreft het geld dat we vrijmaken voor de welvaartsstaat. Maar door de vergrijzing gaat het groot-ste gedeelte van dat geld naar pensioenen. Op andere stukken van die welvaartsstaat wordt volop bespaard: de uitgaven van de sociale uitkeringen zijn tussen 1990 en 2008 gezakt en ook in de gezondheidssector zijn reeds miljarden bespaard. De vakbond heeft nog nooit zo zwak gestaan. En het middenveld staat erg onder druk. Die zou beleidsmakers moeten scherp houden, maar is bang. Ze krijgt vaak enkel nog projectmatige steun, waardoor ze niet structureel kan werken en waardoor ze volledig afhankelijk wordt van de overheid. Als je niet binnen de lijntjes kleurt, kom je als organisatie niet aan bod.”

Is dat uw grootste angst na 25 mei, dat met een rechts-conservatieve dominante politieke kracht ons sociaal model nog sterker onder druk komt te staan?

“Als de rechtse partijen daartoe de kans krijgen, kan het snel gaan. Met Open VLD en N-VA aan de macht ben ik niet er zo zeker van dat we morgen nog een minimumloon zullen hebben. Ze zijn bereid om mini-jobs in te voeren. Ik begrijp eerlijk gezegd niet waarom zoveel mensen op rechtse partijen stemmen. Denken zij dan niet na wat besparingen betekenen voor henzelf, hun familie of vrienden? Volgens cijfers van de Griekse dienst voor statistiek is de gemiddelde Griek tussen 2008 en 2013 zo’n 40% armer geworden terwijl de 500 rijkste Grieken 20% rijker zijn geworden. Het besparingsbeleid is goed voor de rijken, maar abso-luut niet voor de middenklasse.”

In uw boek lezen we dat de politiek moet breken met het middenklassenideaal. Wat bedoelt u daar precies mee?

“Na de Tweede Wereldoorlog focuste het beleid op het uitbreiden van de middenklasse. Er was toen veel meer sociale welvaart en herverdeling dan nu. Vandaag is de ongelijkheid groter en ze blijft toenemen. Politici kunnen dus niet meer alleen die hogere middenklasse als referentiepunt nemen. In de mediterrane landen is de middenklasse gedecimeerd. De onzekerheid die daarmee gepaard gaat, is verschrikkelijk. Mensen verliezen hun status en stemmen massaal op (extreem)rechtse partijen. Voordien waren ze ervan overtuigd dat de armen hun situatie aan zichzelf te danken hadden, dat migranten het probleem waren, nu zien ze opeens zichzelf afglijden.”

Is de onzekerheid van die afglijdende middenklasse de reden waarom de sociaaldemocratie krimpt?

“De sociaaldemocratie krimpt omdat ze niet duidelijk weet te communiceren voor wat en wie ze staat. ‘Sociale welvaart’ klinkt mooi, maar maak alsjeblief wat duidelijker wat het inhoudt.”

Sp.a heeft met haar beginselverklaring en verkiezingsprogramma toch een serieuze poging onderno-men om dat inhoudelijk te onderbouwen?

“Dat klopt. Maar ze heeft de voorbije jaren wel drastisch in haar studiedienst gesnoeid. Dat is een van de grootste fouten geweest die de sp.a de laatste tien jaar heeft gemaakt. Het is een van de sterktes van de PVDA. Die heeft daar ongelooflijk in geïnvesteerd. De bestseller van Peter Mer-tens is tevens de verdienste van de studiedienst achter hem. Het gaat goed met de PVDA. De partij doet vandaag wat de sp.a honderd jaar geleden deed: op lokaal niveau bij de mensen gaan. Bij stakende arbeiders, bij betogende Afghanen, bij alleenstaande moeders in Molenbeek.”

De Waalse politicoloog Pascal Delwit stelt in zijn recente boek ‘PTB. Nouvelle gauche, vieille recette’ dat de partij op twee benen danst: de PVDA is een goede propagandamachine, maar achter de scher-men is er in vergelijking met twintig jaar geleden nog niets veranderd.

