Home

bleri lleshi @ studioschrever-1In het bruisende Brussel hadden we een gesprek met “Zinneke” Bleri Lleshi, politicoloog, filosoof, documentairemaker en activist. Ooit zei journalist Guy Polspoel hem: “Ik ben een échte Brusselaar, want ik ben hier geboren”. Maar daar was Bleri Lleshi het niet mee eens: “Men moet niet in Brussel geboren zijn, om pas dan een ‘Brusselaar’ te kunnen zijn”.

Wie ben je? Wat typeert jou als persoon?

Bleri Lleshi : “Ik noem mijzelf eerder een “Zinneke” (benaming voor een Brusselaar, red.). Een Zinneke is iemand die zich identificeert met Brussel, ook al is hij hier zelfs maar tijdelijk, het is de connectie met de stad en de gemeenschap die telt.

Ik ben zelf van Albanese afkomst. Ik startte mijn studies in de politieke en sociale wetenschappen omdat ik zoals vele andere jongeren wou begrijpen waarover de conflicten in de wereld – die meestal fragmentair in de pers aan bod komen- in sé gaan. Als jonge student, voelde ik mij vooral een wereldburger en wou ik veranderingen verwezenlijken vanuit het internationale perspectief. Mijn interesse voor het lokale niveau ontstond pas later, toen ik inzag dat, wanneer men grootse dingen wil veranderen, men op lokaal niveau moet starten. Dit was een belangrijk keerpunt in mijn leven.

Ik startte tijdens mijn filosofiestudies met veldonderzoek naar de identiteit van Brusselse jongeren. Aangezien ik ook wou dat hiermee méér zou gebeuren dan dat dit onderzoek enkel zou resulteren in een beleidsnota voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie, besloot ik om er een boek over te maken (‘Identiteit en interculturaliteit, identiteitsconstructie bij jongeren in Brussel’, red.). Op die manier zou het ruimere publiek er ook iets aan hebben. Het was het jaar 2009-2010, het hoogtepunt van de regeringscrisis in België en een boek over identiteit was dan ook een heel brandend thema.”

Hoe wordt een identiteit volgens u gevormd?

Bleri Lleshi: “Een identiteit is niet iets dat vast ligt. Het evolueert altijd. Een identiteit is ook meervoudig, men kan bijvoorbeeld een Afro-Vlaming zijn of een Belgo-Turk. Identiteiten zijn steeds een dynamisch gegeven. Je kan je pas identificeren afhankelijk van de context waarin je leeft, en afhankelijk van de invloed die de omgeving op je heeft. Deze meervoudigheid maakt die identiteit dan ook complex. “

De eerste grote migratiebewegingen naar België dateren al van na de Tweede Wereldoorlog. Hoe komt het dat een beleid in verband met minderheden slechts van de laatste decennia dateert en dat dit zo moeilijk ligt?

Bleri Lleshi: “De eerste gastarbeiders waren Italianen en Portugezen. Pas toen deze niet meer bereid waren om in de gevaarlijke Belgische mijnen te komen werken, werden er overeenkomsten gesloten met Turkije en Marokko. Zolang men dacht dat de gastarbeiders wel zouden terugkeren, leek het niet zinvol om een beleid uit te werken. Het is pas in de jaren ’80, toen bleek dat deze arbeiders hier zouden blijven, dat de eerste beleidsnota’s hierover zijn ontstaan. In 1986 verscheen zelfs een heel goede integratienota voor de sociaaleconomische integratie van migranten.

Deze werd echter snel afgevoerd toen het Vlaams Blok een monsterscore behaalde tijdens “zwarte zondag” (de parlementsverkiezingen van 24 november 1991, red.). De reactie van de traditionele partijen was dat het Vlaams Blok gelijk had, maar dat hun voorgestelde oplossingen fout waren. Vanaf dat moment werd het integratiebeleid niet meer benaderd als een socio-economisch probleem. Het werd een kwestie van cultuur, etnische afkomst en religie. En zo wordt het de dag van vandaag nog steeds benaderd. Daarmee wil ik niet zeggen dat, als er spanningen zijn, die geen enkel verband houden met cultuur, afkomst of religie. De situatie zit echter een stuk complexer in elkaar.

