Home

556428_195184650614730_542653291_nLoesje is mijn vriendin, ze is de meest optimistische persoon op aarde. Ze maakt spreuken en is sociaal. Deze titel heeft ze mij cadeau gedaan. Gewoon, zomaar, omdat ik ook van spreuken houd en vaak sociaal ben. En Jonathan Safran Foer heeft een boek geschreven dat me sinds een jaar niet meer heeft losgelaten. Het verhaal kroop onder mijn huid en hechtte zich vast als een navelstreng die steeds gevoed moest worden.

Het ging over een man die niet kon praten.

“Aan mijn ongeboren kind: ik ben niet altijd stil geweest, vroeger praatte ik aan een stuk door, ik kon mijn mond gewoon niet houden, de stilte overviel me als een kanker.(…) Ik wilde de draad lostrekken, de sjaal van mijn zwijgen uithalen en van voren af aan beginnen. Toen ik mijn laatste woord verloor was mijn zwijgen compleet. Vanaf dat moment nam in opschrijfboekjes zoals dit mee, waarin ik alle dingen opschreef die ik niet kon zeggen. In plaats van onder de douche te zingen schreef ik de tekst van mijn lievelingsnummers uit, waardoor het water blauw, rood, of groen kleurde, en de muziek langs mijn benen stroomde, aan het eind van de dag nam ik het opschrijfboekje mee naar bed en las de pagina’s van mijn leven door.”

Soms zijn mijn woorden op en stop ik met schrijven. Ze blokkeren ergens binnenin denk ik. Dan probeer ik te zoeken waar ze precies zitten. Meestal is dat ergens tussen mijn buik en mijn keel. Het is haast verstikkend want ze vechten en kibbelen over wie er als eerst uit mag komen. Ik weet niets van techniek maar sommige draden in mijn hoofd komen los of zitten helemaal verkeerd. Dan denk ik: ‘Niet van deze wereld, Stef Bos had gelijk.’ Ik strooi zout in open wonden en verlies dan weer de strijd. Ik kan kwaad zijn op die wereld, verbitterd en bedrogen mezelf afsluiten van alle prikkels die me nog enigszins kunnen raken. Maar ik doe dat niet. Of toch niet deze keer.

Wanneer de letters wegspoelen en woorden helemaal vervagen, schrijf ik ze opnieuw op een ander blad, want elk blad is een nieuw begin. Op mijn bureau, onder mijn bureau, naast mijn bed of onder mijn bed, zelfs in alle tassen: overal liggen stukken papier met haastig neergeschreven zinnen, net of ze zijn bang om gelezen te worden. De inkt is nog niet opgedroogd en ze vragen vaak om meer uitleg. Dan steek ik ze in de lade van mijn kast, om ze dan maandenlang te omzeilen en te doen alsof ik alles vergeten ben.

“Toen ik uit het vliegtuig kwam, na elf uur reizen en veertig jaar afwezigheid, en die man mijn paspoort aanpakte en naar het doel van mijn bezoek vroeg, schreef ik in mijn opschrijfboek: ‘Rouwen’, en toen: ‘Rouwen Proberen te leven’, en hij keek me even aan en vroeg of dat onder zakelijk of toeristisch viel, en ik schreef: ‘geen van beide.’ ‘Hoe lang wilt u blijven rouwen en proberen te leven?’ Ik schreef: Mijn hele verdere leven.”

Onderstrepen. Dat doe ik graag in boeken. Om later weer te herinneren wanneer en hoe ik iets gelezen had. Of om gewoon te weten dat mooie dingen niet onberoerd worden gelaten, dat ze geschreven en gelezen worden, dat de pagina’s met ezelsoren, stiften en potloden bewerkt zijn. Dat ze leven. Dat ze met mij lief en leed hebben gedeeld.

In mijn hoofd onderstreep ik vaak momenten die me verbazen, ontroeren, doen lachen of verstillen. Ik vergeet ze nooit, ik vertel ze verder en geniet van elke emotie die ik daarmee kan losmaken. Die emotie laat ik dubbel onderstrepen en hang er een denkbeeldige ballon aan. Zodat ik kan verwijzen naar de titel, die meestal maar één keer onderstreept wordt.

De  jongeman op de tram bijvoorbeeld, toen ik aardbeien aan het eten was. Hij zei ‘smakelijk’ en dat maakte me vrolijk. Ik bedankte hem en bood ze meteen aan. We raakten aan de praat en hij begon zijn levensverhaal te vertellen. Ik luisterde en bedacht me hoe boeiend het was om zomaar in het leven van een ander te kunnen stappen. Helaas heb ik enkel de helft kunnen horen. Ik vond dat hij sterk omging met de problematische situatie waar hij zich op dat moment in bevond. Net voor het uitstappen heb ik hem dat nog kunnen zeggen. Met een ‘bedankt’ en een vrolijke blik haastte hij zich terug de kille straten in. Sindsdien hoop ik heel erg dat hij zijn kracht kan behouden. Die tien minuten waren genoeg om nooit te vergeten dat er nog zoiets als ‘vechtlust’ bestaat.

Nog eens op de tram (deze keer zonder aardbeien) vroeg een vriendelijke oudere dame of ik ‘een marokkaantje’ was. Ik moest er hartelijk om lachen omdat de vraag er anders uitkwam dan ze het bedoelde. Ik antwoordde dat ik inderdaad van Marokkaanse afkomst ben maar me evengoed een Belgische voel. ‘Ik woon hier en ben hier ook geboren.’ Dat was voor haar een kleine aanzet om zich ook open te stellen naar mij toe. Ze vertelde me waar ze naartoe ging en waarom. Ook waar ze woonde en wie ze kende, wat ze graag lustte en wie ze liefhad. Ze liet me met een glimlach achter.

Zonder overdrijven: diezelfde dag stapte ik huiswaarts en zag ik hoe een oude man op de hoek van mijn straat leek te sukkelen met zijn jas en zijn tas. Er schortte iets met zijn pas. Toen ik vroeg of ik kon helpen legde hij uit dat zijn kinesist een straat verder moeilijk te bereiken was omdat hij het onderschat had. Hij kreeg het snel warm en werd moe werd van korte afstanden. Samen zijn we naar de kinesist gestapt. Ik met zijn grief in mijn handen en hij druk vertellend over hoe zijn knie uit de kom is geraakt. Trots toonde hij hoe traag joggen wel lukte in tegenstelling tot het stappen. Sindsdien weet ik ook het concrete verschil tussen een kinesist en een osteopaat. Bij aankomst vroeg hij nog snel mijn adres. Toen ik wegging riep hij: “merci hé meisje, ik kom zeker eens dag zeggen. En ik vind u sympathiek!”

Thuis deed ik mijn lade terug open, nam mijn notitieboekje en schreef:

“Klein geluk kan taai zijn”

Amina Belorf is columniste. Haar column In licht verzet verschijnt maandelijks op Bleri Lleshi’s blog.

Volg de columns op

https://blerilleshi.wordpress.com/

https://www.facebook.com/Bleri.Lleshi

@blerilleshi

3 thoughts on “In licht verzet // “Ga en praat met vreemden”

  1. Wijze raad! Door je open te zetten voor wat voor anderen vreemd lijkt, kun je heel wat bijleren! Jammer genoeg sluiten heel veel mensen zich af in hun eigen wereld.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s