Home

De modale Vlaming heeft verwachtingen over de Brusselse jongeren. Ze willen verhalen die passen in het clichématige stereotype beeld. Voor iedereen die gelooft dat dit de enige realiteit is in Brussel, wordt het echt wel tijd dat u van post verandert.  Een paar verhalen van ‘mijn’ Brusselaars.

Het was weer zover. Tijdens een van mijn lezingen kreeg ik de commentaar die ik meermaals heb gehoord en vooral gevoeld. ‘Ik zie de meerwaarde van uw documentaire niet’,  was de reactie van een dame uit de zaal, na de presentatie van mijn documentaire ‘Bxl stad zonder eigenaar’, die acht Brusselse jongeren aan het woord laat. Ze hebben het over hun relatie met Brussel, het belang van taal, identiteit, vooroordelen en andere thema’s.

Als ik dan vraag: ‘Kan u uitleggen waarom?’, dan krijg ik altijd dezelfde reactie terug. Dit zijn positieve verhalen, dit zijn idealisten en het is zelfs wel eens gebeurd dat men het over hooggeschoolde naïevelingen had. Ik voel frustratie en vraag me af : waaruit komt die frustratie?

Het antwoord hoef ik niet te raden, want deze mensen komen die regelmatig zelf toelichten. Ze hebben verwachtingen. Ze verwachten verhalen zoals die in de media verschijnen, over moeilijke jongeren, kansarme jongeren en ze verwachten zeker niet de verhalen zoals die van ‘mijn’ jongeren in de documentaire.

Ik ben het ermee eens dat we ook de verhalen van wat we vandaag ‘kansarme’ jongeren noemen naar buiten moeten brengen, maar als Brusselse jongeren die in perfect Nederlands duidelijk en zonder omwegen hun visie geven over verschillende thema’s, opeens geen Brusselaars zouden zijn omdat ze niet passen in het clichématige stereotype beeld van de Vlaming over de Brusselse jongeren, dan  toont dat vooral hoeveel werk er nog aan de winkel is.

Er is nog veel werk voor de boeg voor de Brusselse jongeren, maar ook voor de modale Vlaming die alle realiteit alleen uit eigen bril bekijkt. We kunnen blijkbaar niet anders dan negatieve verhalen vertellen over hoe waardeloos, nutteloos, ondeugdelijk onze Brusselse jongeren zijn. ‘Uitschot’, ‘afval’ dat op straat hangt, geen respect toont, geen gezag kent en wiens ouders geen controle over hen hebben, wiens ouders even hard hebben gefaald als de jongeren zelf. Dat is het beeld dat men bevestigd wil zien als het over de Brusselse jongeren gaat.

Wel, voor iedereen die gelooft dat dit de enige realiteit is in Brussel, wordt het echt wel tijd dat u van post verandert. Want, het is waar dat Brussel die types herbergt die van alles uitspoken, zoals in elk stad, maar het is ook waar dat de overgrote meerderheid strijdt om de eigen situatie en om een positie te vinden in de samenleving en om die situataie en positie te verbeteren, ook al verkeren ze in moeilijke sociale, economische en politieke omstandigheden.

Maar ik begrijp dat het pijnlijk moet zijn voor veel van die Vlamingen die komen klagen over teveel ‘positieve’ verhalen, want deze confronteren hen met hun marginale stereotypes. En deze confronteren hen vooral met het inzicht dat deze Brusselse jongeren zich thuis voelen in de stad en positief zijn over Brussel. Dat moet pijnlijk zijn voor wie geen band kan creëren met Brussel, voor wie vol minachting naar Brussel kijkt, voor wie gelooft dat Brussel een vat vol problemen is, voor wie Brussel (strategisch) niet wil laten vallen, terwijl de stad omarmen nooit een optie is.

Een tijd geleden had Jan Goossens het over ‘zijn’ Brusselaars: Stromae en Nabil Ben Yadir. Gerespecteerde namen, niet alleen in Brussel, maar ondertussen ook op internationaal niveau.

‘Mijn’ Brusselaars zijn niet bekend, maar zijn even belangrijk voor Brussel. Het zijn jongeren die zich inzetten voor de stad. Jongeren die zich engageren voor andere kinderen en jongeren in hun eigen wijken.

Laat me kort twee van die jongeren voorstellen. Stella, nog geen twee jaar in Brussel en ze spreekt al perfect Nederlands. Ook al heeft ze geen zekerheid of ze in ons land mag blijven, toch is ze volop bezig als animatrice met jongeren en ouderen. Ze wil een eigen project opzetten voor de kinderen in haar buurt (Anneessens) zodat die kinderen naar buiten komen en in contact komen met elkaar.

De Schaarbekenaar Soufiane is een andere Brusselaar, die, samen met een groep vrienden, één op één begeleiding biedt voor kinderen in de eigen wijk. Ze motiveren deze kinderen en jongeren om hun best te doen en te slagen op school. Ze (allemaal perfect tweetalig en hoogopgeleid) willen een rolmodel zijn en  organiseren uitstappen  met die kinderen en jonge tieners zodat deze in contact komen met andere talen, mensen, culturen en plekken in de stad. Ze vervullen de rol van oudere broers en zussen die het zelfvertrouwen van deze kinderen/jongeren willen vergroten.

Dit zijn ook Brusselaars en hun verhalen mogen bekend worden gemaakt, want Brussel heeft veel jongeren die veel in hun mars hebben. Daarom is het hard nodig dat we in deze jongeren investeren. Investeren in deze jongeren is investeren in een betere toekomst voor Brussel.

Bleri Lleshi is filosoof en werkt als begeleider bij Alba vzw in Brussel. Hij schrijft dit opiniestuk in eigen naam.

4 thoughts on “Mijn Brusselse jongeren

  1. Mooi stuk! Als Brusselaar hoop ik met u dat meer van deze verhalen niet alleen bij de Vlamingen, maar ook de Walen bekend raken.

  2. Het is ook voor ons frustrerend om telkens met die stereotype beelden van niet-Brusselaars geconfronteerd worden.
    ma bon positief blijven zeker…

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s