Wat ik vooral wil brengen is een “en/en”- verhaal. Als men vandaag over integratie spreekt dan gaat het vooral over taal. Het belang van talenkennis wordt de dag van vandaag overdreven. De taalkwestie op zich wordt meer en meer opgedrongen.”

Wat bedoel je hiermee?

Bleri Lleshi: “Vooral sinds de NV-A de ministerpost van Integratie en Inburgering heeft gekregen is de nadruk op taal als dusdanig gaan liggen. Ik vind talenkennis heel belangrijk, het is wat mensen verbindt met elkaar, alleen wordt taal nu maar al te vaak gebruikt om verdeeldheid te zaaien onder de mensen.

Al te vaak wordt taal beschouwd als dé oplossing om voor zichzelf een plaats in de maatschappij te creëren. De taal is echter een deel van de oplossing. Het kennen van de taal is niet genoeg om alle discriminaties uit de wereld te helpen. België scoort binnen Europa als één van de slechtste landen ten aanzien van personen met een migratieachtergrond op het gebied van sociale ongelijkheid en discriminatie op de arbeidsmarkt.

Het feit dat men de taal kent, lost deze problemen dus helemaal niet op. Kijk bijvoorbeeld naar de werkloosheidscijfers bij hooggeschoolde migrantenjongeren. Neem nu als voorbeeld het onderwijs: België staat op kop wanneer het gaat om de taalachterstand van kinderen die ouders hebben van een vreemde afkomst. Het onderscheid tussen ASO, TSO, BSO en het bijzonder onderwijs versterkt de sociale en economische achterstand. Nochtans hebben heel wat wetenschappelijke studies uitgewezen dat tweetalig onderwijs (zowel in de taal die zij van thuis uit spreken als deze van het land waarin zij wonen) een sterke stimulans is voor deze kinderen om zich te ontwikkelen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat tweetalige opvoeding een heel stimulerend effect heeft op de hersenactiviteit van kinderen.

Dergelijke kinderen kennen een veel grotere woordenschat dan eentalige kinderen. Nochtans wordt deze meerwaarde op school helemaal niet naar waarde geschat. Integendeel, migrantenkinderen worden zelfs berispt wanneer zij de taal spreken die zij van thuis uit hebben geleerd. Heel weinig scholen in België benaderen meertaligheid positief. Het is niet toevallig dat net deze scholen het best scoren, wat bewijst dat een concentratieschool niet noodzakelijk samengaat met leerachterstand.

In het onderwijs bestaat er institutioneel racisme. Het onderwijs behoort tot de fundamenten van de samenleving, maar het lijdt helaas onder de traditionele pedagogische structuren en opvattingen met als gevolg dat het volledig aan de hedendaagse realiteit voorbijgaat.

De minister van onderwijs, Pascal Smet, had enige tijd terug een nota voorgesteld die een dergelijke tweetaligheid vooropstelde. Kris Peeters verklaarde tegenover de regering hierover niet te willen spreken. Door een dergelijke afwijzende houding ten aanzien van nieuwe studiemethodes gaat kostbare tijd en veel geld verloren. Leerkrachten in het Brusselse raken gedemotiveerd en verkiezen na enkele jaren “blanke scholen” omdat ze er meer vooruitgang boeken bij deze leerlingen. Leerkrachten die wél openstaan voor nieuwe studiemethodes, botsen dan vaak op tegenwind van oudere leerkrachten en hun eigen directie. Dit terwijl bij gebrek aan een goed beleid omtrent onderwijs, het net de leerkrachten zelf zouden moeten zijn die het verschil moeten maken. De invloed van politiek wordt al te vaak onderschat in het onderwijs. Nochtans is het onderwijs het allerbelangrijkste middel om integratie te verwezenlijken.”

