Home

‘Nultolerantie leidt alleen tot meer criminaliteit en rellen’

In de moeilijkste wijken van Brussel trekken bedrijven weg omdat ze zich niet meer veilig voelen. Het verbaasde niemand nog na eerdere berichten over rellen, belaagde homo’s, aangevallen ambulances en in de fik gestoken politiekantoren. De Brusselse documentairemaker en jongerenbegeleider Bleri Lleshi geeft tegengas. “Weet u voor welke nultolerantie ik ben? Nultolerantie voor jongerenwerkloosheid!”

Tekst: Raf Liekens

De zomer komt eraan en dat betekent rondhangende jongeren. Een plaag, zo vinden steeds meer mensen. Zeker als die jongeren uit Brussel komen en ‘een kleur hebben die niet van de zon komt’. Maar de maatschappij heeft zich goed ingedekt. Het Bloso-domein in Hofstade wordt voortaan afgeschermd met hekken en toegangscontroles. In Ternat is er ’s avonds een samenscholingsverbod voor jongeren, ook al was er daar nog geen overlast. Aan de kust experimenteren ze met Very Irritating Police. In Brussel-Noord plaatst de overheid 127 ‘intelligente’ camera’s. En de nultolerantie in de hete wijken van de hoofdstad wordt uiteraard verdergezet. Bleri Lleshi kroop tegen elk van die maatregelen in zijn pen. Zijn blog is een verontwaardigde schreeuw tegen de simplistische en kortzichtige aanpak van de overheid. Een schreeuw die het op z’n minstverdiend om gehoord te worden.

WIE IS BLERI LLESHI ?

>> De geboren Albanees kwam op zijn 18de naar België. Na 2 jaar Limburg, verhuisde hij naar Brussel, een stad waar hij dol op is.

>> Afgestudeerd aan de VUB in Politieke Wetenschappen en Filosofie. “Al zat ik vaak niet in de les omdat ik druk bezig was Brussel te ontdekken.”

>> Spreekt 6 talen: Albanees, Frans, Engels, Nederlands, Spaans en Italiaans, “want taal brengt mensen dichter bij elkaar”.

>> Werkt halftijds voor de Brusselse vzw Alba als begeleider van jongeren rond vrijetijdsbesteding.

>> Schrijft blogs en boeken, geeft lezingen en maakt documentaires over jongeren, identiteit en socio-economische vraagstukken.

>> Geeft Sociale Economie en Filosofie aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen.

BLERI LLESHI: “Wat in Ternat gebeurt, vind ik misschien nog het meest frappant. Daar was géén overlast, waren er géén klachten. En toch voert men daar nultolerantie in op pleinen. Wie na 10 uur ’s avonds luide muziek speelt of blijft hangen, krijgt een boete. Waar gaan we naartoe wanneer een groepje jongeren dat op een straat of plein rondhangt, al gevoelens van overlast oproept? Jongeren hangen niet rond omdat ze criminele plannen hebben of niks beters te doen hebben. Ze vinden dat gewoon een leuke tijdsbesteding. Alle pubers en tieners willen zien en gezien worden. Dat is een manier om hun identiteit te ontwikkelen. Jongeren hebben ook nood aan ‘eigen’ ruimte. Spijtig genoeg komt de publieke ruimte steeds meer in handen van privébedrijven. Er is nog weinig vrije ruimte die niet bedoeld is voor produceren en consumeren. En als jongeren daar dan gebruik van maken, vindt men dat bedreigend. Wat een kille maatschappij zijn wij aan het worden?”

