Home

aya sabiGeachte meneer Smet,

Mijn kracht ontspringt bij de hoop in alles wat gelukkiger maakt. Ik spreek niet in woorden die dromen vereeuwigen. Ik wil een realiteit scheppen. Ik vertrouw op de toekomst, omdat de geschiedenis met al haar vormen van onderdrukking, die te vaak resulteerden in haat en oorlog, mij steunt. Inkt onthult de sluier die zich steeds meer om de menselijke moraal wikkelt. Ik schrijf u enkel wat de eeuwen mij toefluisteren.

Toen er, uit angst voor het systeem alleen vanbinnen werd gehoopt, geloofd en gedacht, bleef elk teken van leven verborgen. Op het schavot eindigden de meest dappere, de intellectuelen. Wat zij durfden was hun eigen gedachten laten ontsnappen. Door de jaren heen verklaarde men dat ieder mens uniek is in zijn denken, doen en laten. We hebben één gemeenschappelijk punt: We zijn vervuld met leven, maar we beschouwen dat leven op een andere manier. Waarin hebben we evolutie geboekt, als een staatsgodsdienst vervangen is door neutraliteit? Onze vrijheden worden nog steeds ingeperkt. Zou ik toch de vrijheid mogen nemen u te vertellen waarover ik vaak mijn twijfels heb?

Ik twijfel over de naleving van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het verwondert en doet schamen dat die rechten, de basisprincipes voor de handhaving van de wereldvrede, overal verloochend worden. Omdat de beloftes die toen gemaakt zijn, iedere minuut zesenzestig jaar lang gebroken worden. En wat breekt, groeit niet meer aan elkaar. We volharden in het geloof dat we vrijheid, gelijkheid, onderwijs, kans op ontwikkeling, veraf moeten stimuleren, maar wij verschuilen ons achter een symbool dat niet de onze is. Wij zijn niet neutraal en niet democratisch ingesteld als we blijven kiezen voor neutrale mensen zonder levensbeschouwelijke tekens. Aangezien we allemaal een bepaalde kijk hebben op het leven, is geen levensbeschouwelijk teken wel een levensbeschouwelijk kenmerk. Dus maakt de staat een keuze en dat maakt een land meteen partijdig.

“Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheid en de vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderen en het zal de werkzaamheden van de Verenigde Naties voor de handhaving van de vrede steunen.” – Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, 1948

Het totaalverbod op levensbeschouwelijke tekens in het onderwijs zal geen enkel mens persoonlijk doen ontwikkelen, zal de eerbied niet versterken. Het zal de vrede absoluut niet steunen. Sterker nog, het heeft een totaal omgekeerd effect. Het onderwijs belemmert op dit moment een volwaardige persoonlijke ontwikkeling. Het zal verhinderen om een samenleving te vormen, waarin elke persoon leert om met anderen te leven. Daar, waar de mensen nood hebben aan sociaal contact met alle lagen van de bevolking. Daar, waar een beschaafd mens op zoek is naar de ander om te ontdekken en zichzelf om te ontwikkelen, sluiten we elke vorm van verscheidenheid uit. Waar zouden we ooit leren te zijn hoe we zijn, als we in het onderwijs, de oorsprong van elke beschaving, leren om te zijn, zoals ons opgedragen wordt? Als we op lang termijn een betere toekomst willen ontwikkelen moeten we de uitdagingen van een bruisende, levende maatschappij onder ogen zien, omdat we beweren dat we juist daarvoor kiezen. Een verbod lost niets op, maar is een laffe maatregel om een hoofdstuk snel af te sluiten.