De sociale media en het internet hebben er mede voor gezorgd dat iedereen de dag van vandaag zijn mening kan uitdrukken. Er wordt hierbij nog nauwelijks onderscheid gemaakt tussen de emotionele opwelling van Jan-met-de-pet en de opvatting van een specialist terzake. Zou de pers geen grotere verantwoordelijkheid in het maatschappelijke debat moeten dragen door meer duiding te geven en meer genuanceerd tewerk te gaan?

Bleri Lleshi: “We leven in een maatschappij waarbij iedereen uitgaat van het eigen gelijk en het in pacht hebben van de waarheid. Dit zorgt voor individualisme en verdeeldheid. De eigenheid van de mens staat centraal wat op zich geen probleem is, maar een mens is ook een sociaal wezen die solidair kan zijn en samenwerking zoekt. Door de toenemende individualisering en de competitie die het neoliberalisme promoot vergeten we deze waarden.

Daarover ben ik trouwens een boek aan het schrijven met als titel “De neoliberale strafstaat”. In dit boek wil ik aantonen hoe de welvaartsstaat is afgebouwd en hoe we, in plaats daarvan, steeds meer richting “strafstaat” gaan. Terwijl de socio-economische problemen toenemen, zeker de afgelopen vijf jaar, de politici onmachtig zijn om deze problemen aan te pakken, grijpt men naar repressieve maatregelen rond thema’s zoals justitie en veiligheid. Men is dus niet met de oorzaken van de problemen bezig, maar met de gevolgen. Zolang de oorzaken niet worden aangepakt, zal er weinig veranderen.

Bovendien zijn er een aantal zorgwekkende evoluties aan de gang. Naar mensen die weten waarover ze spreken, wordt niet langer geluisterd. Centraal staat de mens in de straat en niet de justitiespecialist. Dit is een grote evolutie in de voorbije dertig jaar. In realiteit willen politici stemmen halen. Zij voeren hun beleid door middel van de media, die op hun beurt de publieke opinie bepalen. Dit leidt tot populisme. We gaan ervan uit dat wijzelf onze mening vormen, maar in werkelijkheid wordt onze mening bepaald door de media. De media laat politici het meest aan het woord, deze vormen dan weer de publieke opinie.

Je hebt zelf een blog op het internet (https://blerilleshi.wordpress.com) . Wat wil je hiermee bereiken?

Bleri Lleshi: “Met mijn blog wil ik een andere kijk en analyse bieden op wat er beweegt in onze samenleving. Ik laat ook geregeld andere jongeren aan het woord. Sommigen worden zo opgemerkt en gecontacteerd door kranten als De Morgen.

Jongeren gedragen zich vaak op dezelfde manier als de perceptie die over hen bestaat in de pers en door hun omgeving. Er is nood aan positieve rolmodellen met een constructieve boodschap.

Zo ben ik bijvoorbeeld gestart met het project “Other voices”, waarbij ik, met nul euro financiële steun maar met de hulp van tal van jongeren, een reeks van ontmoetingen organiseer waar vijftig tot zestig personen samenkomen, om te debatteren over verschillende thema’s. Deze groepen bestaan voor de helft uit personen met een migrantenafkomst,;en voor de helft uit vrouwen. Ik wou hiermee een tegengewicht vormen tegen de gewoonte van steeds het woord te geven aan het type van de, “blanke, hoger opgeleide, middenklasse man”.

We leven in een diverse samenleving en het is essentieel om die andere stemmen ook te horen. Ze bieden een andere kijk op mogelijke oplossingen. Bovendienmogen problemen van groepen die niet aan het woord komen niet worden weggemoffeld. Men mag dan nog zoveel kritiek geven op de invoer van quota’s inzake vertegenwoordiging, bepaalde discriminaties raken helaas niet van onderuit opgelost. In dat geval moeten er van bovenuit maatregelen worden genomen.