“Wat een begin van de dag. Op Facebook en onder krantenartikels over de relschoppers in Hofstade, lees ik reacties als ‘we zouden die jongeren een doucheke moeten geven met gas, dan zijn we er ineens vanaf’. (…)Ik vind dit choquant en het feit dat weinig mensen deze uitspraken nog schokkend vinden, maakt het alleen maar erger. Dat we niet meer onder de indruk zijn van wat ons voor kort schokte, is voor mij het meest schokkende van alles. Het toont hoe wij en de samenleving aan het verzieken zijn. Dat klopt, zullen velen onder u denken, onze samenleving is aan het verzieken. En het komt door die ‘allochtone jongeren’ die van alles uitspoken. Wel, aan wie dit denkt heb ik volgende boodschap: u bent ook een verzieker. U die staat voor de blanke dominante ‘beschaafde’ gemeenschap. En samen met u ook uw politici en hun beleid, en voeg daarbij ook de media, die u verhalen voorschotelen die u niet alleen verder brainwashen, maar die u vooral steeds weer gelijk geven…

Uit Lleshi’s blog ‘Hekkenmentaliteit’ (https://blerilleshi.wordpress.com/tag/bleri-lleshi/)

UITSLUITPOLITIEK

Een groot reclamebedrijf kondigde onlangs aan dat het wegtrekt uit Molenbeek omdat het er te onveilig is. Burgemeester Philippe Moureaux reageerde in zijn typische stijl, door te zeggen dat het allemaal niet zo erg is. Wie heeft gelijk?

BLERI LLESHI: “Het gaat niet om wie gelijk heeft, maar wie het slachtoffer is. In dit geval eerst en vooral de Molenbekenaars. Er zijn problemen, maar dat bedrijven daardoor verhuizen, vind ik overdreven. Het is spijtig dat Moureaux – en met hem het Brussels Gewest – de problemen van Molenbeek niet aanpakken. De achtergestelde positie van de Molenbekenaars is hét probleem. Elke vorm van criminaliteit moet daar aangepakt worden, criminele bendes moet je oprollen, maar tegelijk moet je ook perspectieven bieden aan de mensen die er wonen.”

U reageerde boos op de strenge maatregelen die werden genomen na de rellen in Hofstade. Waarom?

LLESHI: “Omdat het compleet het verkeerde signaal is. De jongeren die in Hofstade waren, durven tenminste nog buiten hun wijk of stad te komen. Zoiets moet je stimuleren! Welk signaal geef je hen met de camera’s, de hekken, de muren, het scannen van identiteitskaarten, de extra veiligheidsmensen…? ‘Blijf weg, we moeten jullie niet, blijf in jullie eigen wijk!’ Dat krijgen ze overal te horen waar ze komen. Op die manier sluit je die jongeren nog méér uit. Is dat de oplossing? Nee! We moeten die gasten een nuttige vrijetijdsbesteding geven.

»Ik ken veel Brusselse jongeren die áltijd binnen zitten, eenzaam op hun kamer. Depressief. Ze durven amper buiten te komen, laat staan buiten hun wijk. Als ze toch op straat komen, klagen hun ouders. Want op straat worden ze geviseerd door de politie, kunnen ze met foute vrienden in aanraking komen en gaan ze misschien dealen of stelen. En als wij hen in een groepje bij elkaar zien, spreken we al over bendevorming. Laten we nu eens een manier zoeken om die jongeren te laten deel uitmaken van onze stad en ons openbaar leven.”

Yamila Idrissi van SP.A pleitte voor een Brussels zwembad of een recreatiedomein. Maar als dat er komt, gaan die moeilijke jongeren daar ook weer amok maken, antwoordde Lukas Van der Taelen vanGroen! daar meteen op.

LLESHI: “Met een zwembad alleen los je de problemen niet op. Maar het zou wel een goeie zaak zijn. Dat zwembad wordt al jaren beloofd en het komt er maar niet. Het is nochtans hoog tijd dat de jongeren het gevoel krijgen dat er eens iets positiefs voor hen wordt gedaan.

»Er is onderzoek gedaan naar wat Brusselse jongeren graag doen. Zwemmen kwam daar als een van de eerste dingen uit. Sommige Europese hoofdsteden hebben meer dan tien zwembaden. Brussel heeft er géén. En met Hofstade valt er opnieuw een vrijetijdsoptie weg. Want natuurlijk voelen ze zich daar niet meer welkom. Sommigen kunnen het ook gewoon niet betalen.

