Home

ted bwatuZijn brief in De Morgen verhitte de gemoederen. Ted Bwatu kon en wou het racisme in zijn stad Antwerpen niet meer verdragen en legde uit waarom hij voor Brussel koos. Alle media wilden zijn verhaal horen. Maar Bwatu zweeg in alle talen. ‘Ik wou de reacties afwachten en vooral observeren’.

Bleri Lleshi: Wanneer besloot je om een brief uit Antwerpen te schrijven?

Ted Bwatu “Nadat ik de brief van Rihab Hajjaji had gelezen. Het was een brief die mij aansprak. Het was een triestig verhaal over haar jongere broers die toonde hoe ongelijkheid binnen het onderwijs werkt. Zo zie je hoe onrechtvaardigheid in alle groepen van de samenleving plaatsvindt. De broers van Rihab werden er op een zeer jonge leeftijd mee geconfronteerd. We ontnemen kinderen de kans om zich te ontplooien door ze veel te gemakkelijk naar het beroeps of buitengewoon onderwijs te orienteren.”

In je brief ging het vooral over racisme. Zijn er specifieke redenen waarom je voor dit thema koos?

“Racisme is zelfs niet het thema van mijn brief. Ik heb een aantal persoonlijke anekdotes neergepend. Dingen die ik meegemaakt heb in mijn leven en die zwaar wegen natuurlijk. Maar dit is de realiteit. En niet alleen voor mij, maar ook voor heel wat andere mensen. In de vele reacties zag je ook heel veel mensen die zich konden terugvinden in wat ik schreef.

“In mijn brief gaat het mij eerder om onrechtvaardigheid die zich onder verschillende mantels kan verbergen en racisme is daar een van. Wat ik wou aankaarten was het taboe. We spreken zo weinig over racisme en bekijken meestal eenzijdig. Ik wou mensen bewustmaken. Dat racisme niet aanvaardbaar is. Het gaat om situaties die ik en anderen dagelijks meemaken maar we spreken er niet over en als we dat wel doen dan is de reactie vaak:’Is dat nu echt zo?’, ‘Dat kan niet zo erg zijn’, ‘Zijn dat geen waanideeën?’. In mijn brief heb ik het over feiten. Over situaties die jammer genoeg echt bestaan”.

Intussen heeft je brief het debat geopend. Had je zoveel aandacht verwacht?

“Ik had reacties verwacht, maar niet zoveel. Het is een brief die de mensen heeft geraakt: positief of negatief. Hij heeft de mensen niet onverschillig gelaten. Er kwamen reacties uit alle mogelijke hoeken: politici, vrienden, collega’s en andere mensen. En het kan misschien raar klinken, maar ik ben ergens verheugd omdat een steen is verlegd in een thema waar er zo weinig wordt gesproken”.

Hoe belangrijk is het dat we niet onverschillig zijn, om dergelijke taboes te doorbreken?

“Ontzettend belangrijk, denk ik. Als er een situatie is die we niet juist vinden of onrechtvaardig, dan kunnen we daar niet onverschillig voor blijven want dan zal er nooit iets veranderen. Als burger wil ik met mijn beperkte mogelijkheden een bijdrage leveren”.

Alex Agnew verdedigde in deze krant de stelling ‘in elk mens schuilt een racist’. Iets waar blijkbaar veel mensen in geloven. Ben je het daarmee eens?

“Honderd jaar geleden waren de mensen overtuigd dat een vrouw minder bekwaam is (was) dan een man en ze niet hetzelfde intellect kon hebben als een man en daarom zelfs geen stemrecht had. Vandaag de dag is zo’n gedachtengang voor de meerderheid van de mensen onzin. Denken dat racisme deel van ons is, is volgens mij een triestige manier van denken en zelfs destructief op lange termijn.

“Wat verstaan we onder racisme? Racisme is mensen van een andere cultuur, religie en/of huidskleur vrezen, haten en als minderwaardig zien. Gevoelens die verbonden zijn aan angst. Ik geloof niet dat deze eigen zijn aan de mens. Mensen die dat wel geloven moeten zich de vraag stellen: Is racisme een waarde die ik als mens wil vertegenwoordigen? Is het normaal dat ik een ander persoon minderwaardig vind omdat die bijvoorbeeld een andere afkomst heeft. Als elk van ons zo’n positie zou innemen, dan staan we binnen een aantal jaren allemaal tegenover elkaar. Zo zullen we nooit de ander leren kennen, de interactie aangaan, de gelijkenissen ontdekken. Daarom is racisme niet iets dat ons biologisch verbindt, maar eerder onze ondergang”.

