Home

yuriWie niet weet dat België in 2014 een halve eeuw Marokkaanse en Turkse migratie viert, heeft waarschijnlijk een winterslaap gehouden. Voor deze gelegenheid schieten namelijk allerlei evenementen als paddenstoelen uit de grond. Ook mainstream politici, uit electorale overwegingen, heffen een lofzang aan over diversiteit. En inderdaad, we mogen ons gelukkig prijzen dat we in dit vlakke land kunnen genieten van tajine met muntthee. Of van pide met ayran.

Verder gaat mijn culinaire kennis niet, dus sta mij even toe de pretbederver te spelen. Vandaag bestaan steeds meer studies die de Belgische migratiegeschiedenis van onder het stof halen. Historisch besef is inderdaad enerzijds nodig, maar anderzijds ook ontoereikend om het heden te analyseren. Want ondanks al het feestge(d)ruis blijft de dagelijkse realiteit van de “etnische minderheden” catastrofaal. Laten we een kat een kat noemen: het gaat hier om racisme als sociaal en ideologisch fenomeen dat leidt tot structurele ongelijkheden en interne uitsluiting.

Beginnen bij het begin

Een eerste optie om racisme vast te stellen is het opsommen van een paar statistieken. Maar in tijden waarin je om de oren wordt geslagen met cijfermateriaal zeggen statistieken niet zo veel meer. Of misschien haatte ik gewoon het vak wiskunde. Een volgende mogelijkheid is het racisme te beschrijven aan de hand van een persoonlijk, emotioneel verhaal. Deze methode wordt vooral gebruikt binnen een zekere interpretatie van het multiculturalisme, dat steeds opnieuw dood wordt verklaard. Enkel wie ziende blind is zal echter beweren dat hier ooit leven in zat.

Het is daarom geen slecht idee om te beginnen bij het begin. Racismebestrijding focust in de eerste plaats op het aanpakken van het racisme bij de daders. Een bekend gevolg hiervan is de nadruk op het concept tolerantie. Wat echter in de praktijk bereikt wordt is het tolereren van “de ander”, zolang hij/zij zich beperkt tot een light-versie. De culturele praktijken mogen dus niet tegenstrijdig zijn met een “Verlichte”, mannelijke, seculiere (lees: christelijke) wereldopvatting. En als ‘de ander’ daarbovenop zijn stem verheft om politieke eisen te stellen, ho maar…

Om uit deze patstelling te raken moeten we de aandacht richten op andere centrale vragen: hoe kunnen mensen die in hun eigen land geconfronteerd worden met racisme een emancipatorische strijd voeren? En hoe kan deze strijd gelinkt worden aan andere sociale thema’s? Deze benadering beperkt zich dus niet enkel tot het inslaan van een weg die leidt tot emancipatie. Ook het herkennen van de huidige totaliteit als een obstakel op deze weg maakt er deel van uit.

Het recht op verschil in gelijkheid

De revoluties van de 20ste eeuw hadden veel aandacht voor uitgesloten bevolkingsgroepen. “Whoever expects a ‘pure’ social revolution will never live to see one” was een (niet zo) bekende spreuk van deze focus op politiek in plaats van op economie. Maar hoe kan vandaag een alternatief geformuleerd worden voor het doodgeboren multiculturalisme en het rechts-populisme? We moeten natuurlijk het warm water niet uitvinden, er bestaat al een rijke intellectuele traditie die deze uitdaging aangaat (denk maar aan Stuart Hall, Henri Lefebvre, Giorgio Agamben, …). Een interessante denkpiste is te vinden bij Étienne Balibars “voorstel tot égaliberté”.

De laatste jaren zien we namelijk dat de waarden van vrijheid en gelijkheid – die Europa hoog in het vaandel draagt – steeds vaker in vraag gesteld worden. De paradox is echter dat dit gebeurt in naam van de verdediging van deze waarden.

Door de grenzen waarop de huidige wereldopvatting botst, is meer dan ooit het moment aangebroken om de vrijheid te eisen om te zijn wie je wilt zijn zonder ongelijke behandeling tot gevolg. En dankzij het integreren van het (maximaal) verschil als basis van een emancipatorisch universalisme wordt het mogelijk het wij-zij denken te overstijgen. Het gaat hier immers over verschillen waarop geen etiket kan geplakt worden, die opduiken in de strijd tegen homogenisering en op deze wijze getransformeerd worden.

Op weg

Wat ik hier beschrijf is tamelijk abstract en moet dus nog vertaald worden naar een concrete politiek. Dergelijke abstractie is echter nodig om kritisch te blijven tegenover vaststaande eisen en structuren. Toch moet elke sociale beweging die strijdt tegen racisme twee concrete voorwaarden voor ogen houden. Anders loert het gevaar op recuperatie door de dominante hegemonie, zoals bij sommige invullingen van “het recht op de stad” of “superdiversiteit”. Een eerste aandachtspunt is dat het initiatief moet vertrekken vanuit de betrokkenen zelf. En ten tweede is het noodzakelijk om verschillende soorten emancipatiestrijd te laten kruisen in het kader van een centraal, positief project. Niemand kan namelijk voorspellen welke vonk het vuur zal doen ontvlammen.

Dit thema nodigt uit tot verder debat, want er wacht ons nog een lange, moeilijke weg. Maar vooral bij jongeren in een stedelijke context worden de kiemen van verandering en politisering steeds meer zichtbaar. Zij – of beter gezegd wij – vertonen bovendien ook een noodzakelijk naïeve verbaasdheid bij het aanschouwen van onze wereld. De volgende stap die we daarna moeten zetten is het bewust worden van de kracht van menselijke creatieve activiteit. Daarna kan onze geschiedenis eindelijk beginnen.

Yuri De Belder is columnist. Zijn column Work in progress verschijnt maandelijks op Bleri Lleshi’s blog.

Foto © Safiye Bingöl

http://sbinphotography.blogspot.be

Volg de columns op

https://blerilleshi.wordpress.com

https://www.facebook.com/Bleri.Lleshi

@blerilleshi

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s