Home

Jan Brumagne “Oh, mais il n’y a pas de soucis”. Een zeer doordeweekse uitspraak in onze hoofdstad. Vrij vertaald: “Maak u maar geen zorgen, het is geen enkel probleem”. Ik maak mij nochtans wel zorgen. Ik ben er immers van overtuigd dat menig jonge Nederlandstalige stadsgenoot dit schijnbaar simpele zinnetje niet eens gebruikt laat staan kent. Onthutsend, niet? Ik moet met schaamte toegeven dat ik tot enkele jaren terug hiervan zelf ook geen weet had. Eigenlijk wel straf als je weet dat ik mijn hele leven lang al in een stad woon waar Frans nu eenmaal de omgangstaal is.

Tot mijn 18e levensjaar was mijn leefwereld anders quasi-ééntalig: Nederlandstalige school, Nederlandstalige vrienden, Nederlandstalige media, Nederlandstalige jeugdbeweging, … . Quasi-ééntalig, want Frans loerde altijd om de hoek. Al was het nu op de metro, in de snackbar of op school met anderstalige kinderen. Meestal zat ik daar wel met de mond vol tanden. Hooguit wat dingen al stamelend te zeggen. Het ontbrak mij enorm aan zelfzekerheid op dat vlak. Zoals bij vele jongeren gebeurde het weliswaar dat Franse woorden ingang vonden in mijn dagelijks taalgebruik (Want in BX is het te à l’aise, het is hier tout bien, quoi!) maar je kan best begrijpen dat dit moeilijk een grote verbetering van mijn taalvaardigheden was te noemen.

Ik besloot om politieke wetenschappen te studeren aan de Université Libre de Bruxelles (ULB). Drie jaar later was mijn Frans geweldig verbeterd. Ik had eindelijk het gevoel dat ik écht met mijn omgeving kon communiceren. Perfect tweetalig was (en ben) ik wel niet maar mijn schroom is gesmolten als sneeuw voor de zon. Verder was het ook een ongelooflijke eye-opener: er ging een gans nieuwe wereld voor mij open. Een wereld waar Nederlands op het eerste zicht geen grote plaats is toebedeeld. Hoe meer ik met mensen praatte hoe meer ik echter een zeer vertrouwd signaal begon op te vangen. Veel Franstalige – daarbij ook heel wat Brusselse – studenten zitten immers met een gelijkaardig probleem. Ze kennen wel wat hoor, maar als het er op aan komt kunnen en – vooral – durven ze niet. Aan goede wil ontbreekt het hun allesbehalve.

Mooie woorden alleen maken het weer natuurlijk niet. Aan de zuidkant van de taalgrens heeft men dat beseft in politieke kringen en is men al een tijdje bezig met een inhaalbeweging. Sinds enkele jaren worden er in honderden Waalse scholen van het lager en secundair onderwijs immersieprogramma’s voorzien. In dit taalbad krijgen de leerlingen een – soms zelfs groot – deel van hun lessen in het Nederlands. Aantal zulke initiatieven in Vlaanderen? Nul. Recente alarmerende cijfers over de dalende kennis van het Frans bij de Vlaamse jeugd wijzen er op dat dit nochtans niet zo’n slecht idee zou zijn.

In Brussel zijn er in het hoger onderwijs al wat contacten te noteren. Tussen de VUB en de ULB zijn er de laatste jaren bijvoorbeeld verschillende uitwisselingen tot stand gekomen. Zo kan je als student in de politieke wetenschappen kiezen om enkele vakken te volgen in de naburige universiteit. Als je een echte die-hard bent kan je voor één of twee semesters zelfs op Erasmus-uitwisseling (!) in de anderstalige zusteruniversiteit. Kleine informatieve en ironische noot: een dergelijke uitwisseling gebeurt doorgaans met een universiteit in het buitenland. Deze eerbare pogingen terzijde is het in het enige tweetalige gewest van ons land zéér bedroevend gesteld.

Dit wil natuurlijk niet zeggen dat er alleen maar ééntalige mensen in onze hoofdstad rondlopen. Kijk bijvoorbeeld naar sommige kinderen in het Nederlandstalig onderwijs die uit een anderstalige achtergrond komen. Ik zag de meesten tweetalig, en in het geval van een niet-Belgische origine soms zelfs drietalig van de schoolbanken komen – en jaloers dat ik was. Eén van mijn beste vrienden, een taalknobbel van Marokkaans-Tunesische afkomst, was perfect vijftalig aan het einde van het middelbaar: hij kende Nederlands, Frans, Engels, Arabisch én Berbers. Dat zo’ n opvoeding een garantie tot succes kan zijn wordt in de feiten bevestigd. Kijk maar naar Vincent Kompany, een rasechte ket: in perfecte tweetaligheid voert hij onze Rode Duivels aan.

Maar voorlopig zijn en blijven deze mensen uitzonderingen in wat officieel een tweetalig gebied is. Volgens mij draagt het huidige onderwijssysteem in Brussel, gebaseerd op twee aparte ééntalige gemeenschappen, hiervoor een bijzonder grote verantwoordelijkheid. Onderwijs alleen kan dit probleem natuurlijk niet oplossen, maar men mag de belangrijke vormende functie die scholen hebben niet uit het oog verliezen. Zij bereiden kinderen en jongeren voor op een gunstige toekomst in een welbepaalde omgeving. Brusselse scholen falen hier deels in door de jeugd een ééntalige spiegel voor te houden. Terwijl je echt niet achttien moet zijn om te beseffen dat, als je in de omgeving van Brussel wilt blijven wonen, je hoe dan ook geconfronteerd wordt met Frans én Nederlands. In Vlaanderen en Wallonië werkt zo’n ééntalige logica misschien nog wel maar in de Brusselse samenleving, waar beide landstalen elk op hun eigen manier een onmiskenbare rol spelen, werkt dit – al jaren – problemen in de hand.

