Home

‘Inkomenskloof Brussel-Vlaanderen nog nooit zo diep’, koppen de media vandaag. Eén van de belangrijkste vaststellingen is dat de armen steeds armer worden. De wijkcentra zijn een belangrijk instrument en één van de kanalen om de armen in de Brusselse wijken te bereiken. De voornaamste doelstellingen van een wijkcentrum zijn: het verhogen van de leefbaarheid in de wijk door armoede te bestrijden en door de participatie van de bewoners te bevorderen.

Geen middelen

Net in deze harde tijden voor de Brusselaars heeft het VGC-college (Vlaamse Gemeenschapscommissie) beslist om de vier nog bestaande Nederlandstalige wijkcentra aan hun lot over te laten. Het werken werd hen al eerder moeilijk gemaakt, doordat de subsidies steeds kleiner werden. Nu mogen ze hun personeel op straat zetten.

Als Brusselaar die dagelijks te maken krijgt met de sociale en economische problemen van mijn stadsgenoten vind ik dit verschrikkelijk. Laten me vertellen waarom, waarde lezer.

Eén van de wijkcentra die niet langer worden gesteund, is Buurtwinkel Anneessens. Ik haal dat voorbeeld aan omdat ik onlangs nog met de Buurtwinkel heb samengewerkt binnen het project ‘Empowerment door/par Engagement’ waar zowel jongeren uit de wijk als andere Brusselse jongeren aan deelnamen, waar ze samen ideeën uitwerkten over hoe zij zich kunnen engageren voor de eigen wijk en de stad waarin ze wonen.

Transitiezone

De Anneessenswijk is de laatste maanden constant in het nieuws en wel op een negatieve manier. Er waren een aantal incidenten waarbij homoseksuelen werden belaagd. Er waren straatovervallen waarbij argeloze voorbijgangers beroofd werden. Iets wat niet kan en wat ten sterkste moet worden veroordeeld. Wie de wijk een beetje kent weet dat hier veel problemen zijn.

De sociale problemen in Anneessens zijn groot. De buurt staat bekend als een transitiezone voor asielzoekers, mensen zonder papieren en druggebruikers. Wie langs de Anspachlaan passeert ziet met de eigen ogen de armoede en de miserie. Tientallen daklozen om elke hoek, mensen die al van acht uur ’s morgens aan de Cara Pils zitten en uitzichtloos rondhangen tot de nacht valt, om dan ergens buiten een slaapplek te zoeken.

Als ik in de Buurtwinkel kwam, dan zag ik daar regelmatig een aantal van deze mensen, die er, samen met andere buurtbewoners in achtergestelde positie, terecht kunnen voor wat warmte, een koffie, een gesprek en die waar nodig en mogelijk verder worden geholpen. Ze vinden er de hulp die ze nodig hebben. De Buurtwinkel doet niet alleen dit onthaal. In de wijk staat de vzw vooral bekend voor de initiatieven waar armen het woord nemen, de verschillende wijkfeesten die ze organiseren en het bijeenbrengen van de wijkbewoners. Het is één van de weinige organisaties die zich inzet voor de sociale cohesie die in de wijk zo ver zoek is en toch zo hard nodig is.

Maar blijkbaar vindt men het bij de VGC weinig zinvol om aanwezig te zijn in deze arme buurten van de stad. Nu ze de Buurtwinkel gaan opdoeken stel ik hen de vraag: “Wat blijft er over in de wijk?” Langs Nederlandstalige kant: niets! Langs Franstalige kant heb  je nog een aantal organisaties die zich, ook met beperkte middelen, proberen in te zetten in het hart van de stad dat kreunt onder de problemen. Er zijn een aantal organisaties die op papier in de wijk zouden moeten werken maar die het al lang hebben opgegeven. Hun lege lokalen lieten ze achter. De preventiewerkers van de Stad Brussel komen af en toe opdagen, maar hebben weinig te zeggen.