»Uiteraard zullen er altijd enkelingen zijn die in zo’n zwembad de boel verstoren. En dat is onaanvaardbaar. Maar moeten we dat zwembad daarom níét bouwen? Moeten wij een hele groep uitsluiten voor een aantal belhamels? Dat is wat politici in hun beleid steeds vaker doen, met de steun van de media en een deel van de publieke opinie die wordt gebrainwasht en die applaudisseert voor harde, kortzichtige oplossingen.”

In Hofstade werd de politie bedreigd door een 200-tal jongeren. Er werd versterking ingeroepen, waarna 60 à 70 flikken de jongeren ‘rustig terug naar de bussen begeleidden’. Links en vooral rechts werd geopperd: ‘Ze hadden ze met de matrak van de straat moeten kloppen’!

LLESHI: “Dat is nu het soort onzin waar ik het over heb. Wat los je daar nu mee op? Je laat zien wie de baas is, maar je kweekt vooral meer frustratie en haat. Net zoals met de nultolerantie. Dat is investeren in het afschermen van een kleine groep tegen een andere groep die er niet bij mag horen. Het werkt het vijandbeeld en de ongelijkheid nog in de hand, want die jongeren beseffen ook wel voor wie die muren er komen en aan welke kant van de muur zij staan. Meer blauw op straat, camera’s, hekken… Dat kost allemaal handenvol geld, maar je gaat die kosten moeten blijven maken, want aan de grond van het probleem verander je niks. Je bestrijdt alleen maar het symptoom, de onveiligheid, en niet de oorzaken.

»De grond van het probleem is de povere sociale situatie van de jongeren: armoede, werkloosheid, discriminatie… Daar doet het beleid niks aan. Als er wat gebeurd is met Brusselse jongeren, rollen ze liever met de spierballen en toeteren ze heel stoer over meer blauw op straat en wijken die met hogedrukreinigers moeten worden uitgekuist. Dat komt goed over bij de kiezer. ‘Eindelijk één die niet met zich laat sollen’, klinkt het dan. Maar het is dom en kortzichtig.

»In Brussel Noord spendeert de politie 6 miljoen euro in intelligente camerabewaking. De burgemeester van Sint-Joost-ten-Node (Jean Demannez, PS; red.) beweert dat de burgers daar vragende partij voor zijn. Hoe kan hij dat weten? Er is nooit een referendum gebeurd. Hij beweert ook dat de mensen zich veiliger zullen voelen. Ik denk van niet. Camera’s en hekken doen het onveiligheidsgevoel niet dalen, integendeel. Je creëert er een Angstmaatschappij mee. Waar is onze privacy? Waar kan ik nog rustig op mijn gemak zitten zonder bespied te worden?

»Engeland heeft 4 miljoen camera’s en toch is het daar nog tien keer erger dan bij ons. En vaak zijn het de gewone white English boys van 12 en 13 jaar die aan criminaliteit doen.  Waarom? Omdat zij in straatarme getto’s leven. Dat bewijst dat criminaliteit niks te maken heeft met cultuur of godsdienst, maar met de sociale positie en economische kansen van mensen.”

Politie en politici beweren wel dat de nultolerantie in Brussel geleid heeft tot minder criminaliteit.

LLESHI: “Ja, maar toen de nultolerantie eind 2009 werd afgekondigd, wáren de criminaliteitcijfers al constant aan het dalen. Door een aantal gebeurtenissen kregen de mensen de indruk dat de criminaliteit nog nooit zo hoog was geweest. Dat was niet juist. De officiële cijfers van de federale politie gaven aan dat de criminaliteit en het onveiligheidsgevoel in steden als Antwerpen en Brussel was gedaald!