Talenkennis is en blijft een enorme troef en dat hoef ik niemand in dit land uit te leggen. Elke dag opnieuw ervaar ik er zelf de voordelen van. Mijn pleidooi alleen zal wellicht niet veel veranderen maar ik hoop aan de bevolking en haar verkozen politiekers toch deze duidelijke boodschap over te maken: durf investeren in een tweetalig Brussels onderwijs. Durf voor de Brusselse jeugd de handen in elkaar te slaan voor een toekomst met realiteitszin. En hou vooral op met deze ronduit absurde situatie te bestendigen waar veel Brusselse kinderen het slachtoffer van zijn en, indien niets verandert, zullen blijven.

Jan Brumagne is 22 jaar en Brusselaar. Hij heeft politieke wetenschappen gestudeerd aan de ULB en nu volgt hij rechten aan de VUB.

In de reeks >>Brieven uit Brussel<<

::::: Blinde onverschilligheid door Rabia Uslu ::::::::

https://blerilleshi.wordpress.com/2013/01/07/blinde-onverschilligheid

::::: Durven kijken naar Brussel door Hannah Boakye

https://blerilleshi.wordpress.com/2012/12/31/durven-kijken-naar-brussel

:::::::: Tussenin door Natacha De Rudder ::::::::

https://blerilleshi.wordpress.com/2012/12/24/tussenin

:: Brussel behoort niet enkel de pendelaar toe door Nathaniël Bovin::

https://blerilleshi.wordpress.com/2012/12/17/brussel-behoort-niet-enkel-de-pendelaar-toe

::Dochter van een zandneger door Danira Boukhriss Terkessidis ::

https://blerilleshi.wordpress.com/2012/12/10/dochter-van-een-zandneger

::::: De Vlaamse bril door Ibrahim Üçkuyulu:::::

https://blerilleshi.wordpress.com/2012/12/04/de-vlaamse-bril

Volg de reeks op

https://blerilleshi.wordpress.com/

https://www.facebook.com/Bleri.Lleshi

@blerilleshi

13 thoughts on “Eéntalig in een anderstalige omgeving

  1. Dag Bleri,

    Je opinieartikel in de krant van vandaag slaat de nagel op de kop. Misschien toch bijvoegen dat er politiek toch wel wat verzet is. Ik verwijs naar de actie van Wouter Van Besien dienaangaande die je wellicht toejuicht? Jammer dat je dit niet vermeldt in je artikel. Groeten, Johan

  2. Hallo
    Ik vind het een goed artikel.
    Tweetaligheid in Brussel is een probleem. Ik heb jaren in Brussel gewerkt en ken dus het probleem. Ik kan niet verdragen dat het steeds maar op de rug van de Walen gezeten wordt. Binnen het bedrijf waar ik werkte was er geen enkel probleem. Er werden lessen Nederlands voor hen georganiseerd en dat verliep fantastisch goed. De walen deden fantastisch goed hun best om Nederlands te praten. Dat was soms heel grappig en ze konden zelfs lachen om hun eigen fouten. Dus…. men moet stoppen met altijd maar opnieuw op de Walen hun nek te zitten. Het zijn toffe mensen!
    Met de Brusselaar is het anders gesteld. Wij hebben dikwijls ondervonden dat die echt van slechte wil zijn. Ze weigeren van Nederlands te praten (ik heb het hier niet over studenten, daar weet ik niets van). In het bedrijf waar ik werkte moest ik vertalingen maken voor die mensen. Als ik hen vroeg om toch eens een inspanning te doen kreeg ik als antwoord; “ik wil geen Nederlands leren”, nu voor mij was de kous af en ze konden zelf hun vertaling maken.
    Als je in het Zuidstation in één van die winkeltjes iets wil kopen moet je altijd in het Frans spreken, ze kennen geen Nederlands en als je in het Nederlands praat behandeld men je als een minderwaardig iets. Trouwens, ze begrijpen zelfs geen Engels. Laatst stond ik in de chocolateriezaak Godiva en er was een Engelsman die een leuk cadeau wou kopen, wel mensen, dat was een ware ramp. Die verkoopster verstond er niets van en was nog grof op de koop toe.
    We zijn nu eenmaal een tweetalig land dus is het toch normaal dat wijzelf tweetalig zijn.
    En wat sommige politici vertellen….. geen aandacht aan geven.
    Kijken we eens naar onze anderstalige mensen….. die doen wel hun best om het Nederlands en het Frans onder de knie te krijgen.

  3. Pingback: Geïntegreerd ondanks mezelf | Bleri Lleshi's Blog

  4. Pingback: Kansen krijgen is goed, ze grijpen is beter | Bleri Lleshi's Blog

  5. Pingback: Een stad die inspireert | Bleri Lleshi's Blog

  6. Pingback: Brussel fascineert | Bleri Lleshi's Blog

  7. Pingback: Mijn stinkende grote liefde | Bleri Lleshi's Blog

  8. Pingback: De kracht van taal | Bleri Lleshi's Blog

  9. Pingback: Ismaël, de Ivoriaan | Bleri Lleshi's Blog

  10. Pingback: Gezocht: solidariteit | Bleri Lleshi's Blog

  11. Pingback: De wil en vastberadenheid | Bleri Lleshi's Blog

  12. Bleri,

    Hieronder een reactie Bleri vanmijn vriendin Ann die bij het CLB werkt! Groeten, Johan

    PS Keep the good work going!!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s