Aangezien er een aanzienlijk aantal mensen verstoten wordt uit het maatschappelijk leven, wordt de maatschappij in zijn geheel verbannen. De bevolking buigt onder het juk van de neutraliteit, onder de druk van een partijdige staat, die verwacht dat je thuis iemand kan zijn, maar op school een ander wordt. Of die ander zodanig moet verbergen. Alsof dat kan. Het siert ons dat we een mening hebben, dat we ons uiten, dat we denken en doen op onze eigen manier, dat we geloven en geloven dat we niet geloven. Is de bevolking dan toch niet de belangrijkste schakel in een volwaardige democratie? We hebben het recht om te stemmen. Ook om onze stem te laten horen. Om te zingen zonder zorgen en hoger te zingen bij zorgen.

En als je zingt, roept, tiert, ijlt, fluistert, op je knieën zakt en je armen rond je broos lichaam slaat, wordt er niet geluisterd. Dan maak je vakjes, je trekt lijntjes en verzamelt handtekeningen. In de tijd dat mijn klasgenoten wiskunde studeerden, ben ik rondgegaan. En weet u, niemand kijkt daar naar om. Papieren vol anonieme namen en nietszeggende adressen. Toen een vriendin van mij naar de burgemeester stapte om te vragen wat we het beste konden doen om dit onrecht aan te kaarten, drukte hij haar op het hart dat ze een petitie moest starten. Terug bij af.

En dan rest mij nog één vraag, voor ik ga slapen en sterker wakker word: Is het echt aan de mensen op straat om te oordelen over een onderwerp dat ooit terecht is aangenomen als de basisprincipe voor een goede democratie en voor wereldvrede?

Is het echt aan de scholen om een totaalverbod op levensbeschouwelijke tekens door te voeren?

Dit duurt langer dan zou mogen. En op basis van uitspraken die als argumenten klinken, hersenspoelen we elkaar tot een maatregel. Dit systeem veroorzaakt concentratiescholen. De problemen die daar ontstaan worden gezien als het gevolg van het respecteren van de keuzes van de ander. De groepsdruk, vanzelfsprekend bij een grote concentratie aan mensen die ongeveer op dezelfde manier denken, wordt gewijd aan de toelating van levensbeschouwelijke tekens. Ik vraag me af waar de fout in de redenering sluipt? Het is doordat de overgrote meerderheid van de Vlaamse scholen lang geleden dat deze concentratiescholen zijn ontstaan. Als we dit probleem willen oplossen, gaan we terug naar de oorsprong. Toch worden de scholen die de bevolking niet uitsloten en ervoor kozen om de vrijheid van leerlingen niet tot een uiterst minimum te beperken, in de hoek gedreven. Totdat ook zij met de stroom meevoeren. De laatste deur wordt dichtgeklapt en het probleem gloeit als verhit ijzer. Niemand die de smid durft te zijn.

Dit duurt langer dan zou mogen. Dit zou helemaal niet gebeurd mogen zijn. Ik lijd onder dit verbod. Ik tast soms rond mijn hoofd, bang dat ik iets draag wat verboden schijnt te zijn. Ik ken anderen die hieronder lijden.

Toch lijdt België het allermeest. We creëren haat. We geven de kans aan gekken om het op hun eigen, originele manier op te lossen. Of we maken mensen gek. Ik vrees voor het ergste als we een deel van de bevolking in de afgrond van de maatschappij blijven duwen. We veroorzaken een vanzelfsprekendheid om mensen op basis van hun kleding te veroordelen, misschien wel te minachten. We verlengen de afstand tussen groepen in de samenleving, die eigenlijk niet gevormd mochten zijn. We begeven ons over een grens en welke grenzen zullen we nog overschrijden? We verliezen onze hoogopgeleiden. De intellectuelen die vroeger op het schavot eindigden, vertrekken nu, zoekend naar open luchten en gronden om zachter op te vallen.

Laten we stoppen. Dit duurt langer dan zou mogen.

Hoogachtend,
Aya Sabi

Aya Sabi is columniste. Haar column Boven de storm verschijnt maandelijks op Bleri Lleshi’s blog.

Foto @ Sylvia Sinigaglia

Volg de columns op

https://blerilleshi.wordpress.com

https://www.facebook.com/Bleri.Lleshi

@blerilleshi

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s