Armoede en sociale ongelijkheid zijn structurele problemen en vragen om structurele oplossingen. Ik ben het niet eens met het principe dat het individu als enige verantwoordelijk is voor de situatie waarin hij/zij zit. Iedereen draagt verantwoordelijkheid, de betrokkene zelf, de ouders, de gemeenschap, de politici, het middenveld,… Iedereen is samen verantwoordelijk.

Hoe kan de politiek in het huidige klimaat iets constructiefs betekenen?

Bleri Lleshi: “Maatschappelijke problemen worden gedepolitiseerd. Nochtans heeft elk politiek probleem een politieke oplossing nodig. Ook het middenveld heeft hierin een belangrijke rol te spelen. In feite is er een front van progressieve politieke partijen nodig om samen met het middenveld duidelijke signalen te geven. Dit middenveld is tezelfdertijd weer afhankelijk van subsidiëring die van de overheid komt. Het probleem is ook vaak de publieke opinie. Hierdoor houden middenveldorganisaties zich liever op de vlakte wanneer het over heel gevoelige thema’s gaat.

Het middenveld is hard nodig, want de problemen en de uitdagingen zijn groot. In Brussel leeft één op drie in armoede, is er in bepaalde wijken tot 50 % jeugdwerkloosheid, een schooluitval van 25% en slechts 8 % sociale huisvesting. Daartegenover is er bijvoorbeeld in Amsterdam meer dan 50 % sociale huisvesting. Indien er rellen ontstaan in Brussel wordt er in de pers gesproken over “kordaat optreden”. Wij leven in een verhoogde politiestaat. Maar nogmaals, met dit soort beleid worden de gevolgen aangepakt en niet de oorzaken.

Bijvoorbeeld, Bart De Wever ‘s eerste prioriteit in Antwerpen was de strijd tegen drugs, terwijl internationale studies en rapporten hebben uitgewezen dat een eenzijdige bestrijding van drugs de problemen in de samenleving enkel doen verergeren. We leven in onzekere tijden, mensen zijn niet meer zeker van hun toekomst, hun werk, hun pensioen, hun gezondheidszorg, zelf niet meer van hun relatie. Een beleid dat focust op veiligheid (bijv. bewakingscamera’s in de stad) geeft hen een gevoel van fysieke zekerheid, in een klimaat waarin al de rest onzeker is. Men klampt er zich aan vast, maar op zich biedt het geen oplossing.

Als filosoof moet ik bescheiden blijven. Toch probeer ik in mijn boek “De neoliberale strafstaat” om de aanzet te geven tot alternatieven. Ik vind het belangrijk om bruggen te bouwen tussen theorie en praktijk. Vanuit mijn theoretische inzichten en werkervaring in de praktijk, kan ik dat. We moeten op zoek gaan naar wat er moet gebeuren en veranderingen verwezenlijken. We moeten ook blijven zoeken naar positieve voorbeelden.

In Brussel is degelijke huisvesting een enorme uitdaging. Bijvoorbeeld, de eerste “Community Land Trust” op het Europese vasteland is in Brussel gerealiseerd. Het is een fantastisch project waarbij men anders denkt over huisvesting en wonen. Het vertrekt vanuit de noden van de zwakkeren. De gemeenschap staat centraal.

Brussel heeft de meest ongebalanceerde arbeidsmarkt in Europa. Er is vraag naar hooggeschoolden, terwijl de Brusselaars vooral laaggeschoold zijn. Dit probleem moet aangepakt worden. Brussel heeft nood aan alternatieve, lokale en sociale economie om jongeren en laaggeschoolden echte kansen te bieden.

Er moet meer geïnvesteerd worden in de jongeren in Brussel, want jongeren zijn de toekomst. Wat nodig is, zijn constructieve projecten. Daar kan iedereen op zijn eigen manier aan bijdragen.”

Interview / Nahid Mohammadi

Foto © Studio Schrever

Giesbaergske Koleuren Gazette, April 2013

http://www.giesbaergskekoleurengazette.be/

https://blerilleshi.wordpress.com/

https://www.facebook.com/Bleri.Lleshi

Twitter @blerilleshi

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s