Heeft racisme dan te maken met de omgeving en sociale factoren? Is het een constructie?

“Jammer genoeg ben ik geen socioloog om een theoretisch kader te geven. Maar wat zeker een rol speelt is de samenleving waarin we leven. Als mensen contact met elkaar vermijden en de ander altijd als vreemdeling behandelen dan creëer je een voedingsbodem voor racisme.

In je brief wijs je niet louter naar de blanke Vlaming maar naar alle andere groepen in Antwerpen. Ben je van mening dat in een stad zoals Antwerpen wordt samen geleefd?

“Er is interactie, maar niet genoeg. We leven vaker naast elkaar dan met elkaar. Antwerpen is een heel diverse stad en ik mag mij gelukkig achten dat ik in zo’n stad ben kunnen opgroeien want daardoor heb ik heel veel kunnen leren. De stad heeft mij de kans geboden om vrienden te hebben van overal in de wereld.

“Mensen uit verschillende achtergronden komen weinig samen om samen dingen te doen, hobbies te delen. Naar dezelfde comedyshows gaan bijvoorbeeld.

Hoe is dat, opgroeien in een dergelijke omgeving?

“Als je niets anders hebt gekend dan ga je heel wat foute zaken normaal vinden. Je vindt het bijvoorbeeld normaal dat wanneer een leraar in de klas vraagt wie zichzelf een racist acht zowat 1/3de van de klas de hand opsteekt. Of als je in een politieke discussie met medeleerlingen moet horen dat ‘vreemdelingen buiten moeten’.

“Op een bepaald moment stel je jezelf de vraag hoe het kan dat er al op heel jonge leeftijd met zoveel haat over de andere wordt gesproken? Voor mij was het duidelijk. Ik ben hier opgegroeid. Dit is de plaats waar mijn hart ligt en ik wil dingen positief zien veranderen’. Angst voor de ander omdat die niet hetzelfde is als ik, dat is voor mij negatief.

“Op school was ik de enige zwarte. Ik had het liever anders gewild want je wordt er rijker van als mens als je in contact komt met verschillende culturen. Veel van mijn klasgenoten kunnen getuigen dat ze net omdat ze met mij in de klas zaten, dingen hebben kunnen leren over een andere cultuur.

“We hebben een lange weg te gaan wat betreft leren omgaan met diversiteit. Als de leraar geschiedenis zomaar het woord ‘neger’ gebruikt, zonder te beseffen hoe pejoratief dat woord is. Ik heb mij daar altijd tegen verzet, want zoiets is vandaag niet langer aanvaardbaar”.

Wat is dan wel aanvaardbaar voor je?

“Het woord ‘neger’ is negatief omdat je associaties maakt met twee dingen. Ten eerste met de slavernij toen de zwarten geen rechten hadden en als beesten werden beschouwd. Ten tweede heb je de geschiedenis van het kolonialisme.

“Intussen zijn heel wat zwarten geëmancipeerd en ze willen af van een dergelijke verwijzing. Ze zijn evenwaardig en willen dat ook horen. In de Verenigde Staten zegt men ‘blacks’ of ‘Afro-Americans’. Voor ons in Vlaanderen is wat mij betreft is ‘zwarte’ wel aanvaardbaar, ‘Afrikaan’ kan ook, maar zeker niet ‘neger’ want dat is gewoon een scheldwoord”.

Wanneer werd je zich bewust van racisme?

“Heel vroeg. Als je acht jaar bent en een man roept naar u ‘go back to your country’, dan besef je dat racisme bestaat. Er zijn kinderen die bij dergelijke woorden stilstaan. Met ouder worden krijg je meer besef en begrijp je dan ook beter bepaalde situaties die je als kind hebt meegemaakt. Je ziet ook in je omgeving hoe vrienden en familie met discriminatie en racisme worden geconfronteerd op de arbeidsmarkt of binnen het onderwijs.