Niets voor de jongeren

Het afgelopen half jaar heb ik zelf mogen ervaren hoe bitter weinig er aan sociale en culturele werking bestaat in deze wijk. Toen ik aan het project begon wou ik vooral jongeren uit de wijk zelf laten deelnemen. Anneessens heeft een jonge bevolking. Jongeren die opgroeien in krotten van huizen die buiten en binnen lijken te schimmelen. De lelijke blokken zien eruit alsof ze elk moment in elkaar zullen zakken. Voor de kinderen en de jongeren is er zo goed als niets op sportief of cultureel vlak. Dus velen gaan op straat rondhangen.

Toen ik met een aantal onder hen sprak over het project leken ze zwaar ontgoocheld en gedemotiveerd. ‘Wat heeft het voor zin om deel te nemen aan jouw project als we al die tijd niets zien veranderen? Als in mijn blok al jaren niets bestaat om de vrije tijd door te brengen?’, hoorde ik van hen.

Wat kan je daarop antwoorden? De organisaties die er actief zijn met jongeren, tel je op één hand en de helft van de organisaties waar je aan denkt, bestaan al niet meer. Ook langs Nederlandstalige kant. In de Anneessenswijk met haar jonge populatie vind je zelfs geen WMKJ (Werking voor Maatschappelijk Kwetsbare Jeugd).

Het is daarom dat ik uiteindelijk met de Buurtwinkel heb samen gewerkt, ook al zijn jongeren niet direct hun eerste doelgroep. Er was gewoon niets anders. En nu wil de VGC ook dit stopzetten?

Nieuwe initiatieven of herstructureringen zouden er komen, volgens de bevoegde mensen bij de VGC. Maar waarom opgeven wat er al is? Zeker als je weet dat in de 30 jaar van haar bestaan, de Buurtwinkel goede banden heeft weten te leggen met de buurtbewoners. Als ik er soms rondliep met de bijna tachtigjarige Omer Mommaerts, bezieler en voorzitter van de Buurtwinkel, deden we een half uur over een paar honderd meter omdat hij constant stopte voor een gesprek met buurtbewoners, waarvan hij de meerderheid bij de naam kent.

Een ander idee van de VGC zou zijn om de buurtwerking te integreren in de gemeenschapcentra. Dit zou betekenen dat de werking van de Buurtwinkel onder De Markten zou vallen. Dit lijkt me geen leuke grap. De Markten bereikt middenklasse Dansaert-Vlamingen en het publiek van de Buurtwinkel zal daar nooit komen opdagen. Het gemeenschapscentrum weet dat en er is een goede samenwerking samen met de Buurtwinkel.

Beste collegeleden, de vier wijkcentra vormen wellicht een klein dossier in jullie ogen, maar in de ogen van wie de nood en het nut kent van deze centra, is dit een zwaar menselijk dossier. Vergis u daar niet in.

Bleri Lleshi is politiek filosoof en sociaal werker in Brussel.

2 thoughts on “Uitgeslotenen in de steek gelaten

  1. Ja, die Omer… van dat soort moesten er meer zijn.
    Ben met hem met pap en borstel in 1993 rondgetrokken op de Anspachlaan om de Brusselse leegstand aan te klagen. Toen ik langs het Congressenpaleis kwam was er een instroom van de Europese ‘leiders’ voor een zoveelste ‘top’. Meteen lagen er vier gorilla’s van de Belgische veiligheidsdienst bovenop mij. Men dacht dat mijn pap bedoeld was voor Sarkozy, Merkel en consoorten. De enige keer dat ik CNN haalde.
    Is er al veel veranderd ondertussen?

    Regelmatig pleit ik voor het installeren van douches en wc’s in de metrostations, onlangs nog in De Morgen naar aanleiding van een schurftig reactionair stuk van Dalrymple over stinkende daklozen in de Parijse metro. Ik krijg daar nooit respons op. Uit frêre Jacques: ” Dormez- vous? Sonne la matine, …”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s