Home

orhan agirdagEen goochelaar heeft geen keuze: hij moet het konijn wegtoveren, terwijl zijn publiek weet dat het konijn niet echt weg is. Beleidsmakers hebben wél een keuze: ze kunnen een probleem structureel aanpakken of ze kunnen de problemen ‘wegtoveren’ door te doen alsof ze niet meer bestaan. Dit kan bijvoorbeeld door nieuwe labels te verzinnen voor oude problemen.

Wanneer het gaat over sociale ongelijkheid blijkt het ‘wegtoveren’ de voorkeurstrategie te zijn onder beleidsmakers. Dat hebben we de voorbije jaren mogen ervaren met de problematiek van etnische minderheden. Beleidsmakers hadden sociale uitsluiting en discriminatie kunnen aanpakken door een kwalitatief hoogstaand en kwantitatief doelgericht beleid. Ze kozen er echter voor om de problemen weg te toveren door nieuwe eufemismen te introduceren: zeg niet ‘allochtoon’ maar ‘nieuwe Belg’, zeg niet ‘integratie’ maar ‘actief burgerschap’, u kent het plaatje.

Diezelfde eufemismepolitiek duikt nu weer op bij de onderwijshervormingen. Nochtans lag er in het begin een krachtig voorstel op tafel om de studiekeuze uit te stellen tot 14 jaar. Dat is nodig omdat alle wetenschappelijke evidentie erop wijst dat vroege differentiatie samengaat met meer sociale ongelijkheid. Alle Vlaamse onderwijsonderzoekers waren het daarover eens, behalve één rapport (geen empirische studie!) dat gepubliceerd werd door de neoliberale denktank Itinera.

Het voorstel dat nu op tafel ligt is herleid tot een prachtstaaltje van eufemismepolitiek. Zo mogen we in het eerste jaar niet meer spreken over studierichtingen, maar over ‘differentiatie-uren’. Vanaf het tweede jaar mogen we niet meer spreken over onderwijsvormen (aso-tso-bso), maar wel over ‘interessedomeinen’. Bovendien worden scholen niet verplicht om de hervormingen in te voeren en Bart De Wever was geen seconde te laat om duidelijk te maken dat het aso verder zal blijven bestaan.

‘Oude wijn in nieuwe zakken’, was mijn eerste reactie op het nieuwe voorstel. Maar ik besef nu dat dat kort door de bocht was. Want het zou wel eens kunnen dat de onderwijshervorming niet alleen oude wijn, maar ook zure azijn zal opleveren voor maatschappelijk kwetsbare groepen. Het nieuwe systeem met differentiatie-uren, met interessegebieden, met de matrix, met domeinscholen, met campusscholen is immers veel ingewikkelder dan de oude indeling aso-tso-bso. Probleem is dat welgestelde families de nodige knowhow, netwerken en financiële middelen hebben om de impliciete hiërarchieën in het nieuwe systeem te doorgronden en op basis hiervan de ‘juiste’ keuze te maken. Maatschappelijk kwetsbare groepen niet. Extra begeleiding bij de studiekeuze voor deze groepen lijkt daarom noodzakelijk. Maar aangezien de onderwijshervormingen geen cent mogen kosten, is de vraag hoe dat zal worden gerealiseerd. Kiezen is verliezen, en dat geldt des te meer voor de maatschappelijk kwetsbare groepen.

Ten tweede, tijdens de onderhandelingen over de hervormingen hadden de beleidsmakers zeer snel één consensus bereikt: er zou meer aandacht komen om de ‘taalachterstand’ van leerlingen weg te werken. Niet alleen ontbreekt de wetenschappelijke evidentie dat taalachterstand het doorslaggevende element is, maar het is ook onduidelijk wat zo ‘hervormend’ is aan dit voorstel. Al meer dan twee decennia gaat alle aandacht naar de vermeende taalachterstanden van leerlingen. Het wordt stilaan tijd om de taalbadpolitiek en eentaligheidsideologie grondig te evalueren. Niet alleen is dit taalbadmodel inefficiënt, maar het is ook contraproductief omdat het resulteert in lage verwachtingen bij de leerkrachten over de capaciteiten van anderstalige leerlingen. Die lage verwachtingen, vaak gestuurd door opvattingen over ‘taalachterstand’ van hun leerlingen, liggen aan de basis van sociale ongelijkheid. Deze onderwijshervorming is dan ook een gemiste kans om het taalbadmodel te hervormen en de meertalige capaciteiten van de leerlingen te benutten.

Kortom, ‘de trein is vertrokken’, zegt Onderwijsminister Pascal Smet. Tijd en wetenschappelijke studies zullen uitwijzen of het gaat om de juiste trein, dan niet over de Fyra van het onderwijsbeleid.

Orhan Agirdag is Onderwijssocioloog en ¬post-doctoraal onderzoeker aan de UGent.

Dit opiniestuk verscheen eerder in De Standaard 11/06

https://blerilleshi.wordpress.com/

https://www.facebook.com/Bleri.Lleshi

@blerilleshi

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s