»En nog eens: met nultolerantie los je de kern van het probleem niet op. Eind 2009 heb ik een opiniestuk geschreven met de titel Wie steekt zijn nek uit? Daarin voorspelde ik dat er nog meer rellen zouden komen met jongeren. Iedereen die even logisch na-denkt, weet dat. In sommige Brusselse wijken loopt de werkloosheid op tot 50% – 26% van de Brusselse jongeren maakt zijn secundair onderwijs niet af – bijna 30% van hen komt uit een familie zonder arbeidsinkomen. Dat is een tikkende tijdbom. Want dat zijn de volwassenen van morgen en ze zullen bitter weinig kansen krijgen op de arbeidsmarkt. Of neem huisvesting: vandaag zijn 8% van de huizen in Brussel sociale woningen. In Amsterdam is dat 25%. Als wij de sociale positie, het gebrekkige Brusselse onderwijs, de verschrikkelijk slechte huisvesting en de gezondheidszorg van deze jongeren niet verbeteren, als wij hen geen leuke vrijetijdsmogelijkheden geven, dan blijft het probleem etteren. En dan komen er alleen maar meer rellen en criminaliteit.

»Die jongeren zijn wanhopig. Ze hebben amper iets te verliezen. Sommigen gaan de illegale economie in, puur om te kunnen overleven. Weet u voor welke nultolerantie ik ben? Nultolerantie voor jongerenwerkloosheid. Want kom mij niet zeggen dat discriminatie niet bestaat. Kom mij niet zeggen dat racisme niet bestaat. Recente onderzoeken tonen aan dat jongeren hier in Brussel en in Antwerpen zwaar geviseerd worden door de politie. Op de arbeidsmarkt is die discriminatie er ook, kijk maar naar de Adecco-zaak onlangs. Ook dat draagt bij tot het probleem.”

VICIEUZE CIRKEL

Er wordt vaak verwezen naar falende ouders. Terecht?

LLESHI: “Mensen die dat roepen, kennen die ouders niet. Veel van die mensen zitten in een vicieuze cirkel van schrijnende armoede, langdurige werkloosheid, maatschappelijke vervreemding en depressie. En voor hun kinderen zien ze dezelfde toekomst. Je zou van minder down worden. Brussel is een fantastische stad. Je ziet overal reclameborden, consumptie, mensen met dure gsm’s en merkenkleren. Maar alleen hoger opgeleide mensen met goede diploma’s kunnen daarvan genieten. Daarnaast heb je hopen mensen die in armoede leven. En die groep blijft maar stijgen. Wat zegt het beleid? ‘Die mensen moeten zelf maar uit de armoede geraken.’ Wel, dat gaat dus niet lukken. Je kan dat niet als je geen werk hebt en al zo lang depressief binnen zit.

»Langdurige werkloosheid doet veel met een mens. Je voelt dat je faalt in alle opzichten. Je ziet alleen maar reclames, consumptie en materialisme, maar je kan er niet aan deelnemen. Je wil een betere school voor je kinderen, maar dat gaat ook niet. Hoe geraak je dan uit die vicieuze cirkel? Door werk te zoeken, ja. Maar de Brusselse arbeidsmarkt draait op hogeropgeleiden en biedt heel weinig kansen voor mensen met geen of lage diploma’s.”

De Marokkaanse acteur Jamal Boukhriss zei vijf jaar geleden in een interview dat je in Brussel als allochtoon wél echte kansen krijgt. ‘Allochtone jongeren die in Brussel geboren zijn, wentelen zich in hun marginaliteit, voelen zich geen Belg of Brusselaar en blijven blind voor de mogelijkheden die er zijn.’

LLESHI: “Voor een klein deel volg ik hem. Maar als de sociale ongelijkheid groeit, is het niet alleen de verantwoordelijkheid van de ondersten op de sociale ladder om op te klimmen.

Het is aan de hele samenleving om die mensen naar boven te trekken. Iedereen die in een positie zit waarin hij iets kan doen, moet dat doen: ouders, politici, overheid, de media, wij… Ik ben het er mee eens dat een deel van de verantwoordelijkheid bij de jongeren zelf ligt, maar niet het grootste deel.

