Home

orlando-verde“De landverhuizingsmaatschappij

Belooft ons gouden bergen

Een paradijs geeft men u vrij

Wat kan men beter vergen?”

Oud propagandaliedje

Onlangs heb ik nog eens de kans gehad om “Tu ne verras pas Verapaz” te zien, een documentaire van van An Van Dienderen en Didier Volckaert over een verwaarloosde poging tot het stichten van een Belgische kolonie in Santo Tomás de Castilla, een stranddorp aan de Caraïbische kust van Guatemala. Een onderbelicht hoofdstuk uit de Belgische geschiedenis.

De film schetst de socio-economische context die Leopold I zou dwingen tot de stichting van een “volksplanting” project, illustreert het verloop van het proces en gaat op zoek naar de huidige stand van zaken. Een simplificering op het eerste gezicht, maar de film maakt gebruik van intelligente narratieve constructies om de menselijke complexiteit van de kwestie geen slachtoffer te laten worden van afstandelijke ‘objectiviteiten’.

Kort samengevat: de film neemt ons mee naar het verpauperde Vlaanderen van de 19de eeuw. “Men wou de straatlopers, het gespuis kwijt”, vat een van de geïnterviewden kordaat samen. De koloniale interesses waren niet alleen de allures en de rijkdom van een tropische verankering, het ging ook over de export van de Belgische armoede. Het resultaat is dat Santo Tomás, een stuk grond tussen de zee en het oerwoud, gepresenteerd werd als Verapaz, een land van melk en honing voor wie het niet meer zag zitten aan de Noordzee, met leuke deuntjes en zelfs met valse brieven van zogenaamde migranten, volgens Wikipedia.

De campagne blijkt bij nader inzien niet zo’n eenvoudige onderneming te zijn, en kort na de eerste pogingen wordt ze zelfs stopgezet om later in andere contreien hetzelfde te proberen, iets wat uiteindelijk zou slagen aan de Congostroom. Maar honderden Belgen zouden zich toch vestigen in Santo Tomás, ondanks het gebrek aan steun van het vaderland. Enkele generaties later, spreekt men nog over het Belgische erfgoed van Santo Tomás de Castilla en ontstaat natuurlijk de vraag of de nakomelingen nog Belgen zijn.

De film sluit af met een verontrustend citaat van Leopold II: “St-Thomas fondé sur l’émigration ne pouvait pas réussir: Le Belge n’émigre pas”. In één zin verklaart Leopold II Santo Tomás een mislukking, legt hij uit waarom de onderneming mislukt is en ontkent hij de belgitude van de geemigreerden.

“Tu ne verras pas Verapaz” was tien jaar geleden mijn eerste contact met Belgische migratie. En ik vroeg me af of de onverschilligheid waarmee België naar de Belgen in Guatemala keek, representatief was voor hoe België met haar “landverhuizers” om ging. Zijn we die “gelukzoekers” liever kwijt dan rijk?

In ieder geval beseft iedereen dat er in hedendaags België weinig te merken is aan het feit dat Belgen zich meermaals geforceerd zagen om te migreren. En dat de omgang met het koloniaal verleden verre van ideaal is, gezien België tijdens de viering van de vijftig jaar onafhankelijkheid van Congo vooral met nostalgie keek naar de tijd toen ze heersers waren in het Heart of Darkness, en zich eerder zagen als de dragers van de beschaving dan als de onrechtvaardige uitbuiters van de rijkdom van andermans grond. Maar Congo was alleszins geen “migratie”. Die “geslaagde” kolonie was dus het bewijs dat Leopold II gelijk had: een Belg migreert nooit.

“Wanneer men de geschiedenis niet kent, kan men het heden niet begrijpen”, wordt ook door iemand gezegd in de film. En dat leidt op zijn minst tot interessante vragen: hoe kan België de hedendaagse migratieprocessen begrijpen als België haar eigen migratieverleden niet kent, soms zelfs ontkent en vaak ook miskent?

Daarom kon ik de creatie van het Red Star Line Museum alleen maar toejuichen. Al is het geen expliciet museum over migratie als universeel fenomeen, kan de focus op de eigen migratie ongetwijfeld helpen om het fenomeen ‘migratie’ in context te plaatsen.

Tijdens het openingsweekend zou ik mijn optimisme bevestigd zien in de feedback van de eerste bezoekers, as heard on Radio 1. Een vrouw zei na haar bezoek dat als je kinderen honger leiden, je ervoor moet zorgen dat er brood op de plank komt. Prachtig, dat migratie ineens als iets natuurlijks beschouwd kan worden. Misschien is het begrip voor de eigen migratie een eerste en noodzakelijke stap om empathie voor hedendaagse migratie te voelen.

Ook de iets kleinere tentoonstelling “Vlamigrant”  die te bezichtigen is in de bibliotheek van de Universiteit Antwerpen, bevat veel informatie over de Vlaamse migratie door de jaren heen. Ook over de stigma’s die over de Vlamingen in het buitenland zijn ontstaan, al was het maar in Roubaix. Over hoe de arme Vlamingen elders in de wereld ook moesten vechten tegen dezelfde vooroordelen die de Vlamingen van vandaag aan “andere culturen” toeschrijven.

Zulke documenten, de film, de tentoonstelling, het museum, geven me het gevoel dat het migratiedebat zich in een goede richting kan kantelen.

Maar aan de andere kant heb je, bijvoorbeeld, mensen zoals Theo Francken en zijn voorstel om de dubbele nationaliteit af te schaffen. Weliswaar bedoeld als een mechanisme om migranten in ons land op een “gespierde” (nu al adjectief van het jaar) manier in te burgeren, maar tegelijkertijd een manier om Belgen in het buitenland die een tweede nationaliteit hebben niet-Belgen te verklaren.

Dat is het geval van Bianca Hanskens. Een Belgische vrouw naar alle normen. Tot haar 24ste een gewone Dendermondenaar. Een Belgische vrouw met een geldige Belgische identiteitskaart tot 2015 in haar bezit. Na haar studies in Colombia heeft de liefde haar daar gehouden en als dochter van een Colombiaanse moeder ontving ze automatisch de Colombiaanse nationaliteit vóór 2007, het jaar wanneer de dubbele nationaliteit aanvaard wordt door het Belgische koninkrijk. Vandaag ziet ze zich genoodzaakt om terug te keren maar België weigert haar te erkennen als een landgenote. En daarom moet ze een visum aanvragen om België te bezoeken. En daarom mag ze op dit moment niet langer dan drie maanden in België verblijven. Een absurditeit naar alle normen.

Nu we de migranten van vroeger herdenken, is het misschien tijd om ook te denken aan de migranten van vandaag, Belgen of niet.

De doden van Lampedusa worden post-mortem tot symbolische Italianen verklaard terwijl voor de overlevers hun schrijnende reis pas is begonnen. Voor de migranten van gisteren stichten we een museum, maar de migranten van vandaag laten we regelmatig in de steek. De ironie van deze kwesties is misschien een teken van onze tijdsgeest: van de symbolische erkenning van de migratie, moeten we dringend over gaan naar de concrete aanvaarding van een wereld in beweging.

Orlando Verde is columnist. Zijn column Achteraf gezien verschijnt maandelijks op Bleri Lleshi’s blog.

http://abouttheshuffle.blogspot.be

Twitter

foto @ Yel Ratajczak

Volg de columns op

https://blerilleshi.wordpress.com

https://www.facebook.com/Bleri.Lleshi

@blerilleshi

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s