Home

melat-g-nigussie“Wat zou jij doen als je de lotto won?” las ik onlangs in één of ander lowbrow tijdschrift in de wachtkamer van de dokter.

Een vaak gestelde hypothetische vraag die zelfs het premisse was van een fictiereeks op één (Rang 1, een hapklare serie die ondertussen al verdrongen is door het collectief geheugen van tv-kijkend Vlaanderen). Ook ik liep in de valkuilen van deze semi-filosofische vraag en liet mij al dromend meevoeren op de stroom van ‘wat als?’.

Eerst en vooral zou ik, zoals het een geëngageerd en altruïstisch burger betaamt, een deel van het geld doneren aan een goed doel. Een politiek correct antwoord waarmee ik twee vliegen in één klap sla: het sust mijn geweten én ik kom goed uit de verf. Vervolgens  zou ik een gigantisch feest geven- op locatie uiteraard- voor vrienden en familie. De bruiloft van mijn (iets-te-lang) verloofde broer zou volledig door mij gesponsord worden en last but not least: ik zou een reuzengroot huis kopen in Ethiopië, speciaal voor mijn oudjes.

Als er twee mensen in mijn leven zo’n groot cadeau verdienen, dan zijn het wel mijn ouders. Niet alleen omdat ik ze doodgraag zie en ze wellicht het beste ouderpaar zijn die op deze aardbol rondlopen (al ben ik misschien een tikkeltje subjectief) maar omdat zij de meest onbaatzuchtige mensen zijn die ik ken. Natuurlijk verbleekt een reuzengroot huis naast alles wat ze voor mij en m’n broers hebben gedaan, maar het zou mijn manier zijn om hen te bedanken.

Want u moet weten dat mijn ouders heel wat opgeofferd hebben voor de toekomst van hun kinderen. Opoffering is een sleutelwoord in het traject van elke immigrant en meteen ook de eerste stap: alles en iedereen achterlaten in ruil voor een onzeker toekomst in een westers land. Omdat het beter is dan zonder vooruitzichten in het vaderland te blijven. Wanneer je uiteindelijk de grote stap hebt gezet, wordt de beslissing onomkeerbaar.

Eens aangekomen in het zogenaamde land van melk en honing, begint het leven helemaal van nul. Toch is de immigrant niet neergeslagen en denkt  dat als hij het gebruikelijke stappenplan volgt, alles wel op zijn pootjes terechtkomt. Hij leert de taal, zoekt werk en probeert zich te integreren. Maar in de praktijk loopt niet alles van en leien dakje. Na jaren heeft hij de taal nog steeds niet volledig onder de knie krijgen en bovendien schakelen mensen ook oh zo snel over op het Engels van zodra ze zijn gebroken taaltje horen. Vast uit goede bedoelingen, maar zo schiet het zaakje niet op.

Een geschikte baan vinden, wilt ook niet meteen lukken want zijn buitenlands diploma gelijkstellen gaat niet zomaar. Maar hij moet voor brood op de plank zorgen en gaat dan maar op zoek naar een job die de rekeningen betaalt. Die tijdelijke job wordt uiteindelijk een permanente job en voor hij het weet is hij tien jaar later nog altijd aan de slag als fabrieksarbeider, magazijnier of poetshulp. Ver onder zijn potentieel, maar zo zit het leven nu eenmaal in elkaar. En dan heb ik het nog niet eens gehad over het racisme dat de nieuwkomer ervaart. Want discriminatie op de arbeids- en huizenmarkt is wel degelijk een realiteit en geen relatief begrip zoals Mevrouw Homans wel eens durft te beweren.

Uiteindelijk raakt de immigrant langzaam maar zeker verbitterd. Hij is het beu om zich na vijftien jaar nog altijd als een vreemdeling te voelen, beu om de dood van geliefden telkens via de telefoon te moeten vernemen en de heimwee naar het vaderland wordt met de jaren sterker. Toch is definitief terugkeren geen optie want na al die jaren in een Europees land, identificeert hij zich niet meer ten volle met zijn cultuur. De ontheemde immigrant is vervreemd van de plek die hij ooit eens thuis noemde. Noch vis noch vlees, diaspora wordt zijn nieuwe naam.

Met dit niet al te rooskleurig beeld dat ik heb geschetst wil ik iets duidelijk maken, namelijk dat immigranten, vluchtelingen, nieuwkomers, noem maar op, niet het lof krijgen dat ze verdienen. Ik noem mij met trots de dochter van immigranten omdat het bewonderenswaardige en moedige mensen zijn die hun lot in eigen handen hebben genomen. Die vrouw tegenover u  op de tram met haar olijfkleurige huid en donkere ogen, de Maghrebijnse man die ’s ochtends de straten schoonveegt, de Afrikaanse koerier: allen dragen ze een verhaal met zich mee van opoffering, onthechting, teleurstelling en verbittering,. Dit alles voortgestuwd door the pursuit of happiness: hoop op een beter leven voor zichzelf en voor hun kinderen.

Melat G. Nigussie is columniste. Haar column Bocale XL verschijnt maandelijks op Bleri Lleshi’s blog.

Volg de columns op

https://blerilleshi.wordpress.com/

https://www.facebook.com/Bleri.Lleshi

@blerilleshi

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s