»Ik ken Boukhriss niet, maar er is een gevaar met wat je een migrantenelite kan noemen. Ik ben blij dat die elite er is, want dat betekent dat je als migrant hier ook kunt ‘slagen in het leven’. Maar die mensen zijn vaak wel heel hard voor hun eigen volk. Niet iedereen kan acteur, filosoof of documentairemaker worden. Daarom is het zo jammer dat beroeps- en technische vakken in België zo weinig gewaardeerd worden. Als jongeren daarin afstuderen, betekent dat niets. Dan zijn ze ‘maar bouwvakker’. Dat is fout.

»We blijven ook te vaak blind voor de positieve verhalen die uit de wijken komen. Zelf werk ik aan het project The Inspirator, gesponsord door Bruno De Lille (Groen!), de Brusselse staatssecretaris voor Gelijke Kansen. Dat is een groep van 6 tot 8 Brusselse jongeren die andere jongeren willen inspireren met een mooi project, ongeacht taal, afkomst of wat dan ook. Onlangs hebben ze hun projecten bij De Lille voorgesteld en men was daar echt onder de indruk.

»Ik heb een Russisch meisje dat nog geen twee jaar in België zit en perfect Nederlands spreekt. Zij werkt als animatrice op speelplaatsen en wil nu een eigen project opstarten in Anneessens, een van de jongste wijken in Brussel. Er is een Pakistaans- Oekraïens meisje dat in Molenbeek met jon-geren wil werken rond self-esteem. Of een Marokkaanse gast, perfect tweetalig, die samen met vrienden uit Schaarbeek bijlessen geeft voor jongeren die het moeilijk hebben op school. Die worden direct geholpen, zodat zij de nodige aandacht geven aan school en geen achterstand oplopen. Het gaat hier om jongeren van 18 tot 25 jaar. In tegenstelling tot wat er naar buiten komt, zit er ook heel veel positieve energie in die wijken. Sommige jongeren hebben ook wat tijd nodig. Het verstand komt met de jaren, hè. Heel vaak komen ontembare tieners weer op het rechte pad terecht als ze wat ouder worden.”

Heeft u het gevoel dat de blanke Belg de multiculturele maatschappij vandaag meer aanvaardt dan vroeger?

LLESHI: “Dat weet ik niet, want ik ben nog maar 12 jaar in België. Bijna 60% van de Brusselse bevolking is geen Belgo-Belg. Dus eigenlijk zit de blanke meerderheid in Brussel in de minderheid. Ik vind die multiculturaliteit in elk geval een verrijking. Als ik op reis ben, mis ik Brussel met zijn verschillende gezichten en talen en verhalen. Dat geeft een unieke sfeer aan deze stad.”

Hoe kijken die jongeren naar de modale blanke Vlaming die een dure gsm en fatsoenlijke schoenen draagt?

LLESHI: “Veel minder negatief dan het wordt afgeschilderd in de media. Ik heb van kleins af aan geleerd om op te staan voor oudere mensen. Als ik op straat iemand zie die hulp nodig heeft om over te steken, vraag ik of ik kan helpen. Heel vaak wordt dat kortaf geweigerd. Oudere vrouwen of zelfs jongere mensen die gewoon schrik hebben van mij en hun tas dichter tegen zich aan trekken. Beeld je eens in hoe onrechtvaardig behandeld ik me dan voel. Jongeren van 15 of 16 begrijpen dat niet en kunnen dan al eens agressief reageren.

»Gisteren zag ik een oudere blanke man op twee jonge Marokkaanse Brusselaars afstappen en op een heel gemoedelijke manier met hen praten. Die jongeren antwoordden even hartelijk. Zo zie je hoe belangrijk de manier is waarop je met elkaar in gesprek gaat. Maar dat positief contact is er steeds minder. Mensen zijn constant bezig met hun telefoon of hun mp3- speler. En op het openbaar vervoer lezen ze de krant. Dat gaat ten koste van contacten met mensen in de tram en de metro. Als dat contact er dan toch is, doe het dan niet op een negatieve, bange manier. Als ik even de relatie mag leggen met het plaatsen van hekken en camera’s: wat is daar de betekenis van? Op welke manier komen wij nog in contact met elkaar, als we weten dat er muren zijn om jou te beschermen tegen mij?

