Home

De professionals van het sociale werk

Het maatschappelijke middenveld is altijd al een bron van hevige discussies geweest. Dezer dagen wordt de rol ervan herschikt. Er is een enorme groei van organisaties die zich bezighouden met sociaal werk en die steeds meer mensen in dienst krijgen. Jos van der Lans heeft zijn eigen ideeën over wat vandaag ‘welzijnswerk’ wordt genoemd.

Van der Lans opent ‘Eropaf!’ met een proloog waarin hij vertelt hoe hij terechtkwam in het welzijnswerk. Dat was bijna 30 jaar geleden. Toen werd hij aangenomen als eindredacteur van ‘Marge’, een maandblad voor maatschappelijke dienstverlening en opbouwwerk. Zo kreeg hij de kans om van een bepaalde afstand de evolutie van het welzijnswerk mee te maken. De auteur heeft ondertussen al een aantal boeken over dit thema geschreven, o.a. ‘De ontregeling’, maar hij vond het nodig een nieuw boek op ons los te laten dat, volgens hem, concrete oplossende richtlijnen biedt waarop het nieuwe sociale werk zou moeten worden gebaseerd.

Het boek leest als een pamflet. De auteur neemt zijn tijd om stil te staan bij de geschiedenis van het sociale werk. Hij begint bij Johanna ter Meulen, begin vorige eeuw. Voor Van der Lans staat zij voor professionalisme binnen het sociale werk. Een professional die dicht bij de burger staat. Dit is tegelijk ook waar de auteur naartoe wil met het nieuwe sociale werk.

Volgens Van der Lans hebben twee grote groepen een belangrijke rol gespeeld binnen het welzijswerk: de ‘spijkerbroekenrevolutie’ en de ‘geitenwollen sokken’. De auteur beweert dat beide tot weinig resultaten hebben geleid. Van der Lans meent dat het probleem hier is dat beide elkaars punten verworpen hebben. Zijn positie voor een nieuw sociaal werk ligt tussen die twee in. Hij wvindt met de Milikowski-opvolgers dat structurele problemen en machtsrelaties belangrijk zijn, maar wijst ook op de eigen verantwoordelijkheid van de burger.

Vandaag is de uitdaging van het sociale werk heel groot, want ondergeschikt aan het systeem, dat het geen ademruimte geeft. Wat eerst moet gebeuren, is dus losbreken uit de systeemwereld. Weg met het bureaucratische papierwerk, de sociale werkers moeten bij en met de burgers zijn. Kortom: eropaf, zoals het de auteur zelf stelt.

Dit is heel interessant, maar tegen de tijd dat we op het antwoord wachten: wat moet nu die professional doen en hoe? Het is niet alleen lang wachten maar de tien (kort geschetste) richtlijnen overtuigen ons niet echt. Ze hadden veel dieper moeten uitgewerkt worden. De guldenmiddenwegpositie die de auteur inneemt maakt dat hij ook weinig nieuws vertelt, behalve hier en daar nieuwe slogans en concepten zoals ‘eropaf!’ en ‘professionals’.

Het boek is interessant om lezen, zeker voor mensen die op de een of andere manier in aanraking komen met sociaal werk. De auteur is er niet in geslaagd een degelijk antwoord te formuleren op zijn eigen vraag, maar biedt wel een kritische kijk op hoe welzijnswerk nu functioneert.

Bleri Lleshi

Uit: CuttingEdge 19-07-10

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s