Home

10.000 asielzoekers zijn de afgelopen twee jaar de straat ‘toe’gewezen door Fedasil. Fedasil is het federale agentschap dat instaat voor de opvang van asielzoekers.

Een hard cijfer dat eigenlijk nog een onderschatting is, als je weet dat veel mensen die het recht hebben om een asielaanvraag in te dienen, zich niet eens aanmelden bij Fedasil. Waarom zouden ze? Hoe kan een instantie ‘instaan voor de opvang van asielzoekers’ als ze duizenden afwijst? Als ze vooral bewijzen van ‘niet-toewijzing’ levert?

Fedasil lijkt me eerder een ‘agentschap voor afwijzing’ van asielzoekers. Zeggen dat er ‘geen opvang’ is, is makkelijk natuurlijk. Ik vraag me af hoeveel druk Fedasil zet op de bevoegde overheidinstanties om bijkomende plaatsen te creëren?

Als ik over Fedasil spreek, heb ik het niet over de mensen die daar dagelijks tientallen vluchtelingen zien langskomen en die hun best doen om de asielzoekers toch opvang te bieden. Ik heb het over de algemene leiding en haar beleid richting asielzoekers in dit land. Het zijn zij die de lijnen uitzetten en in overleg gaan met de overheid en met andere bevoegde instellingen.

In mijn opiniestuk ‘Het surplus van het Noordstation’ heb ik er al op gewezen dat het probleem van de asielzoekers er niet louter één is van Fedasil. Het is een probleem dat zowel op lokaal, nationaal als op Europees niveau aangepakt moet worden.

Nu, met bewijzen van ‘niet-toewijzing’ ga je het probleem niet oplossen. Dit is het probleem afschuiven, iets waar we in ons land specialisten in zijn geworden. In theorie kunnen de afgewezen asielzoekers terecht bij het OCMW, maar de praktijk leert ons dat het OCMW het niet als haar taak ziet om asielzoekers op te vangen.

Wie hieraan twijfelt, mag nagaan hoe de OCMW’s in Brussel asielzoekers behandelen. Of kijk naar de politiek van het OCMW in Antwerpen. De voorzitster ervan, Monica De Coninck, ging zelfs Fedasil voor de rechter slepen en stuurde asielzoekers terug naar Brussel.

Fedasil, gemeentes, OCMW’s en ga zo maar door, maken van de asielzoekers een twistpunt over het grote eigen gelijk, terwijl de asielzoekers zelf het slachtoffer zijn en op straat eindigen. Onder bruggen, in parken en op verlaten terreinen kan je ze vinden, terwijl degenen die voor de ‘opvang’ instaan, zich bezig houden met het bespelen van de publieke opinie met medeplichtigheid van de media.

Het argument ‘als we degelijk opvang bieden dan komen ze allemaal naar hier’ is een vals en onaanvaardbaar argument. Landen zoals Canada, Finland en Zweden, die al jaren bekend staan voor een betere opvang dan die in België, krijgen toch niet alle asielzoekers. Pleiten voor een menselijk asielbeleid en degelijke opvang is niet hetzelfde als zeggen: “Kom maar allemaal naar hier”. Dit is een ridiculisering van het debat dat toont dat op dit moment één denken domineert; dat van hard optreden en van uitsluiten van de asielzoekers.

Af en toe hoor je politici vragen om meer menselijkheid, en die mogen dan als voorstanders van ‘een links pamperbeleid’, puur voor de show, aan het woord komen in de media. Want op de politiek wegen ze niet, als je kijkt naar de harde cijfers en de voortdurende realiteit van de asielzoekers. Een realiteit die men moeilijk kan ontkennen.

Terwijl u lezer geniet van de mooie nazomerse dagen, denkt u even aan die 10.000 mensen op straat, want hun realiteit werd mogelijk gemaakt door de politici die u hebt verkozen. Denkt u ook al eens aan de temperaturen die binnenkort maandenlang op Belgische bodem zullen heersen.

Het is pas met de koude dat de asielzoekers weer nadrukkelijker in beeld zullen komen. En samen met hen zullen we ook weer onze politici horen, die u en alle burgers oproepen om opvang te improviseren. Die een beroep doen op onze menselijkheid terwijl ze zelf nu al jaren voor een onmenselijk beleid kiezen.

Het dozijn geraakte burgers met hun dozen voedsel en oude dekens zullen het probleem niet oplossen. Het is beter iets te doen dan niets, dat klopt. En die burgers en iedereen die een steentje bijdraagt, ben ik dankbaar en respect voor hun inzet. Maar moeten we onze stem ook niet op een andere manier laten horen?

We moeten eisen dat de overheid voor een menselijk beleid kiest. Dat men samenwerkt met alle instanties die een rol spelen om een degelijk opvang te bieden. Ik hoor het al: “Er is geen geld”. Dat maken onze beleidmakers ons nu al een tijdje wijs en toch komt regelmatig de waarheid boven: dat er wel middelen zijn, maar dat die verkeerd besteed worden. En er kunnen nog meer middelen worden vrijgemaakt als onze politici een rechtvaardige bijdrage zouden vragen van de geprivilegieerde klasse van rijke mensen, van de bankwereld en de bedrijfswereld.

Bleri Lleshi is filosoof en documentairemaker

About these ads

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s