U pleit voor een breed sociaal-economisch langetermijnbeleid dat investeringen vraagt. En Brussel hééft al zo’n gebrek aan geld. Het wordt moeilijk, hè?

LLESHI: “Klopt, maar waarom heeft Brussel geen geld? Het is één van de topregio’s in Europa. Maar de Brusselse economie draait op hooggeschoolden van buiten Brussel die hun belasting niet in Brussel betalen. Waarom komen ze van buiten Brussel? Omdat het niveau van het Brussels onderwijs rampzalig is. Er ís geen Brussels onderwijs, dat bestaat niet. Brussel is het enige gewest dat niets te zeggen heeft over z’n eigen onderwijs en cultuur. De Vlaamse en Franstalige gemeenschap regelen dat. Dat moet echt anders.”

Waarom zou een echt Brussels onderwijs beter zijn?

LLESHI: “Het moet niet alleen Brussels worden, maar ook meertalig onderwijs. Eerst en vooral met Frans en Nederlands. Nu strijden de Vlaamse en Franstalige gemeenschap over taal. Met een eigen onderwijs kunnen alle Brusselaars tweetalig zijn en dingen met elkaar delen. Daarnaast moeten leerlingen kunnen kiezen uit Engels, Duits, Spaans, Turks en andere talen. In de Europese scholen loopt dat prima. Waarom doen wij dat niet? Waarom al die inmenging, al die politici en niveaus erbij betrekken?

“Natuurlijk heb je daar ook geld voor nodig. Dat moet op een eerlijkere manier worden verdeeld. Elke dag komen 400.000 mensen uit Vlaanderen en Wallonië hier werken. Daarnaast heb je nog 100.000 expats. Maar zij betalen hier nul euro belastingen. Dat doen ze in de plaats waar ze wonen. Dat is niet eerlijk. Een deel van hun belastinggeld zou in Brussel moeten geïnvesteerd worden, daar waar het nodig is.

U bent vaak heel scherp voor de linkse partijen. Waarom?

LLESHI: “Voor mij heeft links gefaald. In ons land en in heel Europa is er een verrechtsing aan de gang. Een beweging die mee in gang is gezet door bepaalde media. Links is voor een stuk meegestapt in dat discours. Er zijn haast geen verschillen meer tussen het neoliberalisme en het programma van de SP.A. Er is haast geen verschil meer tussen Tony Blair en Nicolas Sarkozy. Links is naar rechts meegeschoven en durft niet met een alternatief komen. Als het over de problemen met sommige Brusselse jongeren gaat, durven linkse politici niet meer praten over racisme, discriminatie en sociale ongelijkheid. Ook zij spreken stoere taal en hebben het over eigen verantwoordelijkheid.

Gelijke kansen, is toch een van hun verhalen?

LLESHI: “Gelijke kansen, dat is een en al gezever. Wij hebben dat zo vaak gehoord, maar wat hebben ze ervan gebakken? SP.A levert al jaren de minister van Onderwijs in Vlaanderen. Ik zie geen gelijke kansen. Als links een alternatief wil bieden, dan moet het op lange termijn denken. En afstappen van de machtgeilheid”.

Begin volgend jaar verschijnt Lleshi’s nieuwe boek: De Neoliberale Strafstaat.

Uit: P-magazine 29-06-11

2 thoughts on “Wat met Brusselse jongeren? Interview met P-magazine

  1. Ik ben niet eens met alles wat u zegt, maar het klopt wel de sociale en economische situatie van de brusselse jeugd is rampzalig.
    Anderzijds is er ook een probleem van mentaliteit, ouders en opvoeding.
    Er moet misschien een globale aanpak komen.

    Gisele

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s