Home

Stad Brussel wordt rijker, de Brusselaar wordt armer. Dit is het besluit van een recent onderzoek gevoerd door de ULB (Economische groei zonder sociale vooruitgang: stand van zaken in Brussel, uitgevoerd door Gilles Van Hamme, Isaline Wertz, Valérie Biot). Een conclusie die al decennia lang te horen is. Geen verrassende resultaten dus, althans niet voor mij en veel andere bewoners van deze stad. Is er enige hoop voor verandering, vraag ik mij af?

Hoe lang nog gaan de Brusselaars deze onrechtvaardige realiteit aanvaarden? Hoe lang nog zullen de politici in dit land de Brusselse werkelijkheid blijven negeren? Gaan de Brusselse politici ooit van koers veranderen en voor een sociaal en economisch beleid kiezen dat de sociale ongelijkheid aanpakt?

 

Rijk en arm

De Brusselse regio is één van de rijkste in Europa. Die rijkdom blijft in de handen van bepaalde elites. Brussel is een elitestad geworden. Financiële elite, politieke elite, expats, miljonairs, kunstelite, managerselite… die hebben allemaal hun redenen om in Brussel te verblijven of zaken te doen. De stad wordt rijker voor de rijken.

Maar Brussel is ook arm. Er is vraag naar arbeidskrachten, maar dan vooral naar gekwalificeerde arbeidskrachten. Wel, er zijn er weinig in Brussel, omdat de Brusselaars arm zijn. Als je structureel arm bent wil dat zeggen dat je niet de mogelijkheid hebt om degelijk onderwijs, huisvesting en gezondheidszorg voor jezelf en je kinderen te verzekeren. Het Brussels onderwijs (dat niet echt bestaat, onderwijs in Brussel wordt nog steeds georganiseerd door de Vlaamse en Franstalige Gemeenschappen) scoort enorm slecht – behalve voor de blanke middenklasse, die een minderheid vormt in Brussel en die sowieso werk vindt. Hoe kunnen al die andere Brusselaars aanspraak maken op (al dan niet hoog gekwalificeerde) banen? Trouwens, veel van diegene die wel slagen in het onderwijs worden met racisme en discriminatie geconfronteerd op de arbeidsmarkt.

De flexibilisering van de arbeidsmarkt, de toenemende competitiviteit, het zogenaamde ‘trickle-down effect’ … zijn allemaal nadelig voor de meeste Brusselaars, vooral voor de laaggeschoolde.

Armoede en werkloosheid stijgen

Hoe kunnen we iets doen voor degenen die geen toegang krijgen tot de arbeidsmarkt, als wij niet afstappen van dergelijke economische politiek? Hoe kan men armoede aanpakken als we het systeem dat armoede en ongelijkheid produceert niet in vraag durven stellen? Zelfs de neoliberale OECD ontkent niet langer de reproductieve functie van het systeem. Laaggeschoolden worden opzij gezet, armoede en werkloosheid stijgen, sociale ongelijkheid neemt toe en de ruimtelijke segregatie (‘achtergestelde wijken’) wordt zichtbaarder met de dag. Anders gezegd: de armen worden armer; wie uitgesloten wordt, blijft uitgesloten.

De laatste zin in het onderzoek van de ULB luidt: ‘De klemtoon zou daarentegen kunnen worden gelegd op sectoren die tegelijk werk bieden aan personen met een lage of middelmatige opleiding, de sociale banden strakker aanhalen (detailhandel, kinderopvang, sociale diensten…) en voorzien in reële behoeften, hoewel ze niet selfsupporting zijn.’

Wat de auteurs hier voorstellen is investeren in de sociale economie, maar in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestaat (in tegenstelling tot Vlaanderen en Wallonië) nog geen definitie van sociale economie. Sociale economie gaat om een economisch alternatief dat eerst en vooral de mens centraal stelt. In België zijn meer dan 45.000 mensen tewerkgesteld in de sociale economie met een jaarlijkse omzet hoger dan 1 miljard euro.

Geen tweederangs-economie

Een onderneming binnen de sociale economie heeft een economische activiteit, d.w.z ze verleent een dienst of produceert/verkoopt een product tegen een bepaalde prijs. De bronnen van inkomsten van deze ondernemingen zijn gevarieerd. Het gaat om eigen inkomsten, (loon)subsidies door verschillende overheden (federaal, gewest, lokale besturen) en klantenbijdragen. Deze ondernemingen moeten aan bepaalde criteria beantwoorden zoals: het realiseren van sociale meerwaarde (duurzame tewerkstelling, inschakelen van kansengroepen); voorrang geven aan arbeid op kapitaal; een antwoord bieden op maatschappelijke noden (o.a op lokaal niveau, zoals kinderopvang) en arbeid wordt gezien als een instrument voor emancipatie en ontplooiing (arbeid en gezin beter op elkaar afstemmen, werknemersparticipatie…).

Er bestaan veel clichébeelden over sociale economie. Men denkt aan een soort tweederangs-economie. In werkelijkheid is sociale economie meer dan een sociale correctie. Projecten binnen de sociale economie richten zich vooral naar de doelgroep die uit de boot valt. Het gaat hier om de sociale inschakelingseconomie, wat de prioritaire vorm is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deze ondernemingen focussen op de realisatie van een sociale meerwaarde (met name de tewerkstelling van de kansgroepen), zonder evenwel de economische realiteit uit het oog te verliezen. Die fungeert als middel om het sociale doel te bereiken.

Gewest moet rol spelen

Voor hun werknemers bieden ze een alternatieve manier voor ‘on the job’ training en voor degenen die de stap willen zetten naar de ‘reguliere arbeidsmarkt’ bieden ze een lage instapdrempel. Ondernemingen binnen de sociale economie zijn daarenboven vaak vernieuwend, in product en in methodes, en dat kan een voordeel worden voor de Brusselse economie. Bovenop bieden deze sociale economie ondernemingen een kwaliteitsvolle dienstverlening, in eerste instantie aan minder kapitaalkrachtige klanten (zowel particulieren als verenigingen en overheden). Sociale economie biedt dus een dubbele meerwaarde.

Toeval of niet, terwijl de nood in Brussel aan dergelijke initiatieven groot is, staat sociale economie er zwakker dan in Vlaanderen of Wallonië. Sociale economie kan een grote rol spelen in Brussel om de groeiende armoede en dualisering aan te pakken. Het wordt tijd dat de bevoegde instanties de nodige maatregelen nemen en meer ruimte bieden voor ondernemingen binnen de sociale economie in Brussel. Het Gewest moet hier een rol spelen, in samenwerking met andere instanties zoals de federale overheid (cofinanciering) of de gemeenschappen (bv. luik over opleiding die nog steeds een gemeenschapsbevoegdheid is). En wie weet: misschien kan de staatshervorming ook kansen bieden voor de ontwikkeling van de sociale economie in Brussel.

Bleri Lleshi is Brussels filosoof en gastdocent Sociale Economie aan de Artesis Hogeschool

Uit: deredactie.be 31-03-11

About these ads

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s