Home

1616478_1382684171997068_542054827_nOnder de razernij van Islamitische extremisten vormt het woestijnstof in Mali zich tot een  ware zandstorm. Er valt een duistere nacht op het land, waarin moslimrebellen zweren handen af te hakken en vrouwen onder doeken te begraven. De bevolking sluit zich op in de koelte van lemen hutten, waaronder de korrelige grond dendert van haat. Huiverende stemmen zingen in  zware nachten zonder sterren noten tot in Frankrijk. 

De wereld staat in vuur en vlam. Goed nieuws is geen nieuws. Mysterie of onherroepelijke chaos bedekt vruchtbare grond en vruchtdragende takken. Te midden van oorlog, geweld, onderdrukking, natuurrampen, hongersnoden en verval lopen de media, zoekend naar momenten, uitspraken, naar woorden om ons beeld over de rest van de wereld te vervolledigen.

We zien wat we nooit gezien konden hebben als moedige journalisten niet zo moedig waren geweest. De wereld komt op bezoek.

Mij baserend op de indrukken die de media bij mij achterlaten, kan ik slechts vertellen dat de Islam over de wereld raast en overal  littekens achterlaat, de aarde verschroeit, de hemel bewolkt. Moslims waren vroeger exotische koopmannen met tulbanden en vrouwen omhangen met goud die meer afwisten van leven, liefde en literatuur.  Nu is er plaats gemaakt voor bebaarde terroristen, barbaars in alles wat ze doen.

`Allahu Akbar!´, weergalmt het door Londen. Twee jongens doden een militair op weerzinwekkende wijze. Met een hakmes gaan ze tekeer en laten zijn lichaam levenloos en gehavend achter. 

Het begrip Islam is een leeg woord dat opgevuld werd door beelden van hoge torens veranderend in een gat in de grond, een woedende menigte op de been gezet door een enkele spotprent en delicate uitspraken van sommige politici. De Islam wordt omschreven als agressief, gewelddadig, slecht en vijandig. Het woord dat de hele wereld rond gaat, is Jihad.

En juist dat is het beginsel van mijn bestaan. Jihad betekent streven, worstelen en ik worstel me door lief en leed. Ik worstel me door omgevallen letters en woelige wendingen. Ik vraag me niet af waarom. Waarom mijn worsteling geen einde kent. Ik schrijf, omdat mijn beeld over de Islam anders maar ook juister is, want ik kijk niet door de ogen van een journalist of door de ogen van een gek die denkt genoeg te weten van Allah om zich in zijn naam op te blazen. Idioot.

De Centraal-Afrikaanse Republiek wordt in twee verscheurd. Gewapende moslimgroepen beginnen het geweld tegen dorpen. Ze verbranden hutten en plunderen. Lijken verspreid over de grond. Lichamen op de vlucht om in Lampedusa te verdrinken.

De viezigheid wordt naar de andere kant van de aardbol geveegd. Zo hebben we niet alleen een reden gevonden waarom dingen gebeuren, maar ook een schuldige. Dat maakt het leven grijpbaar, tastbaar, te vertalen naar menselijke normen. Wat we soms dreigen te vergeten is dat moslims ook van hier zijn. Religie is immers van de mensen en mensen zijn echt overal.

Ik herinner me een van die dagen waarin de zon langer wegblijft dan de maan. Midden in de barre winter kost het me moeite de straat op te gaan. Diep weggedoken in onze jas liepen mijn zusje en ik het huis uit. We zijn altijd net op tijd of net te laat voor de bus. Een ochtend als alle anderen, totdat een oud mannetje het raam van zijn groene auto omlaag draaide. Het was te donker om zijn lippen te lezen, maar na twee keer verstonden we hem: ´Schamen jullie je niet?!´

En dat niet alleen. De Islam lijkt niet thuis te horen in de maatschappij, omdat de mensen er angst voor hebben. Op die angst spelen extreemrechtse partijen in. De vooroordelen en de stereotypen waardoor ik mij probeer te worstelen, wakkeren zij aan. Ze hallucineren, zien spoken. Al zoeken ze nergens een haalbare oplossing voor en beloven ze die ook niet, wordt er toch op hen gestemd. Hoewel verboden in 1989, schieten ze als paddenstoelen uit de grond.

