Home

De Brussele politoloog Bleri Lleshi is bang dat de spanningen met Brusselse jon­geren alleen maar erger zullen worden, zolang de échte problemen niet wor­den aan­gepakt. ‘Misschien moet er een nultolerantie komen voor werkloosheid.’

Door Joël De Ceulaer

Bleri Lleshi is Brusselaar, politoloog, filosoof en documentairemaker. Hij probeert al geruime tijd de problemen van Brusselse jongeren aan te kaarten. Na de rellen in Molenbeek, vorig jaar, schreef hij in een opiniestuk: ‘Al snel volgt de roep naar meer blauw op straat en een harde repressie ten aanzien van de jon­ge­ren. Zelf ben ik helemaal niet verwonderd over wat er gebeurt en nog staat te gebeuren. In­te­gen­deel, ik begrijp deze taferelen zeer goed en ben ervan overtuigd dat ze niet zomaar ver­me­den kunnen worden. Waarom niet? Voor wie enig inzicht heeft in de situatie of een band met de Brusselse realiteit, komt dit niet uit de lucht gevallen. Laat ik bij deze duidelijk stel­len dat be­grijpen in geen geval een synoniem is voor goedkeuren. De jongeren in Brussel zijn ho­pe­loos en dit is geen verschijnsel van vandaag of gisteren, het sleept al jaren aan. Ze wor­den uit­ge­sloten, als uitschot gezien en als dusdanig behandeld. De situatie waarmee ze kam­pen, wordt dan ook nog eens deze jongeren zelf verweten.’

Samen met filosoof Marc Van den Bossche publiceerde Lleshi onlangs het boek Identiteit en in­­­terculturaliteit: identiteitsconstructie bij jongeren in Brussel (VUBPRESS), waaruit eens te meer moet blijken dat identiteit – in tegenstelling tot wat de meeste mensen lijken te den­ken – ‘complex, meerduidig, meerlagig en dynamisch’ is. Over het belang van de in­ter­cul­tu­rele dialoog zegt Lleshi: ‘Van Hans-Georg Gadamer leerde ik dat je er bij een echt gesprek al­tijd vanuit moet gaan dat de ander gelijk heeft, of tenminste wel eens gelijk zou kunnen heb­ben. Als je dat niet doet, als je met andere woorden vertrekt met de veronderstelling dat je zelf de waar­heid in pacht hebt, dan kun je nooit een echt gesprek voeren. Je moet niet nood­za­ke­lij­ker­wijze alles aanvaarden wat de ander zegt, je hoeft de ander niet op elk punt gelijk te geven, maar je moet tenminste respect en begrip voor de ander tonen.’

JDC: Hoe brengen we dat in de praktijk?

BLERI LLESHI: Door heel concreet mensen uit verschillende hoeken op verschillende ni­veaus rond ver­schillende projecten samenbrengen. Het beste voorbeeld van een mooi project waar­bij dat lukt, is de Zinnekeparade. De macht wordt verdeeld tussen de participanten. Het is niet altijd even makkelijk, maar ie­dereen heeft even­veel in­put, en alle groepen zijn even trots op het eindresultaat. Daar­naast moe­ten we de di­versiteit van deze stad veel meer institutionaliseren. Zestig procent van de be­vol­king bestaat van­daag uit niet-Belgen. Maar dat is niet zichtbaar in de media, die nog al­tijd in handen is van – als ik het even simpel mag uitdrukken – blanke, heteroseksuele au­toch­tone Bel­gen. Ook het on­­der­wijs in Brussel is een ramp, het is nog altijd in handen van de ge­meenschappen en daardoor to­taal niet aangepast aan de realiteit in deze stad.

JDC: Waaruit blijkt dat volgens u?

LLESHI: Een voorbeeld: meertaligheid wordt in het onderwijs als een pluspunt gezien. Be­hal­­ve als het gaat om Berbers of Turks, dan is het plotseling een probleem. Het is bekend dat Bel­­gië heel slecht scoort wat betreft de slaagkansen van minderheden, terwijl het onderwijs van hoge kwaliteit is. Dat wijst op een verkeerde aanpak. We hebben heel wat jongeren op dit mo­­ment niet mee. Het niveau van de zwarte concentratiescholen in Brussel, zowel de Frans­ta­li­ge als de Nederlandstalige, ligt bedroevend laag. Zesentwintig procent van de Brusselse jon­geren verlaat de school zonder diploma. Als we dat verder uit de hand laten lopen, zitten we over enkele jaren met een heel serieus probleem. Die jongeren van vandaag zijn de vol­was­sen van morgen, en ze zullen totaal geen kansen krijgen op de arbeidsmarkt.

JDC: De problemen die we vandaag kennen in onder meer Kuregem en Molenbeek zullen volgens u alleen maar erger worden?