“Wat opvalt is, als de mensen je kennen dan heb je er minder last van. Op school kenden de leerkrachten mij. Maar als de mensen je niet kennen dan komen stereotypes en vooroordelen los. Als ze bijvoorbeeld een zwarte man ontmoeten die hooggeschoold is dan is men verrast. Ik vind dat bizar. Het is niet omdat iemand iemand zwart is of moslim of een andere afkomst heeft dat die achterlijk zou moeten zijn”.

Zelf ben je een geslaagd voorbeeld: hooggeschoold en een goede baan. Dit is niet de realiteit voor heel wat andere jongeren. Waaraan ligt dat?

“Ik denk dat omkadering het allerbelangrijkste is. Die krijg ik thuis, dus ik liet me niet doen. Ik had doelen die ik wou realiseren. Ik was overtuigd van mijn kunnen. Het is gemakkelijker gezegd dan gedaan want als je jong bent dan weet je het allemaal niet zo goed. Net daarom is omkadering zo belangrijk en niet alleen door de ouders, maar ook door de school en de omgeving waarin we opgroeien.

“Opvoeding is heel belangrijk en daar spelen ouders een cruciale rol. Ouders moeten betrokken zijn en interesse tonen in de leefwereld van hun kinderen. De betrokkenheid van mijn ouders was voor mij als kind erg belangrijk. Ouders kunnen veel betekenen maar ze moeten ook steun krijgen wanneer dat nodig is. Heel wat ouders hebben het zelf niet gemakkelijk, er is veel armoede.

“Als we kijken naar wie het moeilijk heeft in onze samenleving dan is dat niet iets dat je overkomt van de ene dag op de andere, maar dat bouwt langzaam op Als je al op jonge leeftijd te maken krijgt met uitsluiting en ongelijkheid dan wordt het moeilijk. Bovendien kan je in steden zoals Antwerpen en Brussel spreken van een soort gettovorming, voor wat betreft in contact komen met elkaar. Dat is niet alleen bij de autochtone bevolking een probleem maar ook bij mensen met een migratieachtergrond.

Hoe komt het volgens u dat er niet zoveel interactie is? Is er iets wat we hiertegen kunnen doen?

“Ik geloof dat diversiteit een mens rijker maakt. Waar we nood aan hebben is interesse. Interesse in elkaar, ook al is die andere anders. Interesse leidt tot kennis. Kennis is iets wat ons groot genot kan geven en ook een gevoel van vrijheid. Als een mens zich vrij voelt door zijn kennis kan hij zich ontplooien tot een gelukkig persoon.

“Die interesse moeten we zoeken buiten onze comfortzone en leefwereld. Interesse is iets wat ik van heel jong heb. Ik heb bijna heel mijn leven basketbal gespeeld. Een sport die hier niet zo populair is, maar in de VS wel. Ik merk hoe ik met basketters niet alleen de interesse deel in basket, maar ook in de Amerikaanse cultuur. Het is een klein voorbeeld, maar zoiets geeft u je een bredere blik in de wereld dan uw je eigen stad of de plek waar je bent opgegroeid.

“Ik ben qua literatuur gepassioneerd door twee stromingen: het Oosten en het Verre Oosten. Ik lees heel graag Perzische dichters en Chinese en Japanse literatuur. Daardoor kreeg ik ook interesse in de cultuur en de mensen van die landen.

“Ik ben blij dat heel wat dingen vandaag mogelijk zijn, zoals reizen en elders gaan werken. Of het uitwisselingsproject Erasmus waardoor studenten overal in Europa kunnen gaan studeren. Een mooie manier om andere mensen te ontmoeten en ervaringen te delen”.

Het stond dus in de sterren geschreven dat je Antwerpen zou verlaten?

“Ik wou sowieso veel verder kijken dan Antwerpen. Na mijn studies heb ik al snel een baan gevonden in Brussel. Voor een Antwerpenaar is dat een grote stap want Brussel is een andere stad. Een stad die enorm divers is. Dat was iets wat me aantrok.”.

Je was niet bang om voor Brussel te kiezen?

“Ik geloof niet in angst. Ik geloof dat angst een gevoel is dat de mens alleen maar belemmert en doet terugkruipen naar zichzelf. Sommige mensen zeggen dat racisme een waanidee is, maar angst is net een waanidee want je stelt je op voorhand de ander voor als een bedreiging omdat die een andere cultuur heeft. Ik zou zeggen: leer zijn cultuur kennen en oordeel nadien. Misschien ga je die andere cultuur zelfs omarmen”.