Onder de drukkende Syrische aarde vormt zich een steeds dieper massagraf. In het kloppend hart van kunst en geschiedenis, woedt er nu een dreunende oorlog. Waardoor verhalende moeders zich in hun woorden verslikken en vechtende vaders verwoesten. Uit de Eufraat spoelen lichamen aan, longen gevuld met gas. De kou bedekt het leed, maar verkleumt het verdriet niet. De pijn graaft door lichamen heen. Naar dat schimmenrijk vertrekken onze jongens, gehersenspoeld door de jihad.   Voor hun is leven sterven in de heilige oorlog. Ze laten moeders achter, gebroken in piepkleine scherven, bij wie elke beweging een foltering is. Getraind in de Ardennen, gedood in Aleppo. 

Wat we allemaal haten, verachten als monsters onder kinderbedden, creëren we. Want sommige  Islamitische jongeren, zoekend naar een identiteit, krijgen een weg aangeboden. Aan de rand van de maatschappij, waarin iedereen over hen praat, maar zij geen sporen zien van hun bestaan, vinden zij elkaar. Vertwijfeld vertrekken ze naar Syrië, waar jongetjes beruchte helden kunnen worden. Zij worden jihadisten genoemd. Dat leeg woord. Voor mij zijn het jonge gasten, tastend naar avontuur, hopend op een thuis, onbekend met het leven.

Niets wetend van de Islam.

De paus roept op tot vrede in Syrië, in Afrika, in de wereld. 

Ik leef van dag tot dag zonder vaak stil te staan bij wat anderen van mij denken. Toch zie ik hoe mensen veranderen van koude gebaren in warme vrienden, omdat zij tot het besef komen dat moslims de grootste slachtoffers zijn van gekke mensen, die ook beweren moslim te zijn. Omdat zij zien dat moslims geen gewelddadige barbaren zijn en moslima´s boven de storm kunnen vliegen. Vrij, in elke beweging die ze maken, niet onderworpen aan mannelijke grillen. De tijd dat zij, pasgeboren, onder de aarde begraven werden, allang vergeten.

Ik ben geland op een punt waarop ik me afvraag waarom bepaalde dingen gebeuren, zoals ze gebeuren of waarom ze veranderen.

Ik vraag me af of het toeval is dat net de Islam, die floreerde in het Midden-Oosten als een bloementuin waarvan de wortels in olie baadden, als slachtoffer is gekozen.

Nee, de mensheid is nooit eerlijk geweest tegen zichzelf. Onrecht is een hese stem. Macht vergaart meer macht. Er is ooit een beeld opgezet zodat niemand spreekt, iedereen zwijgt over landen die worden binnengevallen, over een nieuwe staat in het hart van het Midden-Oosten, over oneerlijke oorlogsverklaring aan een aantal terroristen terwijl enkel een land de oorlog verklaard kan worden, over een  oneindig aantal mensen dat sterft en opnieuw sterft en vergaat en het leven vervloekt. Alleen maar omdat er zwart, vloeibaar goud onder hun voeten stroomt. Dus zal ik ook maar zwijgen over al het onrecht dat als regen over de aarde valt.

Nee, meneer in het groene autootje, ik heb geen enkele reden om me te schamen.

Aya Sabi is columniste. Haar column Boven de storm verschijnt maandelijks op Bleri Lleshi’s blog.

Foto @ Sylvia Sinigaglia

Volg de columns op

https://blerilleshi.wordpress.com

https://www.facebook.com/Bleri.Lleshi

@blerilleshi

4 thoughts on “Boven de storm // De wereld op bezoek

  1. Aya prachtig gezegd, geen andere woorden voor. Helaas kunnen we inderdaad niks anders dan ook maar zwijgen over alle onrecht op deze onrechtvaarde aarde.
    Bravo

  2. ik heb het je vorige week vrijdag live horen zeggen en had een krop in de keel, helaas ontroerende werkelijkheid… fijn te zien hoe talent het podium soms vindt. ik ben trots op jou als Limburgse!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s