LLESHI: Ik ben bang van wel. Zolang we de oorzaken van deze problemen niet aanpakken, zo­­lang we niet structureel iets doen, zullen we geen vooruitgang boeken. Er zijn dingen die van­daag uit de hand lopen, maar vergeet niet dat het gaat om jongeren die in deze samen­le­ving structureel onderdrukt worden. Dat klinkt hard, maar het is de waarheid. En als dit blijft voort­­duren, zal er vroeg of laat verzet komen. De vraag is alleen: hoe zal dat verzet ge­ka­na­li­seerd worden? Ik zie het wangedrag van een aantal jongeren vandaag als een uiting van hun ho­peloze situatie.

JDC: Maar u begrijpt toch dat de overheid van veiligheid een prioriteit wil maken?

LLESHI: Ik vind het goed dat de criminaliteit wordt aangepakt. Ik heb nog nooit iemand ont­moet die graag in een onveilige stad woont. En ik ben mij er ook van bewust dat een aantal cri­minelen in Kuregem misbruik maken van de situatie. Maar de over­heid zal hoe dan ook een dui­delijk signaal moeten geven dat ze echt iets wil doen aan de pro­blemen van deze mensen in onderwijs, huisvesting en arbeidsmarkt. De cijfers zijn be­kend: bijna een op de drie Brus­se­laars leeft vandaag in armoede, de werkloosheid bij jongeren loopt in sommige wijken op tot vijftig procent. Misschien moet de overheid eens een nultolerantie afkondigen op die pun­ten, in plaats van altijd te concentreren op repressie.

JDC: Wat kan de overheid concreet doen?

LLESHI: Het begint al bij de kinderopvang. Die is er in Brussel veel te weinig. De mi­gran­ten­­gemeenschap moet worden gestimuleerd om hun kinderen naar de crèche te sturen, zodat ze niet met een grote taalachterstand in het onderwijs terecht komen. Die cultuur om kinderen bij opa en oma te houden, is verkeerd. Het onderwijs zelf moet compleet worden hervormd. Huis­vesting is een ander probleem. Vandaag zijn acht pro­­cent van de huizen in Brussel sociale wo­ningen. Ter vergelijking: in Amsterdam zijn dat vijfenvijftig procent. Een an­dere probleem is de arbeidsmarkt. Brussel produceert veel arbeidsplaatsen, maar die jobs wor­den grotendeels ingenomen door niet-Brusselaars die be­ter gekwalificeerd zijn. Meer dan de helft van de mensen die in Brussel werken, zijn niet-Brus­selaars. Op zich is dat geen pro­bleem, maar waarom beslist de overheid dan niet dat wie in Brussel werkt ook een deel van zijn of haar belastingen in Brussel moet betalen? Heel wat Brus­selse gemeenten kunnen van­daag zogoed als failliet verklaard worden. Ook dáár moet iets aan gebeuren. En om Brus­selse jon­geren aan de slag te helpen, zou de sociale economie gestimuleerd moeten wor­den, klein­scha­lige projecten waar mensen uit de buurt bij kunnen helpen.

JDC: Dat is een hele lijst.

LLESHI: Ik vind het een goede zaak dat politici de koppen bij elkaar steken om het vei­lig­heids­probleem aan te pakken. Ik vraag mij af waarom ze dat niet evengoed kunnen doen om eens grondig te praten over een aantal diepere, structurele problemen in de Brusselse samen­le­ving. Waarom gaan de gemeenschappen eens niet samenzitten om hier samen grondig over na te denken, om een groot actieplan uit te werken?

JDC: Waarom gebeurt dat niet, denkt u?

LLESHI: Omdat de problemen die ik hier aansnijd, moeilijke problemen zijn die je niet in één twee drie kunt oplossen. Het criminaliteitsprobleem is het gemakkelijkst om aan te pak­ken, en het verkoopt het beste in de media. De problemen die ik aankaart, zijn natuurlijk niet nieuw, maar zeg nu zelf: hoe vaak wordt daarover in de media serieus gedebatteerd? De mas­sa­le aandacht voor repressieve nultolerantie leidt de aandacht af van het echte debat. Het is de ide­ale manier voor de overheid om haar echte verantwoordelijkheid te ontlopen. Zeker in Vlaanderen heerst bij veel mensen een soort overtuiging dat de overheid maar een beperkte ver­antwoordelijkheid heeft. Dat werkloosheid en kansarmoede grotendeels de verant­woor­de­lijk­­heid van het individu zelf zijn. Zelfs de linkse partijen zitten op dat neoliberale spoor, waar­door ze volgens mij niet echt links meer zijn.

JDC: Hebt u hoop dat uw boodschap ooit gehoor krijgt?

LLESHI: Het ziet er somber uit, maar toch wil ik optimist blijven. Dat voel ik ook als ik met Brusselse jongeren praat: ze willen er echt wel iets van maken. Maar hun stem moet gehoord worden en ze moeten kansen krijgen.

Uit Knack: 17-02-10

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s