Is dit waarnaar je streeft: een samenleving zonder angst?

“Ik streef naar een samenleving waarin een mens wordt beoordeeld om zijn persoon en niet om zijn afkomst. Een samenleving waarin mensen geen schrik hebben om met elkaar te leven en waar ze toenadering zoeken naar elkaar ongeacht religie, overtuiging of afkomst. Kortom een samenleving waarin werkelijk interactie is. Wie voor de angst kiest zal verzuurd raken.

“Wil dit zeggen dat het vanzelfsprekend zal gaan? Neen, dat beweer ik niet. Het zal een uitdaging zijn. Samenleven is overal een uitdaging, maar het is wel een mooie uitdaging als we ervoor kiezen om samen te leven in plaats van met angst voor elkaar”.

Wat wil je zelf bijdragen aan deze uitdaging?

“Een multiculturele samenleving is niet enkel theoretisch maar ook praktisch mogelijk. Aan mensen die dat niet geloven wil ik zeggen dat ze moeten nadenken en inzien dat een ideeëngoed tegen diversiteit duurzaam noch constructief is.

“Zelf heb ik gekozen voor een democratische manier om mijn boodschap te verwezenlijken: via de pen. Schrijven doe ik al heel lang voor mezelf en ik wil me er verder in verdiepen. Met de pen heb ik een wapen waarmee ik een bijdrage kan leveren, door artikels, essays of wie weet, ooit zelfs boeken te schrijven”.

Ook in de strijd tegen het racisme?

“Ja, want die strijd is nog niet gestreden. Ik denk dat het onze taak is, van ieder van ons, om verantwoordelijkheid te nemen en om deze samenleving beter te maken.

“Zelfreflectie kan hierbij helpen. Het is iets dat ons helpt te groeien, de dingen te kaderen in ons leven. We zijn niet geboren met alle antwoorden. We vergissen ons en we hebben niet altijd gelijk. Bovendien kunnen onze overtuigingen ook veranderen met de tijd.

“Als ik mag zou ik graag een verhaal van Khalil Gibran met u delen.

“Er zaten vier kikkers op een houtblok en plotseling werd het blok door de stroom gegrepen. De kikkers waren verrukt want zij hadden nog nooit gevaren.

“Tenslotte sprak de eerste kikker en zei:”Het beweegt alsof het leeft, de beweging zit in het houtblok”. De tweede kikker zei:”Nee mijn vriend, het beweegt niet. Het is de rivier die naar de zee wandelt.” De derde kikker sprak en zei: “Het is noch het blok noch het water dat beweegt. De beweging zit in ons denken, want zonder het denken beweegt er niets.” De drie kikkers begonnen te kibbelen over wat er nu werkelijk bewoog.

“Ze wendden zich tot de vierde kikker, die aandachtig had geluisterd en ze vroegen zijn mening. De vierde kikker zei:”Ieder van jullie heeft het bij het rechte eind en niemand heeft ongelijk. De beweging is in het blok en in het water en ook in ons denken.

“De drie kikkers werden zeer boos, want geen van hen was bereid toe te geven dat zijn waarheid niet de hele waarheid was en dat de anderen niet geheel ongelijk hadden. Toen gebeurde er iets vreemd. De drie kikkers verenigden zich en duwden nummer vier van het blok in de rivier…”.

Interview / Bleri Lleshi

© De Morgen 04/05/13

© foto Diego Franssens

https://blerilleshi.wordpress.com

https://www.facebook.com/Bleri.Lleshi

Twitter @blerilleshi

4 thoughts on “Interview Ted Bwatu in De Morgen: ‘Ik geloof niet in angst’

  1. Ik lees veel nuanceringen in het interview. Ik had het moeilijk met een aantal stukken in zijn brief. Dit maakt een en ander duidelijk.

  2. Hier en daar wordt er verwezen naar het feit dat het niet enkel “de blanke man” zou zijn, maar toch. Ik ben het als blanke beu om blijkbaar als enige mogelijke racist te worden aanzien. Racisme komt voor bij Marokkanen, Turken, Afrikanen, … Maar toch blijft het teren op het historische schuldgevoel van de blanken (kolonisaties, slavernij, jodenvervolging,…)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s