“Ik ben er sterk van overtuigd dat de PVDA een gewone, linkse partij is. Wat Delwit zegt, is onzin. PVDA heeft het altijd moeilijk gehad met thema’s als migratie, racisme – zeker na het kartel met Abou Jah Jah in Antwerpen – maar de partij is er bovenop gekomen. Met Peter Mertens zijn er heel wat dingen veranderd. Nu is ze de enige partij die zich het lot van de Af-ghanen aantrekt. Ook thematisch verbreedt de partij. Een van de vijf thema’s deze campagne is ecologie. Wie had dat ooit gedacht? De focus ligt dus niet alleen meer op arbeiders. En dat is gemeend. Ik ken genoeg PVDA’ers die er hard voor gevochten hebben om andere thema’s op tafel te leggen.”

PVDA profileert zich sinds kort wat op ecologie. Het is een onderwerp dat voor sp.a al jaren op de agenda staat. Alleen is het als beleidspartij moeilijker om zich daar scherp op te profileren.

“In de principes is ecologie belangrijk voor de sp.a, maar in de praktijk kiest de partij voor de Oosterweel en niet voor het Ringland-project. Alle sp.a’ers die ik ken in Antwerpen zijn tegen het Oosterweel-dossier. De partij zit vast in een bestuurslogica. Ik weet dat meebestu-ren lastig is, dat je altijd een prijs voor de macht betaalt, maar wat blijft er op den duur nog over van jouw principes? Op een gegeven moment moet je een lijn trekken. Begin dit jaar stapte de Socialistische Volkspartij in Denemarken uit de minderheidsregering van premier Helle Thorning-Schmidt uit onvrede met de gedeeltelijke verkoop van staatsenergiebedrijf Dong Energy aan de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs. Dat de sp.a uit de regering zou stappen over een breekpunt, is ondenkbaar. Het was pijnlijk Yasmine Kherbache het Oosterweel-dossier te zien verdedigen. Ik heb nochtans veel respect voor haar. Het is lang geleden dat iemand binnen de sp.a op zo’n korte tijd nog zoveel geloofwaardigheid kon winnen bij de basis. Het is dan ook extra jammer dat de partij niet vol op haar inzet. De sp.a-top is vervreemd van haar leden. De politieke leiding houdt de macht in handen. Ze schuift steeds weer met dezelfde mensen en stoomt niemand klaar die de fakkel kan overnemen. Er is niemand die een sociaaldemocratisch alternatief kan uitdragen.”

Dat de partijtop een gesloten burcht is waar je bijna niet in geraakt geldt toch voor alle partijen?

“Bij andere partijen is het soms nog erger, dat klopt, maar ik maak me zorgen over de sociaalde-mocratie. Ik wil een links alternatief. Daarin kan de sociaaldemocratie enkel een rol spelen als ze die angst laat vallen en het neoliberale kapitalisme in vraag durft te stellen. Want dat is het grote misverstand: een ander systeem is wel degelijk mogelijk. Alleen moeten we er ons toe engageren. De sociaaldemocratie kan een essentiële rol spelen in het in vraag stellen van het neoliberalisme. Ze mag op geen enkel punt toelaten dat de welvaartsstaat verder wordt afgebouwd en duidelijk blijven maken dat er naast het eigenbelang ook zoiets bestaat als het algemeen belang.”

U pleit o.a. voor werknemerscoöperaties als manier om die mondiale macht te heroveren. Maar ook de coöperaties van Mondragon, het voorbeeld dat dan altijd wordt aangehaald, botsten recent op de muren van het kapitalisme. In hoeverre kan je een alternatief mondiaal systeem ontwikkelen zonder het bestaande systeem te omarmen?

“De kracht van het kapitalisme is dat het doelbewust alle mogelijke alternatieven kapot maakt of recupereert. We mogen er ons niet door laten demotiveren. Sommigen vinden mijn alternatieven in het boek wat braaf. Maar ik ben geen linkse intellectueel die buiten het sys-teem staat. Het kapitalisme zal niet blijven bestaan, dat is duidelijk voor mij. Het zal botsen op de eigen grenzen van de winst. Dat in de Verenigde Staten 95% van de winst naar de 1% rijksten gaat, is onhoudbaar. Maar zolang dit systeem bestaat, moeten we de mensen die binnen dit systeem met positieve dingen bezig zijn, hoe kleinschalig ook, sterker maken en blijven motiveren. Als Brusselaar ben ik trots op het buurthuis Bonnevie of initiatieven zoals Community Land Trust. Anderzijds heb je iets meer fundamenteel nodig: een overheid die volop investeert in sociale huisvesting. Ik ben voor een sterke overheid, gecontroleerd door burgers via een doorgedreven vorm van basisdemocratie – niet enkel via verkiezingen.”

Meer directe democratie dus. Maar dan zou een van uw oplossingen voor overvolle gevangenissen, namelijk Detentiehuizen, het toch niet halen? Uit de reacties op het nieuwe gevangenisplan in Haren bleek opnieuw dat de publieke opinie niet zo’n fan is van ‘vakantiegevangenissen’.

“Net daarom moeten we blijven uit-leggen wat Detentiehuizen zijn. Bur-gers worden slecht geïnformeerd door de media. In Groot-Brittannië is de criminaliteit sinds 1981 nog nooit zo laag geweest, maar bijna 60% van de Britten gelooft dat de criminaliteit niet aan het dalen is. De helft gelooft dat de criminaliteit zelfs stijgt. Dat komt omdat de me-dia van criminaliteit infotainment hebben gemaakt en omdat politici criminaliteit recupereren als thema.”

Daarbij komen we bij het concept van de strafstaat uit uw boek.

“Armoede en ongelijkheid nemen in snel tempo toe, maar tegelijk hebben politici steeds minder macht om deze problemen aan te pakken. De politiek staat steeds meer onder invloed van bepaalde financieel-economische elites en lobbygroepen. Ondanks die depo-litisering moeten politici toch laten zien dat ze de macht in handen hebben. Dat doen ze door te kiezen voor repressieve maatregelen. In tijden van onzekerheid is de focus op criminaliteit de gemakkelijkste weg. In Mo-lenbeek heb je 25% schooluitval en tot 50% jongerenwerkloosheid, maar worden er miljoenen euro’s geïnvesteerd in camera’s. De GAS -boetes zijn een teken dat justitie faalt. Private bedrijven staan klaar om diensten bij justitie en politie te commercialiseren.”

Groot -Brittannië of in de VS teren misschien sterk op politiebescherming, maar België is toch nog steeds een staat waar sociale bescherming geldt?

“Wij gaan steeds meer die richting uit. In de Verenigde Staten zitten 2,5 miljoen mensen in de gevangenis, maar ook bij ons zaten de gevangenissen nooit zo vol als vandaag. Het heeft niets te maken met de stijging van de criminaliteit. Want die is de laatste tien jaar in Brussel en België gedaald. Wel met het feit dat men harder en langer straft. Tegelijk kopen rijken hun processen af. Met het binnengekomen geld bouwen of huren we dan opnieuw gevangenissen. Als er straks een rechtse regering komt, krijgen we echt een gevangenisindustrie.”

Ook socioloog Loïc Wacquant schreef in zijn boek ‘Straf de armen’ over de Amerikaanse strafstaat. De situatie hier valt toch niet te vergelijken met hun gevangenissen vol laaggeschoolde, arme zwarten?

“We staan in België gelukkig nog niet waar men in de Verenigde Staten staat. Maar als onze welvaartsstaat verder wordt afgebouwd – en dat is vandaag aan het gebeuren – dreigen ook wij terecht te komen in een autoritaire strafstaat. De afbouw van het ene gaat gepaard met de op-komst van het andere. De grote belofte van de actieve welvaartsstaat is een fiasco geweest. En zal ook in de toekomst niet werken. Je behoudt er enkel de status -quo mee. En die is al ramp-zalig. We spreken constant over de jongerenwerkloosheidscijfers in Zuid-Europa, maar in Brussel halen we die cijfers al twintig jaar. Op onze arbeidsmarkt en in ons onderwijs heerst de grootste ongelijkheid van Europa. Hier leeft 34% van de bevolking in armoede. In een van de rijkste regio’s van Europa. We scoren in Brussel slechter dan in de Verenigde Staten.”

Arm en rijk zitten in Brussel dicht op elkaar. Waarom is de boel hier dan nog niet ontploft?

“Brussel is nogal chaotisch. De stad wordt niet door bepaalde groepen gedomineerd. Je hebt geen mensen die de sociaal uitgeslotenen kunnen organiseren. Ook de politieke partijen, behalve PVDA en Ecolo, zetten zich niet in voor die mensen. Het feit dat de Europese Unie hier aanwezig is, speelt eveneens een rol. Het zou pijnlijk zijn voor Europa en België als de boel hier zou ontploffen.”

Interview // Wim Vermeersch

Foto © Theo Beck

Uit Sampol, april 2014

https://blerilleshi.wordpress.com
https://www.facebook.com/Bleri.Lleshi
@blerilleshi

One thought on “Interview in Sampol // “We mogen ons niet